Orkater verbeeldt de Gouden Eeuw

De Nederlanders die de Gouden Eeuw schiepen waren beslist geen mensen met een gouden hart. Dank zij een nog altijd verbijsterende combinatie van godsvrucht en handelsgeest, geldjacht en inventiviteit groeiden de zeven provinciën uit tot een wereldmacht. De Nederlanders konden van water land maken, ze dreven harteloos handel in slaven. Een tomeloos vooruitstrevend volk.

Het gezelschap Orkater geeft in de nieuwe voorstelling De Gouden Eeuw, opgebouwd als een reeks losse speelse scènes, een beeld van de Hollandse ziel uit die tijd. In het hart van het decor is een schilderij van Vermeer tot leven gekomen, voorbeeldig uitgelicht. Een tableau van zwart-witte tegels, een virginaal en wijnkan. Er is nog een ander stilstaand beeld, dat de vergankelijkheid van het menselijk bedrijf voorstelt. Een geschilde citroen, een lege kan, een uitgebloeide tulp. Picturaal is de voorstelling zeer verzorgd. Daarbij komt een stijlvolle wijze van acteren. Muzikant Beppe Costa loopt als God rond die Nederland eens komt bekijken; hij heeft dit land niet geschapen, dat deden de mensen zelf. Geert Lageveen en Leopold Witte, zowel auteurs van het stuk als acteurs, zijn een soort afspiegeling van Kees de jongen: tweelingbroers die welgemoed door het Hollandse leven stappen. Hun moeder (Tamar van den Dop) kan heerlijk volks schelden en plat praten, een regelrechte nazaat van Bredero's Moortje. Toch is ze trots op haar kinderen. Ze verdienen schatten geld, de een als schilder en de ander in dienst van de Compagnie, de roemruchte handelsmaatschappij die de koloniën leegroofde. De ontdekking van peper moet toen zoiets geweest zijn als de ontdekking van de hemel zelf.

Het stuk is een levendig samenstel van verwijzingen. Poëzie, dicht- en schilderkunst zijn vlot herkenbaar. Vooral Simon Schama's studie Overvloed en onbehagen is van cruciaal belang. De euforie is van korte duur en al snel ontaardt de welgestelde Hollandse samenleving in gore decadentie. De makers én spelers laten niet na de toeschouwer duchtig te onderhouden over het zwarte brein van de Nederlander. Gelukkig zijn tekst en spel zo geestig en onderhoudend, met treffende details, dat er nergens sprake is van moralisme. De rol van Costa als musicus én God verleent de noodzakelijke distantie. Hij beziet de daadkracht van de toenmalige Nederlander als een wonderlijk verschijnsel, ontstegen aan zijn macht. Om dat te illustreren roffelt hij op houten instrumenten en tokkelt hij weemoedig op het virginaal. Zo verenigt hij in de muziek de gespleten Hollandse ziel, gevuld met rijkdom en schaamte.

Dat de sterrenkijker `de mens dichter bij God brengt' bewijst hoe de Gouden Eeuwer was: ontdekkend én religieus. Aan het slot ontvouwt Costa een ontroerende wending. Ooit stonden er twee figuren op Rembrandts Nachtwacht. Die zijn eraf gesneden. Uit de toneelzolder komt een strook schilderslinnen te voorschijn waarop dit tweetal staat. Het zijn de tweelingbroers uit de voorstelling, met verve opgediept uit de vergetelheid.

Voorstelling: De Gouden Eeuw door Orkater. Regie: Gijs de Lange. Gezien: 11/10 Toneelschuur, Haarlem. Te zien t/m 19/10 aldaar. Tournee t/m 18/1. Inl.: 020-6060 606 of www.orkater.nl

    • Kester Freriks