Twiggers kennis sterft uit

Robert Twigger heeft prijzen gewonnen met zijn poëzie, maar hij heeft ook een cursus rellenbestrijding met goed gevolg afgelegd bij de politie in Tokio. Hij schrijft voor de Financial Times en heeft een boek op zijn naam staan waarin hij zijn zoektocht beschrijft naar de grootste slang ter wereld. Bovendien was hij een tijd stierenvechter. Er lijkt op het eerste gezicht in zijn bezigheden nauwelijks lijn te zitten – en dat geldt ook voor de manier waarop hij zijn verhaal in The Extinction Club vertelt.

Het boek is opgebouwd uit fragmenten, in lengte variërend van enkele regels tot enkele pagina's. Op associatieve wijze komen allerlei onderwerpen aan de orde: moeilijk te onthouden namen; de periode in de Chinese geschiedenis waarin men de kennis had verloren om slaande klokken te maken, Darwin, vermiste bibliotheekboeken: het gaat maar door, vaak onnavolgbaar en geestig; geoudehoer waar een zegen op rust.

De grote lijnen van het boek zijn half fictief, half historisch: centraal staat het merkwaardige dier de Milu, een soort hert dat ook eigenschappen met andere soorten deelt. In de negentiende eeuw ontdekt een missionaris in China het dan al met uitsterven bedreigde dier, en hij exporteert enkele exemplaren naar Engeland in een succesvolle poging de soort te redden. Het is zijn literair agent die hem dit onderwerp aanreikt en Twigger gaat er dankbaar op in: `Bambi met geschiedenis!'

Tijdens zijn onderzoek ontmoet hij een zekere Major, die de club uit de titel van het boek heeft opgericht. Voor een fors bedrag mogen de leden van de `uitsterf-club' jagen op de laatste exemplaren van de Milu.

Het lot van de verdwijnende dieren loopt parallel aan dat van de verdwijnende kennis waarover de verteller zoveel piekert. The Extinction Club is een verrassend lichtvoetige en uiterst knappe poging om te laten zien dat het een vruchteloze onderneming is om alles te willen bewaren en onthouden.

Robert Twigger: The Extinction Club

Penguin, 192 blz, €15,95

    • Toef Jaeger