Onterechte trap na 1

In plaats van zich te keren tegen de wantoestanden die in de Derde Wereld op het gebied van milieu- en leef- en arbeidsomstandigheden heersen, beschuldigt Hans Labohm degenen die wantoestanden willen uitbannen van eco-imperialisme en radicalisme (Opiniepagina 9 oktober). Dit is koren op de molen van derdewereldregeringen die kritische burgers uit de milieu-organisaties in hun eigen land liever kwijt dan rijk zijn.

Anders dan Labohm met zijn term `eco-imperialisme' suggereert, bestaan in de Derde Wereld zelf ook initiatieven van burgers om het milieubeleid in hun land te verbeteren. Dat kan gaan om acute, levensbedreigende wantoestanden, maar ook om klimaatverandering die in internationaal verband wel degelijk als een ernstige bedreiging wordt gezien.

Labohm suggereert dat er doden vallen bij een strenger milieubeleid. Het werkelijke probleem is dat veel mensen in de Derde Wereld sterven door een gebrek aan effectief overheidsbeleid op tal van terreinen, zoals mensenrechten, werkomstandigheden, voedselproductie, onderwijs, gezondheidszorg en milieuzorg. Volgens een schatting van de VN draagt een vies milieu wereldwijd bij aan 25 procent van de gevallen waarin een slechte gezondheid te voorkomen zou zijn.

Vervolgens geeft Labohm de milieubeweging nog een trap na: zij is in de loop der jaren geradicaliseerd en vele milieu-activisten laten zich leiden door extremisme. Waarschuwingen voor extremisme zijn natuurlijk in de mode, maar wat ik de afgelopen decennia als beroepshalve betrokkene heb gezien is dat de milieubeweging als geheel juist meer en meer betrokken is geraakt bij constructief overleg met bedrijfsleven en overheden, juist ook in internationale instituties. Radicale groepen verwijten de milieubeweging dan ook eerder dat ze te veel is ingekapseld.

Discussie over de beste aanpak van de grote problemen van armoede en verloedering van het milieu is zeer gewenst, maar dan liever niet op deze demagogische manier.

    • Maria Buitenkamp
    • Consultant Milieubeleid