Aanbestedingen zijn nog onwerkbaar

De bestuurder klonk toegewijd, wanhopig bijna: ,,Wij maken ons grote zorgen over de sector. Als de huidige onzekere situatie te lang gaat duren, wordt de branche volledig kapotgemaakt.'' Carel-Jan Reigersman, nog even bestuursvoorzitter van bouwconcerns Hollandsche Beton Groep (HBG) greep vorige maand tijdens zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie zijn kans aan te geven wat er in de nabije toekomst in de bouw moet veranderen: ,,Fundamentele veranderingen in de relatie tussen de overheid en de sector zijn noodzakelijk. Daarvoor moet ook commitment komen vanuit de overheid. Maar op het hoogste niveau lijkt nog niemand bereid dat te tonen.'' Die relatie spitst zich toe op het punt waar de overheid als opdrachtgever en de branche als uitvoerder samen komen: bij de aanbestedingsprocedure.

Grof gezegd zijn er drie bezwaren tegen de huidige aanbestedingsprocedures. Eén: bij een uitgebrachte offerte worden de gemaakte kosten nauwelijks vergoed. Twee: de huidige regels zouden, mede als gevolg van die beperkte vergoeding, uitnodigen tot onderlinge afspraken van de bouwers. Drie: de opdrachtgever heeft vaak onvoldoende kennis over de procedures zelf om ze correct uit te voeren.

Op alle drie de bezwaren valt vanzelfsprekend af te dingen, maar feit is dat bouwers klagen over de hoge kosten die ze met name voor complexe bouwprojecten moeten maken om tot een offerte te komen. Tegenstanders van deze lezing wijzen overigens eenvoudigweg op het principe van bedrijfsrisico. Bouwers kennen dat verhaal en pareren het door te stellen dat de procedure al met al niet uitnodigt tot kwaliteit, maar slechts tot afknijpen. Wie kan de begroting zó eenvoudig opstellen, dat de laagste prijs kan worden bereikt? Vaak gaat de opdracht naar díe inschrijver. Onder aannemers gaat hier zelfs een grapje over rond, vertelt voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Bouwkostendeskundigen David Meijer: ,,Weet je wie uiteindelijk het werk krijgt? De aannemer die de meeste fouten in zijn begroting heeft staan.''

Tweede-Kamerleden en bewindslieden willen nog geen uitspraken doen over mogelijke veranderingen in aanbestedingsprocedures. Eerst maar eens afwachten wat de enquête in december concludeert. Dat terwijl zowel de ministeries van Verkeer en Waterstaat, VROM, Defensie en Economische Zaken zowel opdrachtgever van projecten als toezichthouder op de procedures zijn. In de sector zelf worden de zorgen over de wijze van aanbesteden breed – en in de openbaarheid – gedeeld. Ter indicatie: in november vinden twee grote congressen plaats over dit onderwerp.

Volgens Meijer, wiens leden afwisselend opdrachtgevers en bouwondernemingen bijstaan bij het maken van berekeningen in het aanbestedingsproces, ligt een mogelijke verbetering van de aanbestedingsprocedures in een verschuiving naar de Britse praktijk. Daar worden de aanbestedingsstukken vergezeld van een lijst met hoeveelheden. De opdrachtgever rekent uit ,,hoeveel spijkers, balken en beton'' er nodig zijn voor een bouwproject, net als de stuksprijs die voor alle onderdelen wordt vastgelegd. ,,Een boodschappenlijstje.'' Op basis van die lijst stellen aannemers hun begroting op. Deze methode bespaart de aannemers tijd. Volgens sommigen tot wel 75 procent van de tijd die nu nog nodig is een begroting op te stellen. Die tijd kan benut worden om na te denken over alternatieven en analyses van mogelijke risico's. Dat zijn aspecten waar nu nog weinig tijd voor is, maar bouwers worden daar wel op afgerekend.

Ook aanbestedings-consultant Elizabeth Wiechers van adviesbureau Berenschot – ook deze organisatie staat beide partijen afwisselend bij – vindt het bij sommige aanbestedingen ,,eigenlijk belachelijk dat voor een technisch eenvoudig bouwwerk als een standaard gebouw flink wat aannemers allemaal moeten gaan rekenen zonder een rekenvergoeding te krijgen. Dat zou onnodig moeten zijn.'' Wiechers ziet ook wel wat in het laten afgeven van eenheidsprijzen, waarna de bouwer zelf zijn winstmarge en algemene bouwplaatskosten kan bepalen. Die winst- en risicomarge is volgens bouwers nu vaak relatief laag – 3 à 4 procent is geen uitzondering.

,,Het is vaak geen voorbedachte rade hoor'', zegt Wiechers, maar bouwers kunnen op dat moment tijdens de procedure gebruik maken van de onervarenheid van de overheid. ,,Als ambtenaar doe je een groot bouwproject eens per vijf jaar.'' Terwijl de bouwer vaker dergelijke bouwwerken tegenkomt.

Een laatste bezwaar van de huidige procedures is dat ze uitnodigen tot overleg tussen de ondernemingen. Zoals tijdens de verhoren van de enquêtecommissie bleek, waren bouwers meer genegen onderling afspraken te maken dan elk voor zich de kostbare calculaties uit te voeren die voor de procedure noodzakelijk zijn.

In ieder geval totdat de enquêtecommissie half december met aanbevelingen over de toekomst van de aanbestedingspraktijk komt, heerst onduidelijkheid in de markt. Een van Reigersmans mede-verhoorden, controller bij Ballast Nedam Infra J. de Bie, stelde vorige maand dat er ,,paniek in de bouwwereld'' heerst. ,,De sector staat op zijn kop.'' Omdat het vooroverleg – volgens de bouwers – op grote schaal gestopt is, weten bouwers niet meer voor welk bedrag ingeschreven moet worden en hoe met de aanbestedingsprocedures om te gaan. Tegelijkertijd daalt de orderportefeuille in de gehele bouwsector, blijkt uit cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. In de grond-, weg- en waterbouwsector daalde de omvang van de orderportefeuille in de afgelopen zomermaanden, afgezet tegen de twee maanden daarvoor, bijvoorbeeld met 5 procent.

Volgens Meijer ,,calculeren bouwbedrijven daarom nu scherper'' om desondanks opdrachten binnen te halen. Van de prijs waarvoor nog niet zo lang geleden aanbesteed zou worden, ,,haalt de directie van een onderneming nu al gauw tien procent af''. Volgens Meijer halen bouwers deze maanden liever een project tegen een vergoeding onder de kostprijs binnen, dan dat het personeel werkeloos met de handen in de zakken moet toezien. ,,Als de mannen zitten te klaverjassen, kosten ze ook euro's. Beter is het dan ze straten te laten maken, ook al wordt daarop niets verdiend. Dan zijn na verkrijging van de opdracht in ieder geval hun arbeidskosten gedekt. Continuïteit van het bedrijf is dan belangrijker dan winst maken.''