Eenzaamheid: een karakterkwestie

De uitwonende student zou een levendiger bestaan hebben dan de student die in het ouderlijk huis blijft. Maar wat is oorzaak en wat gevolg?

De belangrijkste keus voor iedere aankomende student is: ga ik op kamers, of blijf ik thuis wonen? Beide opties hebben gevolgen voor het sociale leven, voor de relaties met jeugdvrienden, ouders en medestudenten.

De Informatie Beheer Groep kan aan de hand van haar bestand grofweg de verhouding aangeven tussen thuiswonenden en kamerbewoners: bij hbo-studenten is die ongeveer 50/50, bij universiteitsstudenten circa 30/70. Peter Dekker, psycholoog van Bureau Studentenpsychologen verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), zegt over de oorzaak van dit verschil: ,,Hbo-studenten zijn jonger als ze van de middelbare school komen. Daarbij komt dat de hbo-opleiding meer als school wordt gezien, en in de buurt wordt gezocht. Het universitaire studeren gebeurt meer in de grote stad, vaak een eind van het ouderlijk huis, en daarbij hoort dan het op kamers wonen.''

Behalve de keus tussen op kamers gaan en thuiswonen, blijkt er nog een derde optie in zwang: op kamers wonen in het ouderlijk huis. De student betaalt zijn ouders huur en leeft een relatief zelfstandig leven.

Michel Beuving (23, student ruimtelijke ordening en planologie aan de Hogeschool van Utrecht) woont op deze manier bij zijn moeder. Omdat hij zelf zijn studie moet betalen, is hij niet op kamers gaan wonen. Michel houdt te weinig geld over om een eigen huishouden te kunnen bekostigen. Hoewel hij nog in zijn ouderlijk huis woont, gaat Michel niet veel meer om met zijn oude vrienden van de middelbare school. Ook het aantal nieuwe vriendschappen in de stad waar hij studeert valt tegen. ,,Ik heb wel wat mensen leren kennen van mijn studie, maar ik heb veel meer vrienden thuis in Hilversum. Ik werk daar in een café.''

Esther Boucher, psychologe en werkzaam bij Bureau Studentenpsychologen, ziet in dat opzicht weinig verschil tussen `zelfstandig wonen bij de ouders' en `gewoon' thuis blijven wonen. ,,Als je op kamers woont, is de drang veel groter om nieuwe vrienden te maken. Je móet wel, anders word je eenzaam. Als je thuis woont, op welke manier dan ook, is de drang er minder, omdat je nog in je oude omgeving zit.''

Er zijn thuiswoners die zich wel in het studentenleven proberen te mengen. Een gemakkelijke manier om mensen te leren kennen, is lid worden van een studentenvereniging. Anna Hoogenboom (21, studente moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam) begon na een jaar thuiswonen wat actie te ondernemen. ,,In mijn eerste jaar was ik in Amsterdam vooral bezig met studeren en thuis met vrienden. In mijn tweede studiejaar veranderde dat. Ik ben toen bij een commissie gegaan die de introductieweek voor nieuwe studenten organiseert en daar heb ik veel mensen leren kennen. Het bleek niet alleen om het organiseren te gaan. Het was echt een soort vereniging, met activiteiten. Ik denk dat ik daardoor rond die tijd toch begon met het zoeken naar een kamer.''

Misja van Veen (23, student bouwkunde aan de Technische Universiteit in Delft) heeft een soortgelijke ervaring. Hij bleef aanvankelijk thuis wonen omdat al zijn middelbareschoolvrienden dat deden en omdat de afstand tussen zijn ouderlijk huis en de universiteit te overzien was. Pas toen hij lid werd van een studentenvereniging en hij zijn oude vrienden in zijn woonplaats steeds minder zag, kreeg hij de behoefte een kamer te zoeken. ,,Altijd als het net gezellig begon te worden, moest ik al naar huis.''

Maar de student die van meet af aan op kamers woont, krijgt het levendige sociale leven ook niet in de schoot geworpen. Ook die kan veel baat hebben bij een lidmaatschap van een vereniging, meent Kiki Spek (19, studente internationale bedrijfskunde aan de Universiteit van Maastricht). Kiki woont vanaf haar eerste collegedag op kamers, omdat ze behoefte had aan zelfstandigheid. Bovendien was de afstand tussen haar ouderlijk huis en de universiteit niet te overbruggen. ,,Ik ben bij een vereniging gegaan, omdat ik een gezellig studentenleven wilde en een lidmaatschap vergemakkelijkt dat. Ik denk dat als je niet bij een vereniging zit, maar wel op kamers woont, je veel meer je best moet doen om vrienden te maken. Voor mij liggen die voor het oprapen.''

Maar zijn alle kamerstudenten zonder lidmaatschap van een vereniging dan eenzaam? Eenzaamheid is veeleer een kwestie van karakter, meent Peter Dekker van Bureau Studentenpsychologen van de UvA. ,,Studenten die zich eenzaam voelen op hun kamer, stonden vaak als leerling op de middelbare school al aan de rand van de groep. Het zijn mensen die toen wel wat vrienden hadden, maar sociaal niet heel erg vaardig zijn.''

Dat uitwonende studenten over het algemeen meer nieuwe vrienden maken, heeft niet alleen te maken met de woonsituatie op zich, maar heeft ook een psychologische achtergrond. Dekker: ,,Als de student uit huis gaat, is het losmaken van de ouders wat definitiever; je woont niet meer thuis. Als je bij je ouders blijft wonen, is er wel de behóefte om los te komen, maar zit het wat ingewikkelder, omdat je elkaar nog steeds ziet.''

De studentenpsychologen zijn het erover eens dat op kamers gaan grote voordelen voor het sociale leven heeft, mits de student daar zelf behoefte aan heeft. Studenten die wat meer de kat uit de boom willen kijken, raden ze aan het eerste studiejaar thuis te overbruggen, maar wel open te staan voor vrienden in de studiestad. Zodra nieuwe vriendschappen zijn gesloten, en het losmakingsproces eenmaal op gang is gekomen, is het goed voor de zelfstandigheid op kamers te gaan.

    • Annieke Knijff