BEMIDDELING IN EIGEN KRING

Op de Rotterdamse vmbo Gijsbert Karel van Hogendorp lossen leerlingen hun eigen conflicten op. De docenten bemoeien zich er nauwelijks meer mee. `Leraren zeggen toch alleen maar: jij bent fout, hou je mond en bied je excuses aan.'

`Eigenlijk lossen degenen die ruzie hebben zelf het probleem op. Wij mogen niets zeggen. Alleen maar luisteren en vragen stellen', aldus Bouchra Ambarki (16). De leerlinge uit het vierde jaar is al drie jaar bemiddelaar in conflicten tussen leerlingen. Volgens Bouchra zijn de meeste leerlingen al blij dat er naar ze geluisterd wordt. ``Ze krijgen de mogelijkheid om hun kant van het verhaal te vertellen.'' Bouchra werd door haar klasgenoten aangewezen als bemiddelaar. Daar was ze zelf verbaasd over. ``Ik wist niet dat mijn klasgenoten vonden dat ik sociaal ben en makkelijk kan praten.'' Emrah Çalik (15) overkwam hetzelfde. Hij werd twee jaar geleden door zijn klas aangewezen als bemiddelaar. Hij denkt zelf dat het komt omdat hij heel rustig is. ``Rustig blijven is heel belangrijk. Je moet zelf niet boos worden en niet laten merken dat je vindt dat iemand liegt.''

Sinds vier jaar bemiddelt een groepje van ongeveer tien leerlingen van de vmbo Gijsbert Karel van Hogendorp in de Rotterdamse wijk Delfshaven de conflicten van hun medeleerlingen. De school is een vmbo zoals er vele zijn in de grote steden. De 300 leerlingen van de school zijn grotendeels van Antilliaanse, Surinaamse, Marokkaanse, Turkse of Kaapverdische afkomst. De witte leerlingen zijn op de vingers van één hand te tellen. De vmbo-school is een zogenaamde brede school. Zeven jaar geleden gooide de school het roer om. In de eerste twee jaren hebben de leerlingen een kerndocent, een vaste leerkracht die alle vakken geeft. De leerkrachten zijn stuk voor stuk afkomstig uit het basisonderwijs. Leerkrachten die blijk gaven van een zekere minachting jegens de leerlingen kregen het verzoek om elders een baan te zoeken.

Op de school is een aantal vaststaande regels: geen hoofddoekjes en petjes, geen mobiele telefoons, geen blote kleding. In het derde jaar gaat iedereen verplicht mee op schoolreis anders worden leerlingen niet toegelaten. Er is een strikt systeem van ordehandhaving: iedere leerling heeft een gele kaart waar overtredingen op worden aangetekend en bij drie overtredingen volgt een gesprek, zo nodig met de ouders erbij. Sommige leerlingen studeren in drie richtingen tegelijkertijd af, computers, handel en economie. De school had vorig jaar een slagingspercentage van 98.

Arno Tavenier is gymnastiekleraar en begeleider van het bemiddelingsproject. Maar veel bemoeienis heeft hij er na vier jaar niet meer mee. ``Ze regelen het grotendeels zelf. Als ze horen van een conflict gaan ze er zelf op af en vragen aan de leerlingen of ze behoefte hebben aan bemiddeling. Soms geef ik aan hen door dat er een conflict is. Maar vaak weten zij dat al veel eerder. Ik lees de verslagen die zij schrijven. Maar om nou te zeggen dat ik ze zwaar begeleid, nee. We gaan een keer per jaar met zijn allen uit eten.'' Tavenier vindt de bemiddeling van de leerlingen effectiever dan die van de leerkrachten. ``De leerlingen weten veel beter wat er speelt op de school. Zij staan er tussenin. Als leerkracht sta je daar verder van af.'' Als voorbeeld noemt hij een conflict een jaar geleden. ``Twee meiden bedreigden elkaar en beloofden elkaar op te zoeken in het weekend. Alle docenten gingen met een benauwd gevoel naar huis: `als dat maar goed gaat'. Na het weekend heb ik gelijk twee bemiddelaars gevraagd er iets aan te doen. In twintig minuten was het probleem opgelost. De dames kregen op een nette manier de kans om onder hun conflict uit te komen.''

Bouchra en Emrah zijn ook niet zo te spreken over de aanpak van leerkrachten bij conflicten. Emrah: ``Leraren zeggen toch alleen maar jij bent fout, hou je mond en bied je excuses aan. Ze lossen niets op.'' Bouchra heeft in de drie jaar dat ze bemiddelt ongeveer twintig conflicten opgelost. De conflictbemiddeling is volgens haar gebaseerd op vertrouwen en praten. ``We leggen ze eerst de regels uit. Je moet elkaar laten uitpraten, allebei de partijen vertellen hun verhaal. Alles wat wordt verteld is vertrouwelijk. En wij, de bemiddelaars zijn neutraal. Wij luisteren, stellen vragen en vatten hun verhalen samen. Dan proberen we een oplossing te vinden. Vinden we een oplossing dat zetten we die op papier en dan ondertekenen we dat. Na twee weken kom je nog eens bij elkaar om te bespreken hoe het gaat.'' In de vier jaar dat zij bemiddelt is geen van de conflicten weer opgelaaid.

