Met zijn allen in één stijlvol hokje

Europeanen trekken buiten Europa naar elkaar toe. Hebben zij een speciale band? Of laten zij zich door niet-Europeanen in een hokje plaatsen?

Steeds vaker brengen studenten een gedeelte van hun studie door in het buitenland, niet alleen binnen Europa, maar ook daar buiten. In dat laatste geval blijken bijvoorbeeld Duitse en Nederlandse studenten meer met elkaar gemeen hebben dan zij voor hun vertrek dachten. Plots worden ze `Europeanen.' De band met hun vaderland maakt plaats voor die met een heel continent.

In Noord-Amerika wordt vaak gedacht dat alles wat Europees is, per definitie mooi is. In Europa weten ze wat stijl is, Europa heeft een rijke cultuur, oude gebouwen, beroemde meesters. ,,Jullie Europeanen zijn sophisticated'', menen Noord-Amerikanen. Jullie Europeanen? Menige Belg, Nederlander of Fransman zal het even tot zich moeten laten doordringen dat zij zo gemakkelijk over een kam worden geschoren.

Nora Steinhauer (Duitse, 23) verbleef een zomer in Hardwich, Vermont, waar zij kampbegeleidster van de girl scouts was. Zij merkte dat haar Europagevoel niet constant aanwezig was, maar slechts in het bijzijn van niet-Europeanen de kop op stak: ,,Mijn identiteit hing vooral af van de situatie en met wie ik in gesprek was. Sprak ik met Amerikanen, dan voelde ik me Europeaan, maar was ik samen met bijvoorbeeld mijn Nederlandse vrienden dan voelde ik me juist Duitse.''

Een rondvraag onder een aantal studenten levert soortgelijke ervaringen op. Yonina Deckers (Nederlandse, 21) die met een uitwisseling van de Rotary een zomer in Canada doorbracht, zegt: ,,Over het algemeen voel ik me toch vooral Nederlander, maar dat is eigenlijk alleen binnen Europa. In Canada voelde ik me voornamelijk Europees, gewoonweg omdat de verschillen, bijvoorbeeld in de manier van omgaan met elkaar, tussen Canada en Europa zo groot zijn.''

Een keer eerder voelde Deckers zich ook al `echt Europees': ,,In klas vijf van het vwo gingen we naar Florence. Voor ons stond een groep Amerikaanse toeristen die allerlei onzin stonden uit te slaan waar wij heel hard om moesten lachen. Samen met een klasgenootje gingen we een gesprek aan en vertelden we wat we wisten. Op dat moment voelde ik me heel Europees: ik was niet in mijn eigen land, maar toch wist ik er van alles van.'' Even later in dat gesprek voelde ze zich juist weer heel Nederlands, zo herinnert ze zich. ,,Een wat oudere Amerikaan zei ons dat we zo goed Engels spraken. `Jullie Nederlanders zijn altijd zo goed in al die vreemde talen, dat kunnen wij Amerikanen niet!' Terwijl ik mij een minuut daarvoor nog Europeaan voelde, was ik er op dat moment juist heel erg trots op dat ik Nederlands was.''

Rolf Verheul (Nederlands, 22) deed acht maanden onderzoek aan de University of British Columbia in Vancouver en vindt het allemaal maar drukte om niks. Hij voelt zich Nederlander en beschouwt zijn Europees-zijn slechts als topografisch gegeven. Ieder land in Europa heeft zijn eigen achtergrond en op zoek gaan naar een Europese cultuur heeft geen zin: ,,Er moeten geen overeenkomsten worden gezocht die er niet zijn.''

Toch maakt deze Hollandse nuchterheid even later plaats voor de constatering dat ,,Europeanen, wat betreft gebruiken en denkwijzen veel dichter bij elkaar liggen dan ik van tevoren gedacht had en dus identificeer ik me liever met Europeanen dan met westerlingen. Vóór mijn stage zag ik niet zoveel verschil in die twee termen. Maar hoewel Europa en Noord-Amerika voor een groot deel een gemeenschappelijke achtergrond hebben, zijn juist de alledaagse omgangsvormen totaal verschillend van elkaar.''

Noortje Verschuren (Nederlandse, 24) was een jaar au pair in Washington DC en studeerde een half jaar aan het College of the Ozarks in Branson, Missouri. Zij voelde zich ook buiten Europa `gewoon Nederlander', maar merkte dat Europeanen toch wel naar elkaar toe trekken. ,,Wanneer ik het met een Europeaan over Amerikanen had, dan vond je dezelfde dingen vreemd, belachelijk, apart of juist wel leuk of interessant.''

    • Irene Janssen