`Allochtonen aanpakken met de wet in de hand'

Ze is Ayaan Hirsi Ali niet, maar kaart dezelfde onderwerpen aan. Als Marokkaans meisje liep Mimount Bousakla van huis weg en nu is ze wethouder in Antwerpen. De moeizame integratie van allochtonen verklaart ze niet uit de islam, maar uit tradities. `Allochtonen moeten hun dochters vrijer laten en eens wat beter op hun zoons letten.'

`Ik mocht thuis niets. Ik was een meisje, en meisjes moeten kort worden gehouden, zodat ze de eer van de familie niet bezoedelen. Ik heb hard gevochten. Het haalde niets uit. Uiteindelijk ben ik vertrokken, twee dagen voor mijn achttiende verjaardag. Toen ze me vijf jaar later op de tv zagen, wist mijn familie dat ik nog leefde. Nu heb ik een goede baan bij een bank en ben ik wethouder in Antwerpen. Ik heb het `gemaakt'. Ik ben een voorbeeld voor de familie geworden. Mijn oom, die destijds vond dat ik mijn mond moest houden en gewoon moest trouwen, zegt nu tegen zijn dochter: `Je moet hard studeren, Mimount heeft er ook keihard voor gewerkt!''

Als iemand uit eigen ervaring weet hoe moeilijk het is om als allochtoon iets te bereiken in België, is het wel Mimount Bousakla. In het `integratiedebat', dat nu ook in België op gang komt, stelt de socialistische politica (Leuven, 1972) de problemen luidkeels aan de orde. Scholen en werkgevers discrimineren bij de vleet, zonder dat je er precies de vinger op kunt leggen. Marokkaanse families houden hun dochters kort en laten hun zoons te vrij, met alle gevolgen van dien: meisjes leren alleen lezen en schrijven en worden dan uitgehuwelijkt, jongens raken aan lager wal, omdat anything goes. Allochtonenclubs bedekken alles met de mantel der liefde, omdat ze bang zijn dat ze anders hun subsidie verliezen. ,,Ik schreeuw dit soort dingen van de daken, en het wordt me niet altijd in dank afgenomen. Maar er is íemand die het moet doen. De staat en de allochtonen moeten ingrijpen. Anders stevenen we op een catastrofe af. Als ik geen hoop had, zou ik gewoon carrière maken bij de bank. Maar mijn verhaal bewijst dat het ook anders kan. Dus probeer ik om er anderen de ogen mee te openen.'

Bousakla is dertig, maar ze heeft in haar leven meer energie gespendeerd dan menig ander op zijn tachtigste. Ze is klein van stuk. Met haar dikke, halflange haar, reebruine ogen en hartvormige gezicht ziet ze er `zacht', vrouwelijk uit. ,,Vergis je niet', zegt ze in haar Antwerpse appartement, terwijl ze de voortdurend rinkelende telefoon probeert te negeren. ,,Ik ben keihard. Ik lijk op mijn vader.' Vorige week kwam haar boek Couscous met frieten uit, een bundeling columns die ze het afgelopen jaar schreef voor de Vlaamse krant De Morgen. In die stukjes stelt ze op bijna luchtige toon de falende integratie van de allochtonen in België aan de kaak. Ze schrijft over jonge vrouwen die door hun vaders naar Marokko worden ontvoerd om daar te worden uitgehuwelijkt. Over wat Marokkanen van Belgen vinden. Over de minachting waarmee Marokkanen in Marokko naar de kinderen van gastarbeiders in Europa kijken. En over ,,die draak van een Snel-Belgwet' die maakt dat stromen nieuwe migranten via familiehereniging naar België komen, nog voordat hun voorgangers de kans hebben gekregen of genomen om ingeburgerd te raken.

Bousakla is Ayaan Hirsi Ali niet. Maar ze stelt dezelfde onderwerpen aan de orde. Met haar uitgesproken meningen schaart ze zich in een groeiend rijtje allochtone politici die vinden dat de tijd rijp is om de kussens in België eens op te schudden. De meest actieve onder hen, degenen die doelbewust taboes doorbreken, zijn vrouwen. ,,Niet toevallig', vindt Bousakla. ,,We zijn bijna allemaal van huis weggelopen. We hebben jaren thuis gezeten, het enige wat we konden doen was boeken lezen en leren. We hebben gevochten, harde beslissingen genomen en gezien dat het wat uithaalde.'

