`Kijk eens, wat leuk!'

Een tweeling staat altijd in het middelpunt van de belangstelling en iedereen heeft een mening over de gelijkenis. Hoe is het om een `fenomeen' te zijn?

Hoewel 1 op de 80 bevallingen in Nederland een tweeling oplevert, blijven buitenstaanders zich nog altijd verbazen over het `fenomeen'. Ze kijken extra goed naar verschillen bij eeneiige tweelingen en zoeken overeenkomsten bij twee-eiige. Tweelingen blijven intrigeren, al worden ze niet meer, zoals vroeger, beschouwd als een zegen van de goden. Maar nog altijd geldt dat tweeling-zijn iets bijzonders is, iets om blij mee te zijn, iets waarvan buitenstaanders zeggen: ,,Kijk toch eens, wat leuk!''

Maar klopt het `romantische' beeld dat mensen van tweelingen hebben wel? Al sinds de oudheid zijn er verhalen over tweelingen die met elkaar op gespannen voet leven. In de bijbel maakte Jakob het eerstgeboorterecht afhandig van Esau door zich in de kleren van zijn tweelingbroer te steken en zijn hals en armen te bedekken met geitenvellen. Zijn blinde vader Isaäk was in de veronderstelling Esau te zegenen en liet zich misleiden door de truc. Daarna vluchtte Jakob voor de woede van zijn broer. Ook de door een wolvin gezoogde tweeling, Romulus en Remus, leefde in onmin met elkaar. Hun geschiedenis had een fatale afloop: de tweelingbroers wilden allebei een stad stichten op de plek waar ze waren opgegroeid. In de strijd om de heerschappij werd Remus door zijn broer vermoord. De stichting van Rome was een feit.

De verhalen zijn wellicht extreme voorbeelden, maar ze geven de spanning tussen tweelingen goed aan. Mensen hebben voortdurend de neiging tweelingen met elkaar te vergelijken of zien hen als een twee-eenheid. Dat legt een druk op de relatie tussen de tweelingen. Vooral eeneiige tweelingen moeten meer moeite doen zich te onderscheiden van elkaar en een eigen identiteit te ontwikkelen.

Rinske Zevenbergen (26) ervaart geen competitiestrijd tussen haar en haar tweelingzus Marieke. Ze zijn een twee-eiige tweeling. ,,We verschillen als dag en nacht, zowel innerlijk als uiterlijk. Marieke was op school heel ijverig, een harde werker. Ik ben wat dromeriger en vond buitenspelen veel interessanter.'' Dat sommige meerlingen het gevoel hebben te moeten concurreren, wijt haar zus Marieke aan de mensen in de omgeving, want het gevoel is volgens haar niet `aangeboren': ,,Onze ouders hebben ons gelukkig altijd behandeld als twee aparte individuen. Het zijn vooral andere mensen, zoals familie en kennissen, die Rinske en mij als eenheid zien. In hun zoektocht naar de overeenkomsten zijn ze vaak teleurgesteld door de verschillen. Die verschillen vormen nu juist het unieke aan jezelf. Het is vervelend dat datgene dat jou een bijzonder mens maakt, mensen teleurstelt. Vaak vinden mensen Rinske de schoonheid en mij de slimmerik. Dat was op school ook al zo.'' Toch was ze nooit jaloers op haar zus. ,,Je wordt namelijk trots op die dingen waarmee je je onderscheidt: ik kon goed leren.''

De twee hadden bovendien een verschillende vriendenkring. ,,Op de middelbare school had ieder zijn eigen kringetje'', vertelt Rinske. ,,Toen hadden we trouwens ook wel regelmatig ruzie. Na de middelbare school hadden we veel minder contact met elkaar, ook minder interesse in elkaar, denk ik.'' Marieke vult aan: ,,Onze vrienden mochten elkaar niet en daarom botste het vaak tussen Rinske en mij. We namen het ieder voor onze eigen vrienden op.'' De vrienden zelf vergeleken de zussen met elkaar. ,,Je werd verantwoordelijk geacht voor het gedrag van je zus en daar ook op aangesproken en dat was vervelend. Het duurde gelukkig maar een jaar of drie, maar dat was geen gemakkelijke tijd''

De tweeling Cynthia de Bruijn (18) en haar broer Michel voelen soms een onderlinge concurrentiestrijd, maar denken dat het gemakkelijker is een tweeling van twee geslachten te zijn. Michel: ,,We hebben eigen vrienden, maar doen ook dingen samen. Zo speelden we samen korfbal.'' ,,Wel vergeleken we op de basisschool onze punten'', geeft Cynthia toe. ,,Michel was beter in wiskunde en taal en ik weer beter in sport en handvaardigheid.'' Michel had liever de oudste willen zijn van de twee: ,,Mensen kijken je met een bepaalde blik aan als je moet toegeven dat je de jongste bent.'' Cynthia: ,,Ik ben blij dat ik de oudste ben. Maar als ik écht een keuze had, zou ik liever eenling zijn. Mensen hebben over het algemeen zoveel vooroordelen over tweelingen, zo beleef ik dat tenminste.''

Het Nederlandse Tweelingen Register van de Vrije Universiteit doet onderzoek naar onder andere de invloed van erfelijke en omgevingsfactoren op de ontwikkeling. Hoogleraar Dorret Boomsma leidt het onderzoek. Boomsma: ,,Je kunt kijken of er coöperatie, of juist competitie is tussen tweelingen. Maar voor beide fenomenen is weinig evidentie. Tweelingen werken niet méér met elkaar samen of wedijveren niet meer met elkaar dan eenlingen dat doen met een ander.''

Volgens Marieke Zevenbergen is haar tweelingzus Rinske net zo zeer `gewoon' een zus als haar broer een broer is. ,,Ze betekenen even veelvoor me, ieder op een eigen manier'', zegt Marieke. Rinske: ,,Maar naarmate je volwassener wordt, trek je vanzelf weer meer met elkaar op, je krijgt gemeenschappelijke vrienden. Het blijkt dat we toch wel op elkaar lijken.''

Ook Michel en Cynthia de Bruijn ervaren het zo. ,,We worden ouder, daarom hebben we ook minder ruzies dan vroeger'', vertelt Michel. ,,Het is iets dat meer in je kinderjaren speelt. Ieder kind wil op zijn verjaardag alle aandacht opeisen, en dat gaat niet als je tweeling bent. Maar als je ouder wordt, spelen dat soort dingen niet meer, je groeit er overheen'', vult Cynthia aan.

Volgens Rinske is de houding van de omgeving bepalend voor de relatie tussen tweelingen: ,,De persoonlijkheid van tweelingen wordt mede bepaald door de mate waarin de omgeving accepteert dat er ook daadwerkelijk twéé persoonlijkheden zijn. De twee persoonlijkheden hebben elk hun afzonderlijke kwaliteiten en eigenschappen en de omgeving moet die afzonderlijk waarderen, al lijken tweelingen soms uiterlijk als twee druppels water op elkaar. Als dat lukt, is het leuk een tweeling te zijn.''

Uiteindelijk legden ook Jakob en Esau het geschil bij. Veertien jaren na hun ruzie keerde Jakob met twee vrouwen en zijn kinderen terug. Hij had uit zijn bezittingen de beste schaapskuddde als zoenoffer vooruitgezonden naar Esau. Daarna verzoenden de tweelingsbroers zich.