Fransen trotseren woede Europa

Frankrijk zal een jaar later dan is afgesproken zijn begroting op orde hebben. Chirac trekt zich niets aan van de kritiek van de andere eurolanden. Er is wel meer mis op de as Parijs-Brussel.

Het Franse satirische weekblad Le Canard Enchaîné is doorgedrongen tot in het kantoor op het Elysée van president Jacques Chirac. Via-via althans heeft het vernomen dat Francis Mer, minister van Financiën, daar zijn ware gezicht getoond heeft. Mer, die in het openbaar zeer luchtig, en in vergadering met zijn Europese collega's zeer strijdbaar, zijn omstreden begroting voor de volgende jaren heeft verdedigd, zou in zijn tête-à-tête met het staatshoofd van zwart pessimisme hebben blijk gegeven.

Het verhaal is even apocrief als plausibel. Het kan niet anders of Chirac en zeker zijn minister van Financiën zien in dat hun begroting op zijn zachtst gezegd wankel is. De hypothetische economische groei van 1,4 procent dit jaar en 2,5 procent volgend jaar is, blijkens een door de Canard letterlijk geciteerde opmerking van Mer binnenskamers allang bijgesteld naar respectievelijk 0,9 en 1,8 procent in 2003. Het kaartenhuis, dat een begroting hoe dan ook is, stort bij voorbaat al in bij gebrek aan fundament.

En toch, toch trotseert Frankrijk de woede van `Europa', met dezelfde eigenzinnigheid waarmee president Chirac aan het begin van zijn vorige mandaat de internationale protesten tegen een herneming van atoomproeven in Polynesië negeerde. Als enig EU-lid weigert het land zich te conformeren aan de toch al versoepelde afspraken van het Groei- en Stabiliteitspact. Niet in 2006 maar in 2007 zal Frankrijk een begrotingsevenwicht bereiken – aldus een wissel trekkend op de gemeenschappelijke euro en daarmee op de portemonnee van alle EU-burgers. Zo wordt bijvoorbeeld aangenomen dat de Europese Centrale Bank de rente niet verlaagt mede wegens de door Frankrijk veroorzaakte instabiliteit van het Pact.

De Canard meldt niet waarom de Franse regering 2007 als deadline heeft gekozen. Misschien spreekt de reden vanzelf. In 2007 eindigt het quinquennat, het vijfjarige mandaat van Jacques Chirac. Tenzij deze zich inderdaad zoals geruchten willen opnieuw kandidaat stelt voor zijn eigen opvolging, betekent 2007 voor hem: wie dan leeft, dan zorgt en na mij de zondvloed.

De gedachte is niet al te vermetel, gezien de achtergrond van wat dagblad Le Monde als `het Franse egoïsme' heeft gehekeld. Een in het slop verkerende wereldeconomie en oplopende overheidsuitgaven zijn daar niet vreemd aan, maar juist wegens die conjunctuur, springt een ander, beheersbaarder aspect des te meer in het oog. Alsof het tij mee- in plaats van tegenzit heeft de regering van Jean-Pierre Raffarin dit jaar 5 procent lastenverlichting doorgevoerd en voor volgend jaar 1 procent aangekondigd. Dat zijn verkiezingsbeloften. En al worden die direct al niet nagekomen om de door de presidentskandidaat Chirac in het vooruitzicht gestelde dertig procent te halen moet er vanaf 2004 jaarlijks een onhaalbare 8 procent lastenverlichting worden gerealiseerd de eerste 6 procent zijn binnen.

Frankrijk, dat wil zeggen Chirac, maakt `Europa' ondergeschikt aan de binnenlandse politiek cq de persoonlijke positie. Koste wat het kost moet voorkomen worden dat de straten zich vullen met morrend volk: de nachtmerrie van 1997, toen de rechtse regering van premier Alain Juppé onder druk van de `straat' het veld moest ruimen voor de linkse van Lionel Jospin, is nog springlevend.

Maar een Franse volkswijsheid wil dat verkiezingsbeloften slechts diegenen binden die erin geloven. Het is, met andere woorden, niet het hele verhaal. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine constateerde onlangs dat Frankrijk in een groter Europa onherroepelijk aan macht inboet. Hij persoonlijk wilde die prijs wel betalen, maar, zo vroeg hij zich retorisch af, willen de andere Fransen dat ook? Willen ze eventueel afstand doen van de bestaande landbouwpolitiek, de cultuurpolitiek, van het Frans als voertaal binnen Europa? Of willen ze niets inleveren? Hij drong aan op discussie, en al heeft hij daar, behorend tot de oppositie, belang bij, feit is dat Europa nauwelijks voorkomt op de Franse politieke agenda.

Europees Commissaris Günter Verheugen (Uitbreiding EU) heeft de Franse regering om die reden verweten de burgers onvoldoende te overtuigen van het nut van de uitbreiding. En zelfs zijn collega Michel Barnier (Regionaal Beleid EU), vertrouweling van premier Raffarin, verzuchtte onlangs: ,,Ik maak me zorgen [...] over de afstand tussen de Europese zaak en de burgers. [...] De Franse politici moeten meer betrokkenheid tonen bij het Europese beleid.'' Barniers zorgen zijn ongetwijfeld toegenomen. Diezelfde politici inclusief die van de oppositie hebben in de discussie over de begroting met geen woord gerept over Europa.

Zeker, Frankrijk is warm voorstander van de uitbreiding en het land heeft gedaan gekregen dat niemand minder dan oud-president Valéry Giscard d'Estaing tot voorzitter is benoemd van de Europese Conventie die zich over de toekomst van Europa buigt. Maar het lijkt erop dat president Chirac zichzelf daarmee in de eerste plaats verlost heeft van een persoonlijke rivaal, want van een Franse visie op die toekomst is vooralsnog taal noch teken vernomen. Gevraagd naar het standpunt inzake de hervorming van de instellingen en de herschikkking van de macht zei een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken deze week nog eenvoudig: ,,Daar wordt aan gewerkt.''

Niet alleen de begrotingsperikelen wekken de indruk dat Frankrijk Europa als loket gebruikt. Premier Raffarin heeft sinds zijn aantreden in het voorjaar zegge en schrijve één keer de gang naar Brussel gemaakt. Om, net als zijn minister van Europese Zaken voortdurend doet, te pleiten voor een verlaging van de BTW voor de Franse horeca. Achter de ene verkiezingsbelofte gaat de andere schuil. Het wekt des te meer ergenis, daar Frankrijk, dat van de vijftien lidstaten verreweg de meeste landbouwsubsidie ontvangt, de noodzakelijke hervorming van de Europese landbouwpolitiek voor zich uitschuift. En de door Brussel opgelegde liberalisering van de energiemarkt almaar uitstelt, terwijl Electricité de France intussen profiteert van de elders wel geliberaliseerde markt door middel van overnames.

De enige recente Franse bijdrage aan de Europese zaak in eigen ogen althans is de verhoging van het defensiebudget. Daarvan profiteren alle Europeanen, zo hebben Chirac en Raffarin bij herhaling betoogd, om er in één moeite door het uitstel van de sanering van het begrotingstekort mee te rechtvaardigen. Niet alleen om die laatste overweging neemt de inspanning op defensiegebied de twijfels omtrent ,,de ware Europese ambities van president Chirac'' niet weg, zoals de Brusselse correspondent van Le Monde het vaderland liet weten. Volgens hem ziet ,,menigeen [...] er vooral een poging in om politieke invloed terug te winnen, die Frankrijk de laatste jaren is kwijtgeraakt aan Berlijn en Londen''.

    • Pieter Kottman