Nonnenkind

Bousakla's vader kwam naar België als gastarbeider in de tijd dat gastarbeiders nog met open armen werden ontvangen. Hij werkte hard, iedereen was vriendelijk tegen hem en na verloop van tijd kon hij zelfs een huis kopen. De eerste generatie, zegt Bousakla, had alle reden om te denken dat hun kinderen het makkelijker zouden hebben dan zij. ,,En nu worden hun zoons gediscrimineerd. Niemand realiseerde zich destijds dat die tweede generatie aan twee verwachtingspatronen moest voldoen: voor je ouders moet je binnen de tradities blijven en een goede moslim zijn, en voor `België' moet je je op een heel andere manier bewijzen. Leven tussen die twee culturen kan bijna niet.' Zijzelf ging naar een katholieke school. Die had haar vader gekozen omdat er alleen meisjes opzaten. Ze was ,,het kindje van de nonnen'. Ze genoot. Het was dáár, zegt ze, dat ze bedacht dat ze wilde studeren, hogerop wilde komen. Ze was al jong zelfstandig. ,,De eerste generatie was totaal afhankelijk van ons. Mijn vader sprak geen Nederlands. Toen ik negen was, ging ik voor hem alle banken af om te kijken wie de goedkoopste hypotheek had. Als hij ziek was, tolkte ik in het ziekenhuis. Nóg komen bij de bank kinderen van zeven aan de balie die willen weten wat de voordelen zijn van een spaarbankboekje. Soms willen de ouders dat ik Arabisch of Berbers met ze spreek. Ik vertik het. Ik ben kredietadviseur, geen tolk. Ze moeten hun best maar doen.'

Bij familiebezoek moest Bousakla met de vrouwen de keuken in, en apart eten. Ze verzette zich er altijd tegen. Ze haalde haar rijexamen door net te doen of ze ging babysitten. Studeren was uit den boze. ,,Je moet trouwen', vond haar vader, ,,je gaat me toch geen slechte reputatie geven?' Bousakla schreef zich in aan de universiteit van Leuven, maar na twee colleges wachtte haar vader haar op met vijf andere Marokkaanse mannen. Ze vroeg: ,,De koran schrijft toch dat alle gelovigen moeten studeren?' Maar volgens haar vader kon ze lezen en schrijven en dat was genoeg. Ze mocht de deur niet meer uit, zelfs niet om brood te kopen. Intussen meldden kandidaten zich aan de deur om haar hand te vragen. ,,Op een dag kon ik er niet meer tegen. Ik ben vertrokken.'

Ze ging naar Antwerpen, want in Leuven kenden alle Marokkanen elkaar. Ze huurde een kamer, vond een baan en studeerde in de avonduren marketing. ,,Ik wilde van niemand afhankelijk zijn. Mijn studiegenoten maakten plezier, gingen weekenden naar hun familie. Ik werkte alleen maar. Dat was ook een manier om mijn familie te vergeten. Ik heb een moeilijke tijd gehad thuis, maar met vijf meisjes en twee jongens is er ook veel gezelligheid.'

Het stoorde haar dat veel allochtonen die in dezelfde situatie zaten, bleven zwijgen. Een nicht van Bousakla liep ook van huis weg, en is sindsdien verdwenen. Ze kan nog rissen anderen opnoemen. ,,Velen willen niet meer bestempeld worden als Marokkanen. Ze keren de gemeenschap de rug toe. Dat is begrijpelijk, maar zo verander je nooit iets.'

Bousakla haalde haar diploma, ging bij de bank werken en werd politiek actief. Intussen ziet ze haar familie weer. Na een stroef begin hebben ze haar nu geaccepteerd. Haar zus studeert en woont alleen. ,,Dankzij mij!', zegt Bousakla. In Antwerpen is ze sinds twee jaar wethouder van Openbare Verlichting, Straatbeeld en de Burgerlijke Stand.

Ze weet dat ze soms het verwijt krijgt dat ze het alleen maar over zichzelf heeft. ,,Ik moet mijn verhaal blijven vertellen, tot vervelens toe misschien. Want de staat had mijn zus echt niet zover gekregen. In geen 25 jaar. Het lukte alleen omdat mijn familie zag dat ik goed terecht was gekomen. Als ik langskom maar niet blijf eten of logeren, heel on-Marokkaans, zegt mijn moeder soms: `Zelfs de postbode komt nog binnen voor een kop koffie'. Maar mijn vader verklaart trots: `Mimount heeft een vergadering'. Zelfs mijn jongere broer zit nu op de universiteit. Vroeger dachten mijn ouders als zoveel andere Marokkanen: beroepsonderwijs is goed genoeg. Wist u dat meer dan de helft van de allochtone jongeren daarom beroepsonderwijs volgt? Terwijl sommigen echt meer kunnen.'

