Vrouwen en apen

In zijn recensie `Gorilla's om bij weg te zwijmelen' (Boeken, 20.9.02), van het boeiende boek van Stine Jensen Waarom vrouwen van apen houden, interpreteert Tijs Goldschmidt het feit dat Louis Leakey met name vrouwen trachtte te interesseren voor gedragsonderzoek in het veld aan mensapen. Hij verdenkt de eminente geleerde ervan, dat hij geen concurrentie wilde van jonge, intelligente en theoretisch goed ingevoerde mannelijke biologen. `Macho's houden niet van rivalen', schrijft hij. Leakey was een autoritair mannetje dat zich niet gemakkelijk liet passeren!

Goldschmidts speculatie is voor de hand liggend; een andere verklaring lijkt mij meer plausibel. Leakey heeft ruimschoots blijk gegeven van het erkennen van capaciteiten in mensen die tijdens de jaren zestig veelal niet voor vol werden aangezien. Hij zag zichzelf als een Keniaan, niet als Brit; Kikuju sprak hij van jongs af aan. Zijn eerste daad in 1968 als directeur van het Nationaal Museum in Nairobi was de openstelling van dat museum voor iedere burger die een kaartje wilde kopen.

Het was Leakey ongetwijfeld bekend dat hoogleraren begin jaren zestig bij voorkeur mannelijke begaafde kandidaat-onderzoekers voor hun karretje spanden. Vanuit het verre Nairobi was loslopend mannelijk academisch talent voor veeleisend onderzoek niet makkelijk te recruteren. Begaafde vrouwen kwamen destijds nog moeilijker dan nu aan de bak. Leakey's baanbrekende project viel dus eerder te realiseren met vrouwen – en hij slaagde daarin mede, door die vrouwen au serieux te nemen en niet als wetenschappelijke dienstboden te bejegenen.

Naschrift Tijs Goldschmidt: Mijn indruk van Leakey, wiens werk ik bewonder, deed ik op tijdens informele gesprekken met mensen die opgravingen deden in de Tanziaanse Olduvai Gorge, of werkten bij het Nationaal Museum in Nairobi. Zij hadden hem nog meegemaakt of zelfs onder hem gewerkt. Laten we hopen dat zij uit hun nek kletsten. Ik denk zeker dat Leakey zich oprecht Keniaan voelde, maar dat was hem geraden ook. Een Brit die zich in die tijd niet ongeveer zo voelde als de `transraciaal' van Arjan Ederveen werd er door de Kenianen zo weer uitgeknikkerd en kon zeker geen museumdirecteur worden. Dat er geen begaafde mannelijke (of vrouwelijke) biologen te vinden zouden zijn geweest, betwijfel ik. Ik kan er zo enkele noemen die graag waren geselecteerd.

    • Prof. Dr. Bert Boekschoten