Hier openen

Deze trend is al jaren aan de gang. Iedereen heeft er ervaring mee. We nemen aan dat u met de trein van A naar B wilt en op het station ziet hoe de vertraagde voor uw neus vertrekt. U boft, want zo hebt u tijd om rustig een kop koffie te drinken. Althans, veel vertraging die door overmacht ontstaat betekent tijd die u ten geschenke hebt gekregen. U hebt absoluut vrij, in dit geval om van uw koffie te genieten. Daar wordt een kaakje of koekje bij geserveerd. Dat zit verpakt in hygiënisch plastic, met een soort vouw in het midden en aan beide uiteinden in een ribbel samengeperst. De truc bestaat hieruit dat je begint bij de vouw. Daarna laat de ribbel zich vanzelf uit elkaar rukken. Dat weet bijna niemand, zodat je in stationsrestauranties veel mensen ziet die hun tanden in het plastic zetten om het koekje te bereiken.

Steeds meer wordt verpakt in plastic. Weekbladen zitten in een ragfijn vlies. Het ziet eruit alsof het door een kleuter kan worden opengescheurd. Zeker, als dat kind weet waar het moet beginnen, namelijk aan de achterkant in het midden waar de verpakking een soort litteken heeft, alsof het plastic aan elkaar is gegroeid. Dan ruk je het vrij gemakkelijk open. Maar daarna kost het nog moeite, de zending helemaal uit de cocon te wurgen. Wat doe je daarna, als gewetensvol milieumens met het plastic? Is dat afbreekbaar? Kan het in de papierbak? Als je huisdier er toevallig een hap van neemt, kan dat dan kwaad? Iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid.

Joost Elffers heeft een paar jaar geleden een boek bedacht, getiteld Open Here. Ik heb toen de drukproeven gezien. Bij mijn weten is het geen bestseller geworden, onbegrijpelijk omdat het een van de beste handleidingen is voor mensen die zich door de moderniteit willen heen slaan. Het beste vond ik toen een mobieltje, dat in ondoordringbaar piepschuim met gewapend plastic verpakt was, en waarvan de handleiding beloofde dat het 64 functies had. Op het deksel van de doos zag je door het plastic heen een afbeelding van het apparaat, met de pijltjes die naar de 64 functies verwezen.

Dat is de andere kant van het Hier openen. Bij moderne apparatuur is het uitpakken nog maar het begin, het limbo, of het labyrint – wat je wilt. Dan komt het ontraadselen van het inwendige, het uitzoeken wat je wel nodig hebt, en als dat mogelijk is, het uitschakelen van alles wat voor groter genieën bestemd is. Dat op zichelf vraagt een begrip en vaardigheid, in beginsel niet verschillend van wat je moet doen om het koekje bij de koffie te bereiken.

En hier schuilt het gevaar. De consument komt in de verleiding geweld te gebruiken. Als het hem na verloop van zekere tijd nog niet is gelukt het Sesam open u over zijn mobieltje uit te spreken, geeft hij het een klap. Computerrazernij is op kantoren een bekend verschijnsel. Het is begrijpelijk, maar wie geweld gebruikt, verliest. Hoe dan ook.

Hoe komt dat? Het geheim zit in het wezen van het slot. Om het te openen heb je een sleutel nodig. Wat doe je als de sleutel `weg' is? Ik vertel een verhaal uit de praktijk.

In de directe omgeving van mijn bureau op de redactie is een deur die op slot is omdat daarachter elektronische machinerie is opgesteld. Er komt iemand ter controle. Sleutel onvindbaar. Er komt iemand anders die dit varkentje zal wassen, zet een drevel in de cilinder, geeft drie klappen met een hamer. Slot kapot, deur blijft dicht. Deskundigen erbij, constateren: slot kapot. Hebben niet het vereiste reparatiegereedschap bij zich. Volgende twee vaklui verschijnen om de deur uit zijn hengsels te tillen. Dat gaat niet. Volgende twee vaklui, gewapend met een zware boor, een decoupeerzaag en een koevoet. Na twee uur hard werken hebben ze zware verwoestingen aangericht, maar de deur gaat nu open, dat wel. Kan niet meer op slot. Volgende vakman verschijnt, met nieuwe deur. Het kost hem twee uur zware arbeid, zwoegen, steunen, kreunen, maar dan hangt het ding in zijn hengsels. Kan nog steeds niet op slot. Op het ogenblik dat ik dit schrijf is het wachten op de tiende vakman die de toestand van drie maanden geleden zal herstellen.

Ik vat het nu in een paar regels samen. Iemand als Zola of Balzac of Grisham zou er met gemak een spannend hoofdstuk aan kunnen wijden. En wat is nu het geheim van het slot? Dat je het moet kennen, door en door, om het naar behoren te kunnen behandelen. Ik heb een geclausuleerd respect voor inbrekers die de kluis van een bank kraken, niet met explosieven, maar zo zorgvuldig als een medicus een patiënt behandelt. Hij legt zijn stethoscoop aan het plaatstaal, draait geduldig aan het cijferslot, verdiept zich in het tiktik van het mechanisme en dan komt de beloning: die zware deur zwaait moeiteloos open.

De piramide van Cheops. Daarin wordt, na al die jaren, toch weer een geheime gang ontdekt. Er wordt een speciaal robotje gebouwd, dat kruipt de gang in en ontdekt dan opnieuw een deur waarachter waarschijnlijk weer een gang is! Hoe krijg je zonder geweld die deur weer open? Het moet. Aan wat voor goddelijke verleidingen staan deze archeologen bloot, niet om de volgende deur te forceren, maar om die barrière met behulp van het fijnste vingertoppengevoel te nemen.

Denk daaraan als u in de stationsrestauratie uw kaakje pelt.

    • S. Montag