Neerkijken

Bousakla is de eerste allochtoon die huwelijken sluit in Antwerpen. Als ze vermoedt dat er meisjes worden uitgehuwelijkt, weigert ze. Ze vindt dat het strafbaar moet worden dat meisjes niet mogen studeren of dat ze gedwongen trouwen. Daarmee haalt ze zich vaak de toorn van Marokkanen op de hals. Echt bedreigd is ze nog niet, misschien omdat ze er – anders dan Ayaan Hirsi Ali niet steeds de islam bijhaalt om haar argumenten te staven. Maar het blijft, ook voor haar, roeien tegen de stroom in. ,,Als ik nu nee zeg tegen zo'n huwelijksvoltrekking, heb ík het gedaan. Ik vind dat de wet het moet doen, zodat Marokkanen echt begrijpen dat dit niet langer kan. In België hebben velen de mond vol van dit soort praktijken, maar niemand doet iets om het te voorkomen. Er is zelfs geen opvang voor dit soort meisjes.' Wel bestaan er allerlei cursussen voor vrouwen in België. Bijna alles wat met integratie te maken heeft, zegt Bousakla, is gericht op vrouwen. Maar daarmee bereikt de overheid de mannen niet, terwijl juist zij de besluiten vellen over de rest van de familie. Jongens van negen, tien jaar worden al als mannen beschouwd. Ze zijn niemand verantwoording schuldig, en doen maar wat met hun leven. Als ze willen doorleren, worden ze vaak ontmoedigd door vrienden die zelfs met een diploma geen baan vinden. Geen wonder dat velen in de criminaliteit terechtkomen. ,,Families besteden te veel aandacht aan de meisjes die op het rechte pad moeten blijven. Ik zou willen dat ze de meisjes eens wat vrijer lieten en beter op de jongens gingen letten.'

Als Bousakla in Marokko is, valt haar altijd op hoezeer Marokkanen neerkijken op mensen zoals zij: kinderen van gastarbeiders. Velen laten in hun dorp van herkomst `paleisjes' bouwen met hun Europese geld. Die rijkdom maakt indruk (om maar te zwijgen van de grote, gehuurde BMW's waarmee ze in de vakanties hun Belgische success story in hun geboorteland uitdragen), maar de mentaliteit van deze migranten niet. ,,Marokkanen in Marokko zijn veel beter opgeleid dan in België. Ze zijn ook liberaler. In Marokko is het gewoon geworden dat vrouwen werken, studeren, in de politiek gaan. Geen wonder dat allochtone meisjes liever met iemand uit Marokko trouwen dan met een Marokkaanse Belg. Vader is tevreden, want zijn schoonzoon is toch een Marokkaan. Ook de dochter is blij: een echte Marokkaan laat hen vrijer. Daar komen minder ruzies van.' Voor een poosje, althans. Want de nieuwe Snel-Belgwet maakt dat een man die met zo'n Marokkaans-Belgische vrouw trouwt, snel Belg wordt en na drie jaar zijn directe familie mag laten overkomen, de ouders meestal. Die ouders kunnen op hún beurt na drie jaar de andere kinderen laten overkomen. Een nicht van Bousakla trouwde met een Marokkaan, en nu staat hij op het punt om zijn ouders naar België te halen. Zij wil niet, want haar schoonouders trekken bij haar en haar man in, en dan is het gedaan met haar (relatieve) vrijheid. Maar haar protesten helpen niet: haar man heeft wettelijk het recht om dat te doen. Bousakla zucht. ,,Dat betekent dat zij harder moet werken om in het onderhoud van de hele familie te voorzien. Het betekent ook dat die ouders, zodra ze op zichzelf wonen, naar de sociale dienst stappen voor een uitkering. Dat betekent dat het huis over een paar jaar wéér voller wordt, als meer familieleden overkomen. En dát betekent weer voer voor het Vlaams Blok. Die wet moet zo snel mogelijk worden afgeschaft. Je bent de een nog niet aan het inburgeren of er zijn alweer tien anderen gearriveerd.'

Autochtone politici in Vlaanderen beginnen, net als in Nederland, toe te geven dat de integratie is mislukt. Allochtonen hebben het zelf allang vastgesteld. Te lang hebben de politici de problemen onder het kleed geveegd, vindt Bousakla, al was het maar om het extreem-rechtse Vlaams Blok niet in de kaart te spelen. En haar eigen partij, de Socialistische Partij-Anders, die al veel stemmen aan het Blok verloor, liep daarbij voorop.

