Wat ging er mis?

In de stukken van Sarah Kane sterven mensen als vliegen. Zelf hing ze zich op haar achtentwintigste op aan haar veters.

`WAT IS LIEFDE?' had ik gevraagd. De vraag was eruit geknald als een pistoolschot. Het was lang na middernacht geweest. De telefoon was zeker tien keer overgegaan voordat er opgenomen werd en een stem, die van mijn beste vriend, aarzelend geklonken had: `Hallo, wie is daar?'. Ik had mijn explosieve vraag gesteld. Even was het stil geworden aan de andere kant van de lijn, alsof mijn vriend zijn gedachten een aanloop gunde voordat ze de sprong naar een verre overkant zouden moeten wagen, vervolgens had hij antwoord gegeven. We hadden nog een tijdlang doorgepraat, over zo'n beetje alles wat in ons opkwam, het is me vaak opgevallen dat het 's nachts veel moeilijker is om een telefoongesprek te beëindigen dan overdag. Voordat ik ophing had ik mijn vriend gevraagd of ik hem misschien wakker had gemaakt. `Nee', had hij gezegd, `ik moest toch al opstaan om de telefoon aan te nemen.'

Wat is liefde? Dagenlang had ik iedereen die ik langer dan zestig seconden ontmoette die vraag gesteld. Het woord zelf, ontdekte ik, werd steeds onwaarschijnlijker naarmate je het vaker uitsprak: liefde liefde liefde liefde liefde liefde liefde, het loste op in zijn eigen veelvoud, als een onbetrouwbare mantra.

Tot mijn verbazing weigerde niemand op mijn redelijk impertinente vraag te antwoorden en leken de meeste antwoorden pertinent op elkaar. Liefde was houden van en samen zijn en zorgen voor en genieten van. Liefde was zacht, lauw tot heet, vloeibaar en sterk. Nederland bleek een land te zijn vol mensen met harten als theemutsen. Natuurlijk sprak een enkeling over de andere kant van de liefde, over het vergeefse smachten, het bedrog, de kastijding van het verlaten worden; diens thee had duidelijk te lang getrokken, was bitter geworden.

Wie de liefde niet had was de lul, zoveel was helder. Liefde was extreem belangrijk. De meeste films gingen over de liefde, boeken, gesprekken die ik afluisterde op straat. Bijna alle liedjes die ik op de radio hoorde gingen over de liefde. De zanger(es) was of lovesick of rook op zijn minst dat love in the air zat, smeekte een wanhopig besame mucho af, had angst voor de toekomst (will you still love me tomorrow) of stelde een geliefde juist gerust (I'm gonna love you too). Er bestond een chanson des vieux amants en een liedje voor een pasgeborene (Isn't she lovely?). Popzanger Robbie Williams schreef zelfs een ode aan zijn nooitgeboren want geaborteerde baby. Over elke vorm van liefde, voor kind of kraai, is ooit wel een liedje gemaakt. Of zoals Huub van der Lubbe zingt in Lovesong 100.001:

'Hier gaan we weer

er zijn 100.000 lovesongs

dus waar begin ik aan?'

Het is de liefde die mensen tot zingen dwingt. Ze schreeuwen het zelfs van de daken: `JE VEUX D'L'AMOUR! WAAR IK STA! WAAR IK GA! VOOR IK STERF! VOOR IK VERGA! JE VEUX D'L'AMOUR!!!' Gebrek aan die kostbare amour verkilt je tot op het bot. De liefde moet en zal ons redden, is ons tegengif voor leed.

Het zou best kunnen dat als Osama bin Laden in zijn jeugd meer liefde had gehad dan geld, de Twin Towers er vandaag de dag nog steeds fier en kapitalistisch bij zouden staan (over dit onderwerp is bij mijn weten nog geen liedje gemaakt).

In het vroege ochtendlicht fantaseerde ik over een andere, meer antiterroristische carrièrekeuze van Osama, ik stelde me hem voor me als musicalster, zingend, acterend, soepel tapdansend zijn bebaarde liefde voor zijn medemensen uitventend.

Wat was er misgegaan met hem?

Datzelfde zou je je over Bush kunnen afvragen, getuige zijn woorden: `We zijn meedogenloos en sterk en we zullen niet ophouden'. Ja, vermorzel je medemensen en verheug je.

Wat was er misgegaan?

Die vraag was ook in me opgekomen toen ik het werk van Sarah Kane leerde kennen. Sarah Kane is een jonge Engelse toneelschrijver die in 1999, net achtentwintig jaar oud, zelfmoord pleegde door zich aan haar schoenveters op te hangen in de wc van het ziekenhuis waar ze opgenomen was na een eerdere zelfmoordpoging. Kane leed aan zware depressies en in haar stukken, die inmiddels over zowat de hele wereld gespeeld worden, lijden al haar personages met haar mee.

