Het is `De vreemdeling' zeker

Hard-boiled en hip-filosofisch – Camus' romandebuut is een begrijpelijke favoriet voor iedere leeslijst. Aldus Pieter Steinz in deel 41 van zijn stoomcursus literatuur.

Volgens velen is de Nobelprijs voor literatuur een kiss of death: wie door de Zweedse Academie wordt uitverkoren, schrijft zelden nog een groot werk en heeft volgens de statistieken twintig procent kans om binnen vijf jaar te overlijden. Aangezien de laureaten gemiddeld 62 jaar oud zijn wanneer ze de prijs ontvangen, hoeft dat niet te verbazen. Maar ook met de `jonkies' onder de hooggeëerde schrijvers loopt het soms slecht af. Bijvoorbeeld met Albert Camus, die in 1957 als jongste schrijver na Rudyard Kipling de Nobelprijs kreeg en twee jaar later op 46-jarige leeftijd bij een auto-ongeluk om het leven kwam.

De als filosoof in Algiers afgestudeerde Camus kreeg de Nobelprijs zeven jaar eerder dan zijn voormalige vriend en rivaal Jean-Paul Sartre, de kampioen van het Franse existentialisme; maar er waren niet veel mensen die vonden dat hij hem niet verdiend had. In 1956 had hij met zijn filosofische novelle La chute bewezen dat hij als geen ander morele kwesties kon verpakken in aangrijpende verhalen. En in de vijftien jaar daarvoor had hij zijn niet al te vrolijke wereldbeeld – de mens leeft in een `absurd' (oftewel zinloos en onbegrijpelijk) universum – vormgegeven in essays, toneelstukken en romans die van grote invloed waren op de literatuurgeschiedenis.

De mooiste daarvan is L'étranger, Camus' romandebuut uit 1942, dat in het jaar 2000 door zesduizend Fransen werd verkozen tot het beste boek van de twintigste eeuw – vóór À la recherche du temps perdu en Der Prozess. De in de ikvorm geschreven roman is een oude favoriet voor leeslijsten op de middelbare school; niet alleen door de bescheiden omvang (123 bladzijden in de Pléiade-uitgave) maar ook door de heldere stijl, die zich kenmerkt door korte zinnen en weinig moeilijke woorden. Daarbij vertelt `De vreemdeling' een spannend en intrigerend verhaal: een onverschillig door het leven gaande pied-noir (Algerijn van Franse afkomst) schiet zonder duidelijk motief een man dood, en weigert zich in het daaropvolgende proces fatsoenlijk te verdedigen.

`One of the greatest of all hard-boiled novels' wordt L'étranger genoemd in de literaire internetencyclopedie Authors' Calender, die verwijst naar Camus' bewondering voor de apsychologische misdaadromans van Dashiel Hammett en Raymond Chandler. Maar dat gaat vooral op voor de eerste helft van de roman; in deel II, waarin de hoofdpersoon Meursault zijn verblijf in de gevangenis en zijn naderende executie beschrijft, wordt de toon filosofischer. Camus maakt duidelijk dat Meursault de strengste straf krijgt omdat hij zich niet voegt naar de conventies van de maatschappij; iedereen die niet huilt op de begrafenis van zijn moeder en die niet in God zegt te geloven loopt het gevaar ter dood veroordeeld te worden.

Meursault is een homme révolté, een rebel zonder reden die zich nergens aan conformeert en zich aan het eind van zijn relaas `voor het eerst openstelt voor de tedere onverschilligheid van de wereld'. Maar L'étranger is geen nihilistisch of zelfs pessimistisch boek; Meursault veracht de dood, en volgens Camus was dat de beste levenshouding voor de mens in de irrationele wereld. `Hoe minder zin het leven heeft, hoe beter het geleefd kan worden' luidde dan ook het motto van de schrijver, die door zijn bijdrage aan het verzet in de Tweede Wereldoorlog en zijn kritiek op naoorlogse Stalin-sympathisanten had laten zien hoe heilzaam de afkeer van nihilisme en totalitarisme kan uitwerken.

Volgende week: `Terug naar Oegstgeest' van Jan Wolkers.

Pieter Steinz: steinz@nrc.nl