Versierd met een bril

Een stenen toegangspoort aan de Oudezijds Achterburgwal in Amsterdam, de poort die leidt naar het beroemde overdekte boekenstraatje, is versierd met een bril, het symbool voor de ouderdom. Die bril was het merkteken van het Oude Mannen en Vrouwen Gasthuis, dat daar van 1602 tot in de negentiende eeuw gevestigd was. De Oudemanhuispoort, het complex gebouwen gelegen tussen de Kloveniersburgwal en de Oudezijds Achterburgwal, bood de afgelopen vierhonderd jaar aan veel instellingen onderdak. De huidige bewoner, de Universiteit van Amsterdam, gaf wegens het 370-jarig bestaan van het Athenaeum Illustre (de voorloper van de UvA), historicus Jurjen Vis de opdracht om een boek over de geschiedenis van de Poort te schrijven.

Tot eind zestiende eeuw bevond zich op het terrein een boomgaard van een vrouwenklooster. Toen het Oude Mannen en Vrouwen Gasthuis uit zijn behuizing aan de Nieuwe Zijde groeide, is er op de plek van de boomgaard een groot gebouw neergezet – volgens tijdgenoten met de allure van een paleis. In het prachtig geïllustreerde boek van Vis staan twee afbeeldingen van het eerste gebouw. Ze wijken onderling zo af dat het jammer is dat Vis er niets over zegt. Waarschijnlijk gaat het om dezelfde gevel, verbeeld door twee kunstenaars met uiteenlopend talent. Halverwege de achttiende eeuw zijn de panden van de Oudemanhuispoort, waar overigens voornamelijk vrouwen woonden, ingrijpend verbouwd. De gevels op de binnenplaats kregen toen het huidige classicistische aanzien. De gang met winkelkasten, de eigenlijke Poort, is toen ook gebouwd. Om de bouw te bekostigen organiseerde de stad een loterij, waarbij de Amsterdammers zilveren schaaltjes en lepeltjes konden winnen.

Een groot deel van de Poort is in de negentiende eeuw gebruikt als cholerahospitaal, zodat het ernaast gelegen Binnengasthuis choleravrij kon blijven. Tegelijkertijd was in de andere zalen de Koninklijke Akademie voor Beeldende Kunsten en later de Rijksacademie gehuisvest. Zo blijkt dus dat er, bijna een halve eeuw voor de Universiteit van Amsterdam de gebouwen betrok, al vijfhonderd studenten in de Oudemanhuispoort rondliepen. Ook is jarenlang de schilderijencollectie van Van der Hoop (waaronder bijvoorbeeld Rembrandts `Joodse bruidje') in de Poort tentoongesteld.

De boekwinkeltjes in de gang zitten er al sinds 1876, vier jaar voordat de boekenminnende academici het complex in 1880 betrokken. De colleges in de Oudemanhuispoort zijn uitgebreid beschreven in J.J. Voskuils roman Bij nader inzien. Vis laat Frida Balk-Smit Duyzentkunst (Hettie Bakker in Bij nader inzien) over die tijd vertellen. In de jaren zestig verloor de Oudemanhuispoort haar centrale rol binnen de UvA. Het bestuur vertrok naar het Maagdenhuis en de Aula voor alle plechtigheden is verplaatst naar de Lutherse kerk aan het Singel. Een grote verbouwing leverde grote collegezalen op, waar sindsdien duizenden studenten hun propedeusevakken volgden.

Het beschrijven van de historie van een locatie heeft als risico dat er een ratjetoe aan anekdotes wordt opgesomd, met als enige rode lijn dat ze op die plek plaatsvonden. Vis slaagt er in De Poort. De Oudemanhuispoort en haar gebruikers 1602-2002 niet helemaal in om dat te voorkomen. Maar het kan hem, gezien de diversiteit van de bewoners, niet echt worden kwalijk genomen.

Jurjen Vis: De poort. De Oudemanhuispoort en haar gebruikers 1602-2002. Boom, 240 blz. €19,50

    • Ward Wijndelts