`Als ik lach, is dat de wanhoop die zeepbellen blaast'.

`Denk aan aankleden het is zinloos.

Denk aan spreken het is zinloos.

Denk aan doodgaan alleen is het godverdomme zinloos.'

`Altijd als ik iets van dichtbij bekijk krioelt het van de witte maden.'

`Ik ben het beest aan het eind van het koord'.

De uitvoering van Kane's eerste stuk, Blasted, in 1995, zou tot een groot schandaal leiden in de Engelse pers. De zalen vulden zich natuurlijk tot de laatste stoel, niets geiler dan een opstootje, maar alle beroering demoraliseerde Kane.

In Blasted komen Ian, een journalist met longkanker, en Cate, een nogal naïef meisje, bij elkaar in een hotelkamer in Leeds. Ian verkracht Cate. Cate vlucht weg. Er breekt oorlog uit en het hotel wordt verwoest. Een soldaat trapt de deur van Ians kamer in en vertelt hem over de oorlog: `We hoorden roepen in de kelder. Gingen naar beneden. Drie mannen. Vier vrouwen. Riepen de anderen. Zij hielden de mannen in bedwang, terwijl ik die vrouwen in hun neukspleet ramde. De jongste was twaalf. Ze huilde niet. Lag daar alleen maar. Ik draaide haar om en – Toen huilde ze wel. Ik liet haar m'n paal schoonlikken. Ik schoot haar vader in de mond. Haar broers brulden. Ik knoopte ze aan hun ballen op aan het plafond.'

Dan verkracht de soldaat Ian, zuigt diens ogen uit, eet ze op en pleegt zelfmoord. Cate komt terug met een baby die ze gekregen heeft. De baby sterft. Ian, die sterft van de honger, eet hem op en sterft ook. Na Ians dood komt Cate nog eenmaal terug. Ze brengt worst en brood en gin voor Ian mee, die ze van een soldaat op straat heeft gekregen in ruil voor seks. Ze bloedt hevig tussen haar benen. Ian, dood en wel, bedankt haar. Einde.

Blasted is een nachtmerrieverwekkend stuk. Sommige beschouwers ervan beweren een teken van hoop te zien aan het einde van het stuk, als Cate terugkomt om Ian te helpen. Dat is een opvatting die voortkomt uit de koker van de christelijke SM-club; van vooral je andere wang toekeren zodat iemand je nogmaals een lekkere dreun kan verkopen. Het is zelfopoffering verkocht als liefde.

Ik vind het einde inktzwart. Het laat zien hoe diep huiselijk geweld kan binnendringen in iemands bestaan. Dat niet alleen het lichaam, maar ook de geest van een slachtoffer door haar belager wordt fijngeprakt, zodat ze niet meer voor zichzelf kan opkomen. Mensen kunnen extreem ver gaan om intimiteit met een ander te verkrijgen.

Zelf noemde Kane, met een gevoel voor understatement groter dan de Atlantische Oceaan, Blasted `quite a peaceful little play'. Voor haar ging het stuk erover dat vrouwenmishandeling uit dezelfde mentaliteit voortkomt als oorlogsmisdaden, over het feit dat bijna iedereen wél gelooft dat mensen buitenshuis rotzooi trappen in alle kleuren van de regenboog, maar toch niet graag wil inzien dat ze thuis, in vredestijd, net zulke klootzakken kunnen zijn. Misschien nog wel erger. Want als je vitrage dichtschuift ziet niemand meer wat je doet.

Het is dat gegeven, van de oorlog die constant op ieders grondgebied woedt, (of dat van de buren) dicht op onze huid in elk geval, dat Kane in Blasted compromisloos uitwerkte.

Na Blasted schreef Sarah Kane nog vier toneelstukken. Haar tweede stuk, Phaedra's love uit 1996, is een hervertelling van een Griekse mythe, die bij Kane nog een stuk bloederiger eindigt dan het origineel van Seneca.

Dan volgt in 1998 Cleansed, dat in een kliniek speelt waar een psychiater zich als een beul gedraagt tegenover zijn patiënten, die ieder voor zich wanhopig op zoek zijn naar liefde. Met zijn sadistische experimenten test hij de grenzen van ieders liefde uit. De uitwerking van het leed wordt fysiek gedemonstreerd: ledematen worden afgehakt, huid gestroopt, geslachtsdelen afgesneden en prompt bij iemand anders weer aangenaaid. Het sensationele van het geweld dooft uit door de volkomen overdosis ervan, het eet tegen, als een jumbozak chips.

