Lucia de B.

In zijn column van 9 oktober staat Frits Abrahams stil bij de betrekkelijke waarde van de analyses over de zielenroerselen van prins Claus, en maakt hij ook melding van de Haagse rechtbank die in een tussenvonnis had beslist dat de ex-verpleegster Lucia de B., verdacht van dertien moorden (en, voeg ik eraan toe, vijf pogingen daartoe alsmede acht andere strafbare feiten) in het Pieter Baan Centrum (PBC) zal worden geobserveerd. Het doel daarvan zou zijn de psychiater van het PBC een (zelfs doorslaggevend) oordeel te laten geven over de vraag of zij de haar tenlastegelegde moorden heeft gepleegd.

Jammer dat Abrahams, toch ook lange tijd gewaardeerd chroniqueur van rechtbankzittingen, blijkbaar vergeten is tot welk doel rechtbanken forensische psychiaters en psychologen vragen te rapporteren over verdachten.

Niet om door hen de vraag te laten beantwoorden of bewezen is hetgeen aan de verdachte wordt verweten. Wel om de rechtbank voor te lichten over de persoonlijkheid van de verdachte en over de vraag of er bij de verdachte een gebrekkige ontwikkeling en/of een ziekelijke stoornis van de geestesvermogens bestond ten gevolge waarvan de tenlastegelegde feiten, indien de rechtbank die bewezen acht, niet of niet ten volle aan de verdachte kunnen worden toegerekend.

Ook wil de rechtbank van de gedragskundigen graag vernemen welke straf en/of maatregel, indien de rechtbank tot een veroordeling komt, vanuit psychiatrisch oogpunt aanbeveling verdient. In de zaak Lucia de B. is dat niet anders.

Het tussenvonnis van de rechtbank is overigens te lezen op www.rechtspraak.nl (onder nummer AE8436)