Ministers en modellen

Het Centraal Planbureau (CPB) is van 1945. Vlak na de Tweede Wereldoorlog werd het CPB opgericht door Jan Tinbergen en Hein Vos, twee sociaal-democraten die in de jaren dertig de opstellers waren geweest van het Plan van de Arbeid. Ze wilden dat het Planbureau de centrale sturing van de economie ter hand zou nemen – maar zover is het nooit gekomen. Het CPB ging aan het werk met economische modellen voor het maken van voorspellingen. Als onderdeel van het ministerie van Economische Zaken verwierf het CPB een gezaghebbende, zelfstandige positie. Sinds jaar en dag maken alle kabinetten, de sociale partners en de meeste politieke partijen gebruik van CPB-berekeningen ten behoeve van begrotingen, loononderhandelingen of de doorrekening van politieke programma's. Ook verricht het CPB studies naar specifieke overheidsplannen. Afgezien van de naam uit de tijd van geloof in centrale economische sturing, is het CPB een algemeen aanvaard instituut zoals dat in vrijwel alle landen, gelieerd aan de overheid, bestaat.

De modellen die worden gebruikt om de economische toekomst te voorspellen, zijn niet perfect. Voorspellingen, of ze nu van banken, particuliere onderzoeksinstellingen, internationale organisaties of van het CPB afkomstig zijn, kunnen de werkelijkheid nooit exact voorzien. Ze zijn een onmisbaar, maar niet onfeilbaar handvat en de economische ontwikkelingen gaan hun eigen weg. Toen de hoogste economische adviseur van de Amerikaanse president in de jaren tachtig eens werd gevraagd hoe hij tot zijn economische inzichten kwam, wreef hij met een hand over zijn buik en zei: ,,Ik luister naar mijn interne computer.''

In Nederland had het CPB voor de overheid een monopoliepositie verworven en daarom was het een lovenswaardig initiatief dat professor Eduard Bomhoff in 1995 het commerciële economische instituut Nyfer oprichtte. Concurrentie op de markt van wijsheid uit de economische glazen bol was welkom en om die reden ondersteunde toenmalig minister Wijers, als minister van Economische Zaken chef van het CPB, dit initiatief.

Bomhoff had kritiek op de rekenmodellen van het CPB en beloofde met een andere benadering te komen. Maar, zoals gisteren uit een overzicht in deze krant bleek, de voorspellingen van het CPB en Nyfer over het bruto binnenlandse product, de breedste graadmeter van de economie, ontliepen elkaar de afgelopen vijf jaar niet veel. Bij beide was sprake van te lage groeivoorspellingen in een opgaande conjunctuur en van te optimistische verwachtingen in een dalende conjunctuur. Plat gezegd is het lood om oud ijzer.

Inmiddels heeft Bomhoff zijn functie bij Nyfer verruild voor een ministerspost namens de LPF in het kabinet. In één opzicht is hij een typische LPF'er: hij heeft zijn persoonlijke gramschap getild naar het niveau van de nationale politiek. Dat was al zichtbaar bij het ontslag, later veranderd in overplaatsing, van een topambtenaar die hem niet zinde bij het ministerie van Volksgezondheid; dit is ook het geval in brieven die Bomhoff heeft doen uitgaan over het Centraal Planbureau. Was zijn kritiek op het CPB vroeger nog te duiden als een vorm van mededinging om opdrachten voor Nyfer te verwerven, nu gaat het om meer. Zijn persoonlijke kruistocht tast de geloofwaardigheid van het kabinet aan. Waarbij het een saillant detail is dat minister Heinsbroek van Economische Zaken, tegenspeler van Bomhoff bij de machtsstrijd binnen het LPF, als bewindsman verantwoordelijk is voor het CPB.

In zijn correspondentie suggereert Bomhoff dat aanpassing van het CPB-model tot rooskleuriger resultaten zou leiden bij de doorrekening van het kabinetsbeleid. Dat is mogelijk, maar het is onwenselijk. Het zou betekenen dat een kabinet, en ieder toekomstig kabinet, naar eigen goeddunken zou kunnen ingrijpen in de methodes die worden gehanteerd om de economische effecten van het gevoerde beleid te berekenen. De stap naar politieke manipulatie, en derhalve ondermijning van de onafhankelijkheid en betrouwbaarheid, is snel gemaakt.

Kamerlid Vendrik (GroenLinks) heeft bepleit dat er een nieuw macro-economisch onderzoeksinstituut wordt opgezet vanuit de economische faculteiten van de universiteiten. Dit zou als tegenhanger van het CPB kunnen fungeren. Want het CPB moet allerminst als alleenzaligmakend worden gekoesterd nu Nyfer de positie van het CPB als nationale hofleverancier van economische gegevens niet serieus heeft verminderd.

Een minister heeft het volste recht een instituut als het CPB te kritiseren, dat geldt dus ook voor de minister van Volksgezondheid. Maar door zijn onhandige manier van optreden laadt Bomhoff als oud-directeur van Nyfer helaas de schijn op zich dat hij ook bezig is met het afwerken van een persoonlijke agenda.