Grote Rik vindt zijn velo terug

Een WK wielrennen in het Belgische Zolder zet ook de schijnwerpers op de wereldkampioenen uit dat land. Rik van Steenbergen is één van hen. Zijn laatste van drie wereldtitels won hij voor eigen volk, in 1957 in Waregem.

,,Dag madam.'' Rik van Steenbergen is de hoffelijkheid zelve als hij Café Trappisten betreedt. In het goed gevulde etablissement tegenover de abdij van Westmalle kijkt bijna elke bezoeker op als Rik I langs de tafeltjes loopt. De inmiddels 78-jarige Van Steenbergen beëindigde zijn carrière in 1966, maar aan populariteit heeft hij sindsdien nauwelijks ingeboet.

Twee mannen, wat jonger dan de Kempenaar, spreken Grote Rik aan. Ze beweren dat in de koffer van hun auto, geparkeerd bij wat volgens Van Steenbergen het beste café van de wereld is, de racefiets ligt waarmee hij in 1957 in Waregem zijn laatste van drie wereldtitels won. Of hij er eens naar wil kijken. Natuurlijk, na het interview.

In zijn gezelschap zijn secondant Jos Meesters, een oud-renner die in het afscheidsjaar van Van Steenbergen, 1966, deel uitmaakte van diens ploeg Solo. `Taverne-, restaurant- en Grootkeukenapparaten', vermeldt zijn visitekaartje.

De man die meer dan duizend overwinningen behaalde, drinkt thee en eet een ,,sandwietsje'' met filet Américain. Hij ziet er gezond en sterk uit, afgetraind zelfs. Bijna elke dag zit hij nog op de fiets, voor een kilometer of dertig.

,,Ik mocht geen renner worden. Niemand mocht renner worden, omdat het te veel kostte. Als je geen prijs kunt rijden en je moet dat materiaal kopen en je bent een werkende mens, dan kan dat niet, hè. De vader van mijn moeder was fietsenmaker en die heeft toen een koersvelo voor mij gemaakt. Ze dachten in het begin, da's een kind, die heeft efkes goesting voor te koersen, maar ze zagen dat ik volhield.'' Grootvader bouwde zijn eerste racefiets, een blauw-witte, in de kleuren van Turnhout, de stad nabij zijn geboortedorp Arendonk. Met die fiets reed Van Steenbergen naar de beenhouwer in Turnhout waar hij werkte, om die te verruilen voor een twintig kilo zware bakfiets. ,,Klanten bestellingen vragen en brengen. Ik moest vrijdags en zaterdags zover als Weelde en Poppel gaan, wel dertig kilometer buiten Turnhout.'' In weer en wind. ,,Ik denk dat ik daardoor coureur geworden ben. Als ik weer op m'n eigen fiets stapte, dan vloog ik naar huis.''

Een loonconflict maakte een einde aan zijn carrière in de vleessector. ,,Anders was ik misschien beenhouwer geworden. Ik kreeg 25 frank per week en onkosten. Na een jaar – ik deed alles, van was ophangen tot de beenhouwerij kuisen – vroeg ik of ik meer kon verdienen.'' De slager wees dat verzoek af. ,,Ik pakte m'n velo en ik was weg. Meteen daarna heb ik m'n eerste koers gewonnen. Dat moest wel. Anders had ik naar de sigarenfabriek gekund.''

Een ouwe kennis komt binnen en loopt op Van Steenbergen af. ,,Hodverdomme!'' zegt Van Steenbergen. ,,D'n Mintjes. Da's zo lang gelejen Armand.''

,,Nerveus'', zegt Van Steenbergen op de vraag hoe het voelt om een WK in eigen land te rijden. Volgens zijn oud-ploeggenoot Fred de Bruyne, overleden in 1994, was Van Steenbergen nooit zenuwachtig. ,,Van binnen toch wel.''

