DE INZENDINGEN

Een keer per jaar vraagt NRC Handelsblad aan studenten mee te werken aan een bijlage in de krant. Ditmaal koos de redactie voor het onderwerp relaties. Eind juni verscheen de oproep in de krant en op de site. Ruim driehonderd reacties stroomden per post en e-mail binnen. Tien studenten werden uitgekozen om hun invalshoek in een journalistiek verhaal te verwerken.

Wat opviel was het inhoudelijke verschil tussen de papieren en de elektronische post: de laatste leek haastiger en minder doordacht geschreven. Studenten meldden per e-mail veelvuldig dat ,,iedereen relaties heeft'' en ze er daarom graag over zouden willen schrijven in de krant. De briefschrijvers gaven veelal concrete invalshoeken.

Een tweede opvallend gegeven was de persoonlijke toon van veel brieven. Sommige inzenders legden hun hele ziel bloot. ,,Het is voor het eerst dat ik hier over praat'', stond er dan als aanhef boven het relaas.

Een breed onderwerp als `relaties' leverde een grote variatie aan invalshoeken op. De redactie ontving gedichten over verloren dierbaren, een verhandeling over de liefde voor boerenmetworst, een aantal brieven over de relatie van mens tot God en gedachten over `de relatie met mijzelf.' Vreemd genoeg waren de inzendingen over liefdesrelaties op een hand te tellen. Familie scoorde wel hoog, met name opa's en oma's, alsmede vriendschap en dan vooral die met medestudenten.

Inzenders die schreven over het studentenleven verhaalden opvallend vaak over eenzaamheid. `Was ik maar thuisgebleven, mijn ouders zijn zo vervelend nog niet', was de strekking van zeker dertig brieven.

De verhouding mannen-vrouwen onder de inzenders was nagenoeg fifty-fifty. Wel kozen veel vrouwen gevoeligere onderwerpen als dood, afscheid en de band met ouders. Mannen spraken meestal liever over kameraadschap en hun relatie met een bepaald (vakantie)land.