In Antwerpen, waar het Blok eenderde van de stemmen haalde bij de vorige verkiezingen, deden ook allochtonenverenigingen aan deze radiostilte mee. Mocht het Blok immers nóg meer stemmen trekken, dan zou de leider van die partij, Filip Dewinter, wel eens burgemeester kunnen worden. Maar er zijn meer redenen waarom de verenigingen hun mond houden. Ze willen de vuile was niet buiten hangen. En ze zijn bang dat ze hun subsidies verliezen. ,,Als die verenigingen bijvoorbeeld zeggen dat scholen tegen alle regels in allochtonen weigeren, dan doen ze daarmee een aanval op de Vlaamse minister van Onderwijs. Iedereen weet dat. Maar zij is lid van de liberale regeringspartij. Die partij is in staat om te zeggen: kritiek komt ons niet uit, we schrappen de subsidie.' Volgens Bousakla moeten die verenigingen zo snel mogelijk worden afgeschaft, want ze helpen nu een gevaarlijke illusie in stand te houden, de illusie dat er geen discriminatie is in België.

Bousakla kent de integratiesector door en door. ,,De waarheid moet maar eens naar buiten komen. Allochtonen bellen mij nú nog, in oktober, omdat ze nog geen school voor hun kind hebben gevonden. Scholen zeggen gewoon: `We zitten vol'. Autochtonen overkomt dat niet. En mensen bij de tewerkstelling zeggen: `We begeleiden meest allochtonen'. Maar wie vinden er een baan? Die paar autochtone Belgen die er tussen zitten. Werkgevers hebben liever geen allochtonen. Het is lastig om ze van discriminatie te beschuldigen. Maar sta dan niet verwonderd te kijken dat er zoveel jongeren werkloos op straat hangen. Voor mij zijn een Marokkaanse tasjesdief en een Belgische werkgever die geen Marokkanen in dienst neemt allebei criminelen. Beiden moeten worden gestraft.'

Bousakla heeft geen goed woord over voor Dyab Abu Jahjah, de leider van de Arabisch-Europese Liga. De Libanees Abu Jahjah heeft het laatste jaar vaak de pers gehaald, omdat hij Antwerpse allochtonen in de moskee voorhoudt dat ze in België net zo onderdrukt zijn als de Palestijnen in de bezette gebieden. Hij organiseerde een paar protestdemonstraties voor de Palestijnen, waarvan er een uitliep op een kleine veldslag met de politie. Aanvankelijk liepen veel jongeren met deze Libanees weg. Hij gaf hun frustraties een stem, maar het animo wordt minder. ,,Geen wonder', zegt Bousakla. ,,Abu Jahjah discrimineert. Hij komt op voor de Arabieren. Maar over de Berbers, 80 procent van de Marokkanen in België, zegt hij vervelende dingen. Bijvoorbeeld dat alle criminelen Berbers zijn, en geen Arabieren. Bovendien houdt hij ons voor dat we allemaal slachtoffers zijn. De meeste allochtonen willen zichzelf niet in die hoek drukken.'

Bousakla heeft altijd geweigerd in die demonstraties mee te lopen. Dat kwam haar eerst op razende reacties van de allochtonenverenigingen te staan. Allochtonen moeten de rijen sluiten, vonden zij. Nu haakt de ene na de andere vereniging zelf af. Ouders van wie de kinderen door de politie werden opgepakt omdat ze in Abu Jahjah's demonstraties hadden meegelopen zeggen: ,,Het komt door hém dat mijn zoon is gearresteerd.' Abu Jahjah zegt dat hij een allochtone partij wil oprichten, misschien zelfs in Nederland. Velen geven hem geen schijn van kans. Het is eerder geprobeerd, maar elke poging strandde op de verdeeldheid in de allochtone gemeenschap. ,,Mocht hij het doen', zegt Bousakla, ,,dan eis ik een cordon sanitair tegen die partij. Net zoals we die tegen het Vlaams Blok hebben. Ik wil met geen enkele extremist samenwerken. Mensen opruien en stenen gooien dat is voor mij geen emancipatie.'

Mimount Bousakla: Couscous met frieten. Uitg. Houtekiet, 14,90 euro.

De staat en de allochtonen moeten ingrijpen.

Anders stevenen we op een catastrofe af

Alllochtone vrouwen doorbreken taboes in de politiek omdat ze thuis hebben gevochten

Gerectificeerd

Bousakla

Voor het artikel `Allochtonen aanpakken met de wet in de hand' (12 oktober, pagina 24) werd de Antwerpse wethouder Mimount Bousakla geïnterviewd. Zij is geen wethouder van de stad, maar van het district Antwerpen.