,,Alleman denkt dat De Bruyne op het WK van 1957 voor mij gereden heeft. Maar in die koers, op tien kilometer van de meet, vraag ik aan Fred: `hetzelfde als verleden jaar (in Kopenhagen waar van Steenbergen zijn tweede wereldtitel won, red.), de sprint aantrekken? Want dat heeft hij toen prima gedaan. Hij zegt: `Ik ga het eerst zelf nog eens proberen en als dat niet lukt, trek ik de spurt aan'. Maar dat gaat niet hè? Hoe kun je nou nog een sprint aantrekken als je het zelf eerst geprobeerd hebt en dan kapot zit. Wat ik toen tegen hem zei? Niks. Niet te veel discuteren. Je moet dan geen ruzie uitlokken, want Van Looy was er ook bij.'' Secondant De Meester vult aan: ,,Dan was De Bruyne daar naar toe gegaan.'' Zoals zo vaak was de Belgische ploeg bij het WK in Waregem in twee kampen verdeeld als de kemphanen Van Steenbergen en Rik van Looy, respectievelijk Rik I en Rik II, deel uitmaakten van de selectie.

De zes jaar jongere De Bruyne had een zwak voor Van Steenbergen. Hij zag een levensdoel in vervulling gaan toen hij in 1954 bij Mercier Van Steenbergens ploeggenoot werd. De Bruyne sprak zijn held aan als `mijnheer Van Steenbergen'. Die ging de avond voor het WK nog even op de kamer van zijn landgenoten Impanis en Janssens langs, om zich van diens steun te vergewissen. ,,Ze lagen zo schoon met hun kopke onder de witte lakens. Ik zeg: `jongens, ik kom nog even goeienacht wensen. Morgen is het in orde hè?' Allebei deden ze zo.'' Van Steenbergen imiteert de serviele knikbewegingen van Janssens en Impanis. Een dag later was het nota bene een ploeggenoot van Van Looy die Van Steenbergen steeds voorafgaand aan de twee klimmetjes uit de wind hield, de Luxemburger Charly Gaul. In de finale ontstond een kopgroep van zes: drie Belgen (De Bruyne, Van Steenbergen, Van Looy) en drie Fransen (Bobet, Anquetil, Darrigade). Een kilometer voor de finish hoorde De Bruyne achter hem de stem van Van Steenbergen: ,,Ja Fred, alles!'' De Bruyne trok de sprint aan, Van Steenbergen reed in eigen land naar zijn derde en laatste wereldtitel, op de finish een fietslengte voor op Bobet.

Op het podium hielp koning Boudewijn hem de regenboogtrui aantrekken. Had de vorst iets met wielrennen? ,,Die wist er niets van.'' Van Steenbergen bezocht de koning ook in het paleis. Waarover spraken zij? ,,Over Spanje.'' Dat land kende de renner vanwege de Vuelta, de koning had er zijn verloofde Fabiola vandaan. In Zolder zitten morgen bij de wegwedstrijd koning Albert en prinses Paola op de eretribune, niet ver van Van Steenbergen.

Zo grandioos als in een WK zien we hem nergens, zei De Bruyne over Van Steenbergen, die deelnam aan elf WK's. Viermaal bedankte hij voor de eer omdat het parkoers te zware beklimmingen kende. Van Steenbergen was geen klimmer. Het grotere rondewerk was aan hem niet besteed. Toch werd hij in 1951 tweede in de Ronde van Italië. Toen had hij z'n eerste wereldtitel al op zak, die van 1949 (Kopenhagen), voor Ferdi Kübler en Fausto Coppi.

,,WK's en klassiekers, dat was m'n ding'', zegt van Steenbergen. ,,Als ik een klassieker gewonnen had, dan reed ik er dat jaar geen meer.'' Dan reed hij zoveel mogelijk criteriums, waar meer geld te verdienen was. In m'n contract bij Mercier stond dat ik het recht had te doen en laten wat ik wilde als ik een klassieker had gewonnen. Goh, wat was dat plezant.''

Van Steenbergen reed zijn eerste WK in 1946, in Zürich. Hij was net 22 en had al tweemaal de Ronde van Vlaanderen gewonnen en driemaal was hij al kampioen van België geweest. De Zwiterse fietsenbouwer Wolff had voor Van Steenbergen een speciale fiets laten laten maken, met daarop zijn complete palmares, maar hij werd gedwongen op een Mercier te rijden. De week voorafgaande aan het WK stond in het teken van dat conflict. ,,Dat heeft me waarschijnlijk de wereldtitel gekost'', zegt Van Steenbergen. ,,Ik heb er niet van geslapen.'' Volgens de overlevering moesten de banden van de fiets van Van Steenbergen bij de start nog worden opgepompt. De start werd er zelfs voor uitgesteld. ,,Dat waren brave mensen, die Zwitsers.''

