Opinie

    • Youp van ’t Hek

Lijktoerisme

Weinig knuffels en beertjes voor de prins. Ik denk dat ze na Pim gewoon op zijn. Ondertussen trekken er duizenden mensen langs de kist. Ik zie het met zachte verbazing. Wat bezielt dit volk om een paar uur in de rij te gaan staan voor een man, die zoveel prijs stelde op zijn privacy? Hoe privé is de dood? Hoe toon je respect voor een rouwende familie?

Donderdagavond spraken twee uiterst tuttige dames op de televisie over hun teleurstelling dat de kist dicht was. Dat was toch wel jammer. Ze kwamen trouwens niet alleen voor de dierbare overledene. Ze waren ook gekomen om een keer een kijkje in het paleis te kunnen nemen en dit was hun kans geweest. Wat zijn domme mensen toch schaamteloos.

De prins procedeerde regelmatig tegen roddelbladen en, zover ik weet, won hij altijd. Ik vond dat geweldig. De laatste keer sleepte hij vanaf zijn ziekbed het weekblad Privé nog een keer voor de rechter. En hij won weer met vlag en wimpel. Hetzelfde periodiekje voor gekneusde kleutergeesten kwam deze week met een special over de prins. Je moet maar durven.

De aasgierige redactie had de afgelopen maanden in alle rust gewerkt aan dit speciale Clausnummer. Ik heb het blaadje niet gelezen, maar ik ben er van overtuigd dat veel sterren op het Gerard Joling- en Joop Braakhekke-niveau het gevoel hebben dat ze een echte vriend verloren hebben. Ook zullen veel Vanessa's heel wat siliconentraantjes plengen.

Het maken van dit lijkenpiknummer was maandagochtend alleen een kwestie van het invullen van een paar details en de boel kon naar de drukker. Dit gebeurde trouwens niet alleen bij Privé. Alle kranten en weekbladen hadden de reportages over de prins al klaarliggen. En ook bij de NOS lagen de portretten gemonteerd op de plank. Oud-premier Lubbers heeft deze zomer over de toen nog levende prins mogen vertellen dat hij een bijzonder mens was. Luguber? Zeer! Maar Lubbers heeft er klakkeloos aan meegewerkt en Maartje heeft het item zonder bezwaar opgenomen.

Gisteren werd ik door Studio Sport gebeld of ik wilde reageren op de gewelddadige dood van de sympathieke trainer Guus Hiddink. ,,Die is toch niet dood'', reageerde ik onthutst. Het antwoord was nee, maar de kans was groot dat hij na een tweetal bedreigingen een dezer dagen zou worden omgelegd en dan hadden ze vast wat reacties. En als ik het deed of ik dan meteen even wilde reageren op de dood van prins Bernhard, prinses Juliana en Rinus Michels.

Uit alle publicaties begrijp ik dat de prins vooral een familyman was. Ik zag dan ook drie zeer verdrietige jongens bij Paleis Noordeinde staan. Drie jonge dertigers, aardige kerels, die hun vader na een slopend ziekbed hadden verloren. Wilde ik dit wel zien? Nee dus. Toen mijn eigen vader negen jaar geleden na een langdurige ziekte door de dood uit zijn lijden werd verlost, was ik zowel verdrietig als opgelucht. Verdrietig om het feit dat ik hem nooit meer zou spreken en opgelucht omdat hij niet langer hoefde te lijden. Daarna heeft mijn vader in ons ouderlijk huis een paar dagen opgebaard gelegen en hebben mijn broers, zussen en ik er een beetje omheen gescharreld. Het waren rare dagen, maar het was wel heel lekker dat je als kind af en toe even die kamer in kon lopen om hem nog een keer te zien voordat hij voorgoed aan de aarde werd toevertrouwd.

Die kans hebben de verdrietige prinsen dus amper gehad. Zij zien op de televisie hoe duizenden totaal vreemden langs hun vaders kist trekken. Hun dode vader is opgeëist door het gepeupel, dat zegt dat het verdrietig is. Ik zou als zoon gek worden en ze allemaal mijn tuin uit schelden. ,,Oprotten, wegwezen, het is onze vader en verzin een ander uitje om je zinloze dagen door te komen!''

Eigenlijk hoop ik maar één ding en dat is dat de aardige prins heel vredig in een mooi kamertje in Huis ten Bosch ligt opgebaard, zodat zijn familie af en toe even heel hard bij hem kan huilen en dat het verdrietige gepeupel een diepe buiging naar een lege kist heeft gemaakt. Dat vind ik nou humor.

    • Youp van ’t Hek