Crave, dat Kane, ook in 1998, onder pseudoniem liet verschijnen om het stuk niet te belasten met haar inmiddels beruchte naam, is iets lichter van toon, maar ook hier is de ondertoon er een van desolaatheid en verlangen. Vier mensen, A, B, M en C vertellen over hun leven. Ze maken onophoudelijk elkaars zinnen af zodat hun verhalen zich met elkaar vervlechten. Het is alsof ze één groot hunkerend organisme worden. Veel uitspraken van dit monster hebben de samengebalde kracht van oneliners, Kane verspilde niet graag woorden:

`De wanhoop drijft me tot wanhoop.'

`De dood is mijn lief en hij wil bij me intrekken.'

`De buitenwereld wordt enorm overschat.'

`Ik schrijf de waarheid en ze maakt me kapot.'

De vier verlangen naar liefde, maar vinden die niet, wat ze aan zichzelf wijten. De dood komt voor hen als een verlossing.

Alle stemmen in Kane's stukken wijzen voortdurend maar één kant op: naar de uitgang. In 4.48. Psychosis, het stuk dat pas na Kane's dood opgevoerd zou worden, lonkt die uitgang helverlicht. De hoofdpersoon is met een ernstige depressie opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en bestrijdt de demonen van haar ziekte tot ze zich aan hen overgeeft. Het leven is een visioen van de hel voor wie depressief is: `I can't think/ I cannot overcome my loneliness, my fear, my disgust/ I am fat/ I cannot write/ I cannot love/ My brother is dying, my lover is dying, I am killing them both/ I am charging towards my death/ I am terrified of medication/ I cannot make love/ I cannot fuck/ I cannot be alone/ I cannot be with others/ My hips are too big/ I dislike my genitals/ At 4.48 when desperation visits I shall hang myself to the sound of my lover's breathing.' Die geliefde, zo is in de loop van het stuk duidelijk geworden, is een vrouw die ze nog nooit ontmoet heeft, een onbekende, een droombedrogbeeld van een ideale vrouw.

4.48 Psychosis is een zeldzaam pijnlijke tekst om te lezen, in de eerste plaats omdat het een verdomd goedgeschreven tekst is, maar ook omdat je weet dat de schrijfster de consequentie uit haar woorden heeft getrokken. Dit is spel, dit is echt, en dat in één adem door.

Toen ik aan dit stuk begon zocht ik naar mogelijkheden om het werk van Sarah Kane te verbinden met dat van andere kunstenaars. Met het werk van beeldend kunstenaar Tracey Emin, ook zo'n heftige, zelfbeschadigende dame, ik moest aan de dichteres Sylvia Plath denken en aan Anne Sexton, ik las het boek van Andrew Solomon over depressies, luisterde naar de muziek van Nick Drake en Joy Division (de favoriete band van Kane) en overwoog om over mijn eigen depressie te schrijven, maar die had ik van me afgeworpen als een slangenhuid, dus kwam ik uit bij het schilderij van Icarus door Pieter Breughel de Oudere; om Kane te beschrijven als een hoogvlieger die zich doodvloog.

Icarus is op Breughels schilderij al in zee neergestort, wat zeer ongewoon is in de weergave van deze mythe, alleen zijn spartelende benen zijn nog zichtbaar. Op de voorgrond van het schilderij ploegt een boer zijn akker en staart een herder naar de lucht, de bomen, of wellicht vol speekseltrekkend verlangen naar een vette houtsnip. De mannen besteden geen enkele aandacht aan de doodsstrijd van Icarus. Het is alsof de schilder heeft willen zeggen dat diens dood voor hen onbelangrijk is, dat de dood van een ander mens er zelden toe doet. Dat iedereen moet sterven en dat dat kan leiden tot onverschilligheid voor elkaars lot.

Het grimmige perspectief dat hij je voorhoudt is ook dat van Sarah Kane. Ze laat mensen sterven als vliegen. Wat me het meest getroffen heeft in haar werk is de enorme angst die het uitstraalt. Angst voor afwijzing en angst voor middelmatigheid, faalangst, angst voor isolement, voor ziekte, voor lelijkheid en ten slotte de angst voor de angst zelf, als superieure aandrijver van alle voornoemde angsten. Die angst, een gulzig insect dat je ziel leegzuigt, moest koste wat kost uitgebannen worden, in eerste instantie met kunst en liefde en desnoods medicijnen en toen die niet in staat bleken de angst te keren, moest de dood aan alles een eind maken, blijkbaar alles liever dan die eeuwigzoemende angst te moeten verdragen.

Het is niet de zwaartekracht, maar de angst die de wereld bijeenhoudt. En soms (elke veertig seconden, las ik vandaag in de krant) bezwijkt iemand onder die last en maakt een eind aan zijn leven. Dat is droevig.

Nederlandse citaten vertaling: Dirk van Bastelaere

Sarah Kane, `Complete plays', 28.75 euro, isbn 0-413-74260-1.

`Phaedra's love' wordt tot 19 oktober opgevoerd door Teatro & Theatercompagnie.

Website over Sarah Kane: www.iainfisher.com/kane.html

    • Pam Emmerik