Multatuli, Andy Warhol, Pim Fortuyn

Ik herlas fragmenten uit de Andy-Warholbiografie door David Bourdon en kreeg acuut het Elsbeth Etty-gevoel, vernoemd naar de vrouw die Multatuli zocht en Pim vond. Dat zit zo. Een week of vier geleden schreef Etty dat zij de biografie van Douwes Dekker las terwijl op tv de documentaire De zwerftocht van Fortuyn werd uitgezonden.

In die documentaire schetsten vrienden en bekenden een beeld van Fortuyn dat volgens Etty feilloos op Multatuli paste. Etty somde een rijtje identieke karaktertrekken op: gevoel voor theater, narcistisch, somber en uitgelaten, exhibitionistisch, niet diplomatiek, tactloos, ongegeneerd in de overdrijving van de eigen belangrijkheid, seksuele onrust, bazig, ruziemaker, gevoel van miskenning, snakken naar erkenning. Verder constateerde Etty een aantal inderdaad frappante overeenkomsten tussen Multatuli en Fortuyn op het gebied van een zorgvuldig gecultiveerd politiek querulantisme. Maar het was toch vooral die hele lijst van karaktertrekken die haar ingaf dat Pim Fortuyn en Douwes Dekker éen ziel in twee borstkassen vormden, of, zoals ze het uitdrukte: Dek & Pim, een paar apart. Hier is sprake van secundaire betrekkingswaan. Etty is kennelijk nog zozeer gepreoccupeerd door leven en lijden van `de Goddelijke Kale' (term van Theo van Gogh) dat zij zelfs bij het lezen over verre en voorbije levens van verre en voorbije literaire geweldenaars Fortuyn als maat der dingen beschouwt. Pim als ijkpunt. Een tableau van politici, denkers, dictators, romanpersonages en dode dichters lijkt zich in Fortuyn samen te ballen, als je afgaat op het scala aan vergelijkingen dat in de afgelopen maanden is gemaakt: Jörg Haider, Filip de Winter, Eichmann en Boer Koekoek toen hij nog leefde; Tijl Uylenspieghel, Erasmus en Menno ter Braak toen hij vlak na zijn dood werd herdacht. Tja, daar kan Multatuli ook nog wel bij. Alleen Spinoza, Herman Gorter en Marco van Basten zijn nog ongenoemd gebleven. Misschien duidt die drieste neiging tot een vergelijk met historische sleutelfiguren op een sluimerende angst dat wij in nondescripte tijden leven; op de beklemmende gedachte dat zelfs ons grootste actuele collectieve trauma - want minder kun je de moord op Fortuyn niet noemen - binnen niet al te lange tijd hooguit een voetnoot zal blijken in de geschiedenis. Die vrees voor onbeduidendheid moet kennelijk met alle macht overschreeuwd worden. Dat Fortuyn in zijn politieke carrière en zijn diffuse gedachtengoe als twee druppels water leek op de getourmenteerde Douwes Dekker, wil ik op basis van de biografische feiten heus wel geloven. Maar die waslijst van karaktertrekken is veel minder overtuigend; je kunt hoogstens zeggen dat `Dek & Pim' allebei feilloos beantwoorden aan de karaktereigenschappen van een bepaald type kunstenaar of publieke persoonlijkheid. Lees voor de aardigheid de bovengenoemde rij van karaktertrekken nog eens over. Aan wie denkt u dan? Ik ken er genoeg die perfect beantwoorden aan het profiel. Bij ons thuis: Herman Brood, Ischa Meijer, Rob Scholte, Freek de Jonge (minus de seksele onrust), Gerard Reve. Van elders: Ernest Hemingway, Jackson Pollock, Saul Bellow, Robert Mapplethorpe, Pablo Picasso, Andy Warhol. Met die laatste, Warhol, heeft Fortuyn wel meer gemeen. Net als Fortuyn streefde Andy Warhol aanvankelijk een andere carrière na, Fortuyn als wetenschapper en academicus, Warhol als reclametekenaar en graficus. Net als Fortuyn hunkerde Andy Warhol naar media-aandacht en leefde hij op zodra er een camera op hem gericht was. Net als Fortuyn verzamelde Warhol een groot aantal would-be's en halftalenten om zich heen, Warhol in de Factory, Fortuyn in de LPF. Net als Fortuyn werd Warhol aanvankelijk radicaal buitengesloten door de `zittende elite', Fortuyn door Paars, Warhol door de Abstract Expressionisten. Toen Mark Rothko aan hem werd voorgesteld, weigerde hij Warhol de hand te schudden en wendde zich vol dédain van hem af, een tic die we kennen van het huidige rayonhoofd Bulgarije van de Wereldbank. Net als op Fortuyn werd ook op Warhol een moordaanslag gepleegd - zij het dat Warhol het netaan overleefde. En net als bij Fortuyn was bij Warhol de dader een obscure eenling, Valerie Solanas, oprichtster en enig lid van SCUM, de Society For Cutting Up Men. Wat zeggen al die overeenkomsten? Mijn antwoord is anders dan dat van Etty: niets - behalve dan dat Fortuyn voor wat betreft zijn karakter feilloos in het rijtje binnen- en buitenlandse kunstenaars past. Hij vertoonde in ieder geval alle eigenschappen die je aantreft bij het bovengenoemde type van de virtuoze, obsessieve, narcistische en meer of minder zelfdestructieve kunstenaar wiens geldingsdrang door geen erkenning of beloning ooit bevredigd kan worden. Het type waartoe ook Douwes Dekker behoort. De tragiek van Pim Fortuyn moet dan zijn dat temperament, talent en ambitie bij hem haaks op elkaar stonden. Ja, Fortuyn schreef, maar hij was geen schrijver. Hij ambieerde het minister-presidentschap, maar was er qua karakter totaal niet voor toegerust. Kort na de moord noemde Eerste-Kamervoorzitter Braks in zijn herdenkingstoespraak Fortuyn een `politicus zonder partij', vrij naar Menno ter Braak. Die typering gold alleen de buitenkant. In de kern was Pim Fortuyn in alles de charismatische en dandy-eske bohémien, een kunstenaar die, helaas, alleen schitterde met een kunstje. En die eronder moet hebben geleden dat hij niet echt een schepper was. Analoog aan Ter Braak: een kunstenaar zonder kunst. Hoewel. Over Andy Warhol is eens gezegd dat hijzelf zijn meest perfecte pop-artkunstwerk was. Het is misschien gepast om Fortuyn in dezelfde termen te waarderen. Als mediageniek totaalkunstwerk was hij op het Binnenhof vooralsnog onovertroffen. Fortuyn lanceerde de pop-art in de politiek, met zichzelf als ultiem pop-kunstwerk. Fortuyns epigonen beschamen ook in dat opzicht zijn reputatie. Het LPF-ensemble blijkt tot weinig meer in staat dan tenenkrommende amateurkunst-tussen-de-schuifdeuren. De toeschouwers hunkeren naar de toneelmeester die in een verlossend gebaar het toneelgordijn dichttrekt.

    • Joost Zwagerman