Democraten vreesden wankelmoedigheid

De Democraten in het Amerikaanse Congres konden in het debat over Irak alleen maar verliezen. Ze hebben geprobeerd er het beste van te maken, maar president Bush heeft gekregen wat hij wilde.

Vietnam was terug in Amerika deze week. Terwijl beide Huizen van het Congres de resolutie bespraken die president Bush machtigt zo nodig geweld te gebruiken tegen het Irak van Saddam Hussein, kon niemand de Golf van Tonkin-resolutie vergeten, die president Johnson in 1964 carte blanche gaf voor een rampzalige oorlog.

De Vietnam-nachtmerrie inspireerde donderdag vooral de tegenstemmers, die talrijker waren dan 28 jaar geleden. Het verzet werd geleid door de 84-jarige senator Robert Byrd: ,,Al degenen die nu nationalistische strijdleuzen uiten over de noodzaak ten strijde te trekken zou ik willen oproepen het Vietnam monument op de Mall te bezoeken''.

Niet alleen het risico van grote aantallen Amerikaanse slachtoffers in een deels in de steden uitgevochten Tweede Golfoorlog speelde een rol. De critici wezen ook op de kans dat terroristen, al of niet in samenwerking met Saddam Hussein, op een oorlog in Irak zullen reageren met meer terrorisme op Amerikaans grondgebied. ,,Wie dat niet wil zien heeft straks veel bloed aan zijn handen'', waarschuwde senator Graham, ook een Democraat.

Byrd wees in snijdende bewoordingen op wat hij omschreef als een greep naar de macht van het Witte Huis. De president hoort zijns inziens niet te bepalen wanneer de Verenigde Staten een oorlog beginnen. Het Congres moet dat recht niet uit handen geven aan `de opperbevelhebber' een term die zijns inziens niet eens in de Grondwet staat.

Senator Byrd was bereid een filibuster te voeren, dat wil zeggen een toespraak te houden zonder eind om besluitvorming te blokkeren. Met meer dan de vereiste 60 van de 100 stemmen werd aan die poging het debat te rekken een eind gemaakt. Toen het vrijdagochtend vroeg op stemming aankwam, bleken 21 Democraten Byrds verzet te delen, plus één Republikein en de onafhankelijke senator Jeffords (de man die de Democraten vorige jaar aan de krapst denkbare meerderheid in de Senaat hielp).

Alle Democraten die een oogje op het Witte Huis in 2004 hebben, stemden voor de resolutie: de senatoren Kerry (Massachusetts), Lieberman (Connecticut), Edwards (North Carolina), Daschle (South Dakota) en de leider van de Democratische minderheid in het Huis Gephardt. Tot de tegenstemmers behoorde Edward Kennedy. De meeste Democratische voorstemmers deden dat `ongaarne', zoals een hunner opmerkte.

In het Huis van Afgevaardigden, dat 435 zetels telt, kwamen de tegenstanders tot 133 stemmen (126 Democraten, 6 Republikeinen en één onafhankelijke). Hoewel ook daar de opponenten probeerden met grote en kleine amendementen de rechten van het Congres aan te scherpen, kreeg president Bush in grote lijnen wat hij oorspronkelijk van het het Congres had verlangd: volmacht Saddam aan te pakken wanneer hem dat nodig dunkt.

De president gaat de komende twee weken op reis om dit politieke succes te helpen verzilveren voor de Republikeinse Congres-kandidaten. Tom Daschle, de leider van de Democratische meerderheid in de Senaat, tekende daar gisteren direct bezwaar tegen aan wegens onjuist gebruik van publieke middelen. De Witte Huis-staf kon het zich veroorloven slechts de schouders op te halen: Daschle kwam verzwakt uit het debat van het jaar.

Zijn dilemma was exemplarisch voor het probleem van veel Democraten. Hij was, net als Dick Gephardt, de Democratische voorman in het Huis, een van de tegenstemmers in 1991, toen de president Bush senior steun vroeg voor de Eerste Golfoorlog.

Dat is hen jaren nagedragen. Om nu niet weer voor wankelmoedig te worden uitgemaakt, zeker na de aanslagen van 11 september en aan de vooravond van cruciale tussentijdse verkiezingen op 5 november, moesten zij president Bush steunen tegen Saddam.

Daschle gaf gisteren toe dat hij had gehoopt via amendementen de president minder brede volmachten te geven. Maar het gevaar dat de VS bedreigt is zo groot dat hij tegenstemmen niet verantwoord vond. Hij gooide het er nu op dat de tekst van de resolutie de president nog tot heel wat overleg met het Congres verplicht. ,,Dit is maar de eerste stap'', aldus Daschle, die hoopt dat oorlog kan worden vermeden.

Door al die aandacht en groeiende steun voor Bush' oorlogsplannen verloren de Democraten de afgelopen weken tijd en ruimte om hun sociaal-economische agenda uit te dragen. De stemming was gisteren amper afgewikkeld of zij hielden een Forum voor Economisch herstel, waar zij Democratische campagnethema's voor de resterende weken lanceerden: werkloosheid, bedrijfsfraude en de pensioenproblemen die miljoenen Amerikanen zwaarder op het gemoed liggen dan Saddam Hussein. De Republikeinen hielden inderhaast een schaduw-conferentie die de gezondheid van de Amerikaanse economie bejubelde.

Voor de Democraten in het Congres was de Irak-resolutie van het begin af aan een puzzel die zij alleen met veel geluk konden oplossen. Alleen een nieuwe Enron-affaire of een regelrechte beurskrach had hen bevrijd uit een lose-lose-situatie. Nobelprijswinnaar Jimmy Carter had geen last van die politieke dwangpositie: hij zou hebben tegengestemd, zei hij gisteren. Hij is dan ook nooit herkozen.