Na Saddam ligt alles nog open in Irak

Het is nog allerminst duidelijk wat er met Irak gaat gebeuren als de Verenigde Staten het regime van Saddam Hussein zouden omverwerpen. Iraakse generaal, Amerikaanse generaal of een democratisch bewind, er staat nog niets vast.

Wat voor regime krijgt Irak na Saddam Hussein? Het staat wel vast dat vroeger of later de Verenigde Staten hun dreigement tegen Saddam zullen waarmaken en zijn regime gewapenderhand omverwerpen. Maar die bijna-zekerheid bestaat geenszins over zijn opvolging.

Leiders als Saddam Hussein dulden thuis geen krachtige oppositie die de zaak soepel kan overnemen en de fundamenten leggen voor een democratischer bewind. Integendeel, een groot deel van wat er aan Iraakse oppositie is, verblijft, even versnipperd langs religieuze en etnische lijnen als het land zelf is, veilig in het buitenland.

Alleen de Koerdische oppositie zit in Irak, in haar de facto staat in het noorden, met eigen troepen en beschermd door de Amerikaanse en Britse luchtmacht. Maar een na-Saddam-bewind kan geen Koerdisch bewind zijn. Nog afgezien van de binnenlandse gevoeligheden zouden de buurlanden Iran en Turkije, beide in het bezit van een opstandige Koerdische minderheid, zo'n ontwikkeling niet tolereren.

De Amerikaanse regering, die als drijvende kracht achter ,,regimewisseling'' in Irak het scenario bepaalt, overwoog daarom een nieuwe sterke leider te zoeken als opvolger van Saddam – een militaire staatsgreep, waarop Irak vorige eeuw het patent had, wordt nog steeds niet als oplossing uitgesloten: zij is in elk geval aanzienlijk goedkoper dan een Amerikaanse militaire interventie, merkte Witte-Huiswoordvoerder Ari Fleischer dezer dagen nog op.

Maar aanvankelijk werd anders ook gedacht aan een generaal-in-ballingschap, iemand die op enige afstand tot het huidige regime zou staan maar voldoende krachtig zou zijn om het verdeelde land bij elkaar te houden: Saddam II, maar zonder diens hegemonistische pretenties.

Er werden ook namen genoemd: die van de in Denemarken levende ex-generaal Nizar al-Khazraji in het bijzonder, die in 1995 overliep. Maar bij nader inzien was Khazraji niet zo'n goed idee. Hij wordt ervan beschuldigd een hoofdrol te hebben gespeeld bij Saddams gifgasaanvallen op de Koerdische bevolking van Noord-Irak in 1988. In Denemarken is een onderzoek gelanceerd naar mogelijke oorlogsmisdrijven – volgens Khazraji zelf geïnstigeerd door Saddams regime en de paladijnen daarvan.

Waar of niet, daardoor kwam eerder dit jaar de Iraakse civiele oppositie-in-ballingschap weer in beeld en als Amerikaanse leiders dezer dagen publiekelijk spreken over post-Saddam-Irak is het in termen van een democratisch bestuur waarin deze een rol zou kunnen spelen. Hoe groot die rol moet zijn, hangt af van het departement dat zich erover uitlaat: het Pentagon is altijd positiever over de oppositie dan het State Department, dat de circa 200 oppositiegroepen voornamelijk voor zichzelf ziet spreken en waar de grootste overkoepelende groep, het INC, wel als verzameling ,,zijden pakken en Rolexen dragende jongens in Londen'' is afgebrand.

Washington heeft tegelijkertijd zijn al jaren geleden gestarte maar met weinig overtuiging uitgevoerde programma's om de oppositie te versterken leven ingeblazen. Er worden werkgroepen georganiseerd waarin Iraakse ballingen specifieke onderwerpen uitspitten – gezondheidszorg bij voorbeeld.

Twee weken geleden werd bekend dat een deel van het geld dat het Congres in 1998 heeft uitgetrokken ter versterking van de oppositie, nu inderdaad wordt gebruikt om leden van deze oppositie voor semi-militaire taken op te leiden.

Naarmate een Amerikaanse interventie dichterbij komt, wordt de oppositie zelf ook steeds actiever. Na een serie inleidende bijeenkomsten van de zes leiders van de grootste oppositiepartijen – de Koerdische KDP en PUK, de shi'itische SCIRI, het INC (waar de Koerden overigens formeel nog steeds onder vallen), het Iraaks Nationaal Akkoord van ex-Ba'athisten en de monarchisten – is besloten in Brussel een groot congres te houden. Daaraan moeten in principe alle etnische en religieuze groepen deelnemen, ook bij voorbeeld de Assyriërs en de Turkmenen.

Volgens de politicoloog Fuad Hussein, van Koerdische afkomst en zelf al jaren bij de oppositie betrokken, is deze `uitgebreide vergadering' allereerst bedoeld als ,,signaal aan de Iraakse bevolking'', namelijk dat de oppositie, wat haar imago ook is, wel degelijk een eenheid vormt.

Doel is verder, aldus Fuad Hussein, die zelf ook in Brussel aanwezig zal zijn, een visie op de toekomst van Irak te ontwikkelen en een comité samen te stellen dat aan de verdere oppositie-activiteit leiding moet geven. Het is niet de bedoeling om een regering-in-ballingschap te vormen. ,,Dat zou lijken op het verdelen van de pot'', zegt Fuad Hussein. Maar bovendien hebben de Amerikanen vorige week laten weten daar niets in te zien. ,,We denken niet dat dit het juiste tijdstip daarvoor is'', aldus een Amerikaanse regeringsfunctionaris in Washington.

Maar hoe moeilijk het allemaal is, blijkt wel uit het feit dat de Brusselse bijeenkomst eigenlijk al vorige maand had zullen plaatshebben, en dat nog steeds niet vaststaat of het nog deze maand zal lukken. De haast die de Amerikanen achter een interventie in Irak zetten, zegt Fuad Hussein, stimuleert de oppositie wel om het congres nu snel te regelen, evenals het feit dat dit eigenlijk moet gebeuren vóór de islamitische vastenmaand Ramadan begin november aanvangt: vastend vergaderen werkt niet echt.

The New York Times meldde gisteren dat het Witte Huis intussen ook werkt aan een plan om naar het model van Japan na de Tweede Wereldoorlog, een Amerikaanse generaal de eerste tijd na `regimewisseling' Irak te laten leiden om te voorkomen dat een chaos ontstaat. Na maanden of jaren zou dit Amerikaanse militaire bewind dan de macht overdragen aan een Iraaks democratisch bestuur.

Volgens Fuad Hussein is de oppositie niet in dit scenario gekend. Er is wel gesproken over zoiets als een joint venture, maar een dergelijke openlijke machtsovername acht hij onmogelijk. Zelfs de Britten oefenden vanachter de schermen de macht uit in Irak nadat ze dat in de Eerste Wereldoorlog geleidelijk hadden bezet. En die hadden nog niet eens te maken met de moslim-extremisten van Al-Qaeda, die zich met hun terreuracties inspannen om het westen weg te krijgen uit islamitisch land.