Toen Van Steenbergen in 1966 stopte, had zijn palmares niet meer op een fiets gekund. Meer dan duizend zeges. Hij reed alleen al 133 zesdaagsen. ,,Mijn eerste vrouw heeft me praktisch nooit gezien.'' Zij bezit nog wel de meeste van zijn trofeeën, waaronder de regenboogtruien.

Van Steenbergen hield niet van stilzitten en fietste tot in Belgisch Kongo en, in 1952, in Argentinië. Tien uur na afloop van de Zesdaagse van Brussel zat hij met vier landgenoten in het vliegtuig naar Buenos Aires, een reis van 34 uur met talloze tussenlandingen. Van Steenbergen won er vijf ritten en behaalde de eindzege in Argentinië, voor Stan Ockers. ,,Ze hebben ons pas in 1958 uitbetaald (toen Ockers al twee jaar dood was – als gevolg van een val tijdens de Zesdaagse van Antwerpen, red.) toen de peso al drie keer was gedevalueerd.'' Dictator Peron had een verbod uitgevaardigd om peso's uit te voeren. ,,Een paar maanden voor wij daar kwamen was Evita gestorven. Het was een speciale ronde. Eén keer, we zaten in het peloton, zagen we een wolk afkomen. Regen denk je dan, maar het was een wolk sprinkhanen die recht op ons afkwam. We reden over cowboywegen, wilde paarden liepen met ons mee.''

Dat je uit dat soort landen wel eens met een gevaarlijke ziekte zou kunnen terugkomen, ,,daar dacht je niet aan'', zegt Van Steenbergen. Zo kwam Coppi, ,,de enige die mij regelmatig uit het wiel gereden heeft'', eind '59 met malaria terug uit Burkina Faso. ,,Het is zijn dood geweest.'' Veel renners met wie Van Steenbergen strijd leverde, zoals Coppi, Ockers en Bobet, zijn al lang dood. In maart overleed Marcel Kint, met wie hij een koppel vormde bij zesdaagsen en die hij door jeugdig enthousiasme in 1946 onbedoeld van de wereldtitel hield. Van Steenbergen denkt niet vaak aan hen terug. ,,Ik denk nooit aan sterven. Nooit nie. Wij lachen altijd als we weg zijn, hè'', zegt hij tegen Meesters.

Van Steenbergen is een levensgenieter. Zo kende de journalist van La Gazzetta dello Sport die hem deze week interviewde hem ook. ,,Hij had gelezen dat ik ruim 1.600 overwinningen had behaald en zei: `heb je ook zoveel vrouwen gehad?' Hij dacht dat ik een Cipollini was.'' Over vrouwen gesproken, seks voor de koers was taboe. ,,Wij mochten niet te veel doen, of je reed geen prijs. Voor de wedstrijd zou ik nooit met een vrouw gaan. Slappe benen hè, dan was de spanning er af. Voor een klassieker deed je het soms vier weken niet. En dan kwam je klaar in bed, dan had je een natte droom. Dat hadden we niet graag.''

Van Steenbergen kijkt op zijn horloge. Hij heeft een kaart-afspraak.

Wie van de Belgen er morgen zeker geen wereldkampioen zal worden? ,,Steels.'' En wie is zijn favoriet? ,,Tom Boonen hè.''

Na het vraaggesprek loopt hij naar de Mercedes waarin de fiets ligt waarop hij in 1957 wereldkampioen werd. ,,Dat is hem!'', zegt Van Steenbergen tegen de broers uit Lommel als de koffer opengaat. ,,Die is toen gestolen.'' De huidige eigenaar kocht de fiets van een weduwe in Merksem en wil hem voor een goed doel verkopen. Hij heeft een schriftelijk bewijs van Van Steenbergen nodig.

Het stuurlint ontbreekt, er zit een andere derailleur op – het origineel zit in een plastic zak – en de wielen zijn vervangen. De originele wielen van de Superia liggen los in de kofferbak. Van Steenbergen legt zijn hand op het stuur van de fiets die hij voor het laatst in 1957 beroerde. Zijn oog valt op roest op de bovenste framebuis. ,,Ik zweette tijdens koersen veel'', zegt de oude kampioen. Hij laat de broers in verwarring achter. Ze kwamen naar Westmalle voor een begrafenis en zouden die dag op zoek gaan naar Van Steenbergen. Stapt Rik I binnen in 't café waar ze even een kop koffie dronken. ,,Dit zal niemand geloven.''