De schapen zijn op in Ivoorkust

In Ivoorkust ligt de handel lam sinds de gewapende opstand van de rebellen, vorige maand. Het land kent rijke bronnen, maar staat aan de rand van de afgrond. De verkoop van het Nederlandse textielbedrijf Vlisco ligt er stil.

De veehandelaren in Port-Bouët vervelen zich al drie weken. Port-Bouët is een armoedige buurt aan de rand van Abidjan en het domein van slagers, slachters, verkopers en veeboeren. Aan de ene kant van de weg staan de roestige markthallen, aan de andere kant staat het nog uit de koloniale tijd stammende abattoir. Normaal gesproken arriveren hier dagelijks tientallen koeien en schapen, per vrachtwagen uit Mali of per trein uit Burkina Faso. Vandaag staat er maar één kudde te lummelen in de zon. De handel ligt stil sinds 19 september, de dag dat rebellen een greep naar de macht deden en het noorden van Ivoorkust innamen. Vrijwel alle belangrijke doorgangsroutes zijn afgesneden. De grens met Burkina Faso is dicht.

,,We doen niets, we verdienen niets'', zegt een handelaar, een oudere man in een paars gewaad met gouden biesjes. De prijs van een koe is bijna verdubbeld, vertelt hij. De schapen zijn op. Sommige van zijn collega's hebben de moed opgegeven en zijn terug naar hun thuisland Burkina Faso gegaan. De veehouderij in Ivoorkust is in handen van Burkinabezen en Malinezen. Vooral op de ruim drie miljoen Burkinabezen wordt de druk steeds groter. Niet alleen lijden zij het meest onder de economische gevolgen van de crisis, ook worden ze steeds vaker scheef aangekeken door de Ivorianen, die hen ervan verdenken dat ze de gewapende opstand steunen.

De economie van Ivoorkust balanceert op de rand van de afgrond. Een verder afglijden kan desastreuze gevolgen hebben voor de regio. Landen als Burkina Faso, Mali en Niger zijn voor hun import grotendeels afhankelijk van Ivoorkust. In economische termen is Ivoorkust een land van superlatieven: het is de grootste cacaoproducent ter wereld, de derde economie van zwart Afrika, de grootste exporteur in de regio en daarmee de economische motor van West-Afrika. Het heeft twee belangrijke havens, in Abidjan en San Pedro, en er worden bananen, ananas, katoen en suiker geproduceerd. Toch ging het de laatste jaren maar matig. Na de eerste geslaagde militaire coup, eind 1999, bevroor de Europese Unie alle hulp. Veel buitenlandse investeerders trokken zich terug. Maar met het aantreden van de democratisch gekozen president Laurent Gbagbo, eind 2000, keerde het optimisme terug. Nadat de economie kromp met 1,5 procent, werd Ivoorkust opnieuw financiële steun toegezegd. De voormalige koloniale macht Frankrijk, die hier nog steeds enorme financiële belangen heeft, beloofde begin dit jaar een ongekend hoog bedrag.

Afrika drijft op handel. Zodra er een politieke crisis uitbreekt, worden de miljoenen kleine handelaars het hardst getroffen. Direct na 19 september stelde de regering een avondklok in. Dat betekent dat de taxichauffeurs hun inkomsten van de ene op de andere dag gehalveerd zagen. De restaurants staan er beroerd voor. De marktvrouwen die 's avonds pinda's langs de straat slijten, moeten binnen blijven. En alleen al het feit dat de talrijke nachtclubs in Abidjan niet open kunnen, is een ramp voor duizenden families. Iedere nachtclub heeft een sigarettenverkoper, een jongen die de flessen ophaalt, een man die de deur openhoudt, bewakers, barpersoneel en de onvermijdelijke groep prostituees. Vaak onderhouden zij in hun eentje een voltallig gezin.

Gin Zi Sue, een Chinese zakenman die twee maanden geleden van Beiroet naar Abidjan verhuisde, kan erover meepraten. Met zijn omvangrijke buik staat hij boven een frituurpan met loempia's in een snackbar die hij pas heeft overgenomen. Zestigduizend dollar heeft hij geïnvesteerd in een chique restaurant dat sinds het begin van het conflict op opening wacht. Het personeel was al ingevlogen uit Beiroet. Tien procent van de Ivoriaanse bevolking barst van het geld, lacht hij. Maar nu geven ze dat niet uit. Gin Zi Sue blijft positief: ,,Ik doe graag zaken in Afrika. Hier is één plus één drie. Met geld kun je alles regelen.''

De rebellen houden nog steeds de commercieel belangrijke stad Bouaké bezet, in het midden van het land. Niet alleen koeien, ook luxeproducten als sigaretten en stof worden daardoor niet meer aangevoerd. De Nederlandse textielproducent Vlisco, maker van de waxprints die populair zijn bij West-Afrikaanse vrouwen, heeft een weverij met duizend werknemers in Bouaké. Het katoen voor de fabriek in Abidjan wordt nu uit voorraad gehaald voor export naar de omringende landen. De verkoop in Ivoorkust is gedaald tot nul. Alles lag klaar voor de feestmaand oktober, zegt commercieel directeur Erwin Merkx. ,,We gaan ervan uit dat het conflict binnen een maand voorbij is en dat we een inhaalslag maken.''

Het meest bezorgd is de cacaosector. De oogst moet over een paar dagen beginnen, maar analisten vrezen dat die vertraging zal oplopen. Ivoorkust produceert ongeveer 1,2 miljoen ton cacao per jaar, bijna drie keer zoveel als de tweede belangrijkste cacaoproducent Ghana. De zogeheten cocoa belt begint bij Daloa, een stad die de rebellen al gevaarlijk dicht hebben genaderd. Als het regeringsleger erin slaagt de rebellen op afstand te houden, kan de oogst gewoon doorgaan. De toch al hoge prijzen hebben inmiddels het hoogste niveau sinds zestien jaar bereikt. De cacaoverwerkende bedrijven in Abidjan willen geen commentaar geven. Ze zijn als de dood dat dat de markt beïnvloedt. Want zonder cacao kan Ivoorkust niet bestaan.