Een snelle zege en daarna veel problemen

Ik denk dat de meeste gevechten in Irak binnen twee weken voorbij zullen zijn. We moeten misschien een troepenmacht van 250.000 man opbouwen, maar daarvan zal een groot deel helemaal niet worden ingezet. De feitelijke gevechtstroepen zouden wel eens 75.000 tot 100.000 man kunnen tellen.

We beginnen de eerste nacht wellicht met duizend lucht- en raketaanvallen. Hoogstens tien daarvan missen misschien hun doel en treffen Iraakse burgers.

En misschien moet er ook een aantal militaire doelen worden getroffen die zo dicht bij woonwijken liggen dat de zogeheten `bijkomende schade' sommige burgers zal treffen. Toch zullen er aanvankelijk waarschijnlijk niet zoveel verliezen onder de Iraakse burgers zijn.

Ik verwacht geen Amerikaanse slachtoffers bij die eerste aanvallen en over het geheel genomen, al naar gelang de hevigheid van de gevechten, misschien enkele tientallen.

Maar dit zijn mijn verwachtingen volgens het beste scenario. Dat gaat uit van de veronderstelling dat de Irakezen het conflict niet zullen bespoedigen en dat de weerstand zal wegsmelten als de Irakezen die eerste nacht van aanvallen meemaken en de kracht ervan ervaren.

De witte vlaggen zullen worden uitgestoken. Het besef van een onvermijdelijke nederlaag tegen de Amerikaanse overmacht zal zo sterk zijn dat de Iraakse soldaten zullen inzien dat er vóór hen meer gevaar dreigt dan achter hen, en dat ze zich zodra ze kunnen, zullen overgeven. Het apparaat van Saddam zal van onder naar boven en van buiten naar binnen bezwijken. Ons grootste probleem in de strijd wordt waarschijnlijk de aanpak van de honderdduizenden gewapende en hongerige deserteurs die zich overgeven.

Maar ook volgens de meest optimistische scenario's zullen dan waarschijnlijk de problemen beginnen.

De voedseldistributie zal instorten. De gezondheidszorg zal instorten. Er zal geweld en wraak op straat zijn als de geheime politie van Saddam wegsmelt. Ondanks onze inspanningen om de orde te bewaren, zullen er vermoedelijk opstanden komen, zoals in Basra aan het einde van de Golfoorlog. Het volksgeweld zal wijdverbreid zijn, en gericht op de mensen die banden met het bewind van Saddam hadden.

De hoge schatting van het slachtoffertal geldt als Saddam ons aan ziet komen terwijl we ons in Koeweit voorbereiden. Dat hij zegt: `Ik heb die sjiieten toch al nooit gemogen', en ten zuiden van de 33ste breedtegraad al zijn biologische en chemische voorraden (zoals vrachtwagens vol miltvuur) op hen loslaat. Als wij Amerikanen daar op weg naar Bagdad doorheen rijden, krijgen we al dat spul binnen en dat vormt een groot risico voor ons.

Maar belangrijker is nog dat het Iraakse volk erdoor zal worden ziekgemaakt. En Saddam zal proberen te zeggen dat wij dat hebben veroorzaakt. Dan hebben we het over twaalf tot veertien miljoen mensen die gevaar lopen in Zuid-Irak. Ook als wij zelf onze beschermende pakken aanhebben, hoe moeten we dan zorgen voor alle zieken en stervenden?

Ook zal Saddam misschien proberen zijn paar resterende Scuds in te zetten voor een aanval op Israël. De Israëliërs zullen met hun antiraketsystemen terugschieten. En ook wij zullen de Irakezen aanvallen om de dreiging van de Scuds weg te nemen. Maar de mogelijkheid blijft altijd bestaan dat er een Scud met antrax doorglipt en Israël treft. En in dat geval, zeggen de Israëliërs, moeten ze iets terugdoen tegen Irak. Dat is het recept voor tienduizenden burgerslachtoffers.

Op korte termijn dreigt er als gevolg van de aanval een zekere instabiliteit in het Midden-Oosten. In het begin van de campagne vinden er wellicht volksopstootjes plaats. Maar als de oorlog snel eindigt, zal het effect waarschijnlijk minimaal zijn.

Vorig jaar lieten de Arabische betogers Osama bin Laden en de Talibaan in de steek zodra ze zagen dat de Amerikaanse troepen in Afghanistan succesvol waren. Zodra ze zien dat Saddam Hussein het onderspit delft, zullen ze hem ook in de steek laten.

Maar op de lange termijn brengt een vernietigende nederlaag van Saddam een uiterst gevaarlijk risico met zich mee, namelijk dat zich in het hele Midden-Oosten het gevoel verdiept van een Arabische vernedering. De Amerikaanse en geallieerde overwinning zal worden gezien als een herinvoering van het kolonialisme. Dat beeld wordt nog verergerd door mensen die zeggen dat wij de oorlog kunnen betalen door dagelijks een miljoen vaten Iraakse olie in beslag te nemen.

Dat soort praatjes bevestigt alleen maar de misvatting dat het Amerika louter om de olie begonnen is. Een ander gevaar is dat Irak een strijdtoneel van fundamentalisten zou kunnen worden. Daar kunnen de Amerikaanse soldaten weinig tegen doen – dat zal afhangen van de snelle vorming van een doeltreffende Iraakse regering.

Dit commentaar van oud-opperbevelhebber Wesley Clark van de NAVO in Europa is een bewerking van een interview, afgenomen door Nathan Gardels. © LATS

    • Wesley Clark