De conflictbemiddeling op de G.K. van Hogendorp is gebaseerd op het Amerikaanse `mediation' of `neighbourhood counseling', het oplossen van conflicten tussen buren, in relaties en families door middel van een neutrale bemiddelaar. Om te voorkomen dat conflicten voor de rechter belanden en het eigenlijk te laat is voor een oplossing. De leerlingen hebben een tweedaagse opleiding gevolgd bij Nelke Temme en Stijn Hoogerhuis van Temme Consult. Nelke Temme heeft verschillende vrijwillige mediators opgeleid en begeleid voor de buurtbemiddeling in Rotterdam. ``En daar kwam het idee ook vandaan. Dit kan je ook op scholen doen. En zo is vier jaar geleden het project op twee scholen gestart'', aldus Nelke Temme. Intussen zijn er in Rotterdam al tien scholen met leerlingbemiddelaars. Maar conflictbemiddeling is niet op iedere school mogelijk. Temme: ``Het is geen oplossing voor een school met een onveilig klimaat. Op een huis zonder dak ga je ook geen dakgoot zetten. Er moet een klimaat zijn waar dat mogelijk is. Dus eerst dat dak er weer op.''

serieus

Leerlingen, zegt Nelke Temme, moeten zich durven onderscheiden als conflictbemiddelaar. ``Leerlingen moeten erop aangesproken kunnen worden dat ze ruzies niet oplossen.'' Daarnaast is de houding van de leerkrachten heel belangrijk. De leerkrachten moeten de leerlingen serieus nemen. ``Ze moeten wel geloven dat de leerlingen daartoe in staat zijn.''

Nelke Temme vindt de conflictbemiddeling op vmbo G.K. van Hogendorp zeer goed lopen. Ze stelt zelfs dat conflictbemiddeling op een vmbo beter werkt dan op een hogere opleiding. ``Juist vmbo-leerlingen hebben veel baat bij bemiddeling. In de situatie waar veel vmbo-leerlingen opgroeien zijn er vaak maar twee manier om een conflict met iemand anders te hanteren: de confrontatie opzoeken of ontlopen. Maar bemiddeling geeft leerlingen een derde mogelijkheid. Namelijk het conflict wel aangaan en er heelhuids uitkomen. Voor hoger opgeleide leerlingen uit andere milieus is dat belang van bemiddeling minder groot. Zij hebben andere machtsmiddelen om conflicten aan te gaan en op te lossen. Zij hebben ouders die voor hen opkomen en proberen een oplossing te zoeken. Ouders van vmbo-leerlingen komen ook op voor hun kinderen, maar zijn eerder geneigd op zoek te gaan naar de schuldigen.''

Arno Tavenier is ook meer dan tevreden over het bemiddelingsproject op de school. ``Maar ik ga nu niet doen of het op deze school allemaal koek en ei is. Het is een school die in de frontlinies van onze samenleving staat en dat gaat heus niet altijd van een leien dakje. Maar we willen onze leerlingen daarmee leren omgaan. Dat is ook de visie op onze school. De rode draad door de school is het verstevigen van de sociale competentie van de leerlingen. Zodat hun zelfvertrouwen en verantwoordelijkheid toenemen. Door in ze te geloven en ze te vertrouwen. En als dat niet goed gaat, blijven proberen. Daar is de conflictbemiddeling een onderdeel van. En dat alles bij elkaar zorgt ervoor dat er steeds minder conflicten plaatsvinden.''

Op dit moment hebben de bemiddelaars niet veel te doen. Emrah: ``Het is net vakantie geweest en dan is iedereen nog heel relaxed.'' De laatste twee jaren waren de meeste conflicten vlak voor de kerstvakantie. Tavenier: ``Voor de vakantie is de energie op en dan liggen conflicten dichter aan de oppervlakte. Maar daar kwam de afgelopen jaren ook nog eens de ramadan bij. De leerlingen die vasten zijn dan extra prikkelbaar.'' Bouchra: ``Dan zwaaien de leerlingen die niet vasten wel eens pesterig met een boterham voor je neus.'' Emrah: ``En dat is niet leuk als je honger hebt. Daar worden sommige leerlingen heel boos om.''Op de vraag of de verschillende afkomst van de leerlingen ook een verschillende manier van bemiddeling behoeft, knikken de twee bevestigend. Bouchra. ``Bij Surinaamse en Antilliaanse leerlingen moet je van het begin af aan duidelijk maken dat ze niet mogen schreeuwen, opstaan en heel erg me de handen gaan staan bewegen.'' Emrah keert als voorbeeld zijn handen richting zijn borst: ``Dat moet je gelijk stoppen. Bij Turken moet je heel rustig zijn. Ze rustig laten uitpraten. En voor Marokkaanse leerlingen is het belangrijk dat iedereen beleefd blijft.''

Emrah en Bouchra zien beiden een groot verschil tussen hun school en een aantal vmbo's in hun omgeving. Bouchra: ``Op andere scholen staat iedereen bij zijn eigen groep. De Surinamers, de Antillianen, de Turken, de Marokkanen en de Cabo's hebben allemaal hun eigen groep. En als je iemand aankijkt, is het gelijk van `Waarom kijk jij me aan'. En dan moet je uitkijken geen ruzie te krijgen. Emrah: ``Op onze school gaat iedereen met elkaar om, wij staan niet in groepjes. Wij doen hier wat ze op het stadhuis willen. Dus wij geven ze eigenlijk het goede voorbeeld.''

    • Anja Vink