`Topsporter luistert niet goed naar zijn lichaam'

Bij de officiële opening gisteren van het Universitair Centrum Sportgeneeskunde (UCS) bezorgde sportarts Frank Backx zichzelf met de stelling `overbelasting bedreigt de topsport' meteen een mooie opdracht voor het nodige onderzoek.

Ieder jaar ontstaan in Nederland een miljoen sportblessures als gevolg van overbelasting. Het is een ruwe schatting. Het zouden er minder kunnen zijn, maar ook meer. De artsen kunnen de oorzaak van een blessure vaak niet achterhalen en de sporter herkent lang niet altijd de overbelasting.

Deze constatering vormde gisteren een onderdeel van het betoog van sportarts Frank Backx bij de officiële opening van het Universitair Centrum Sportgeneeskunde (UCS). Hiervoor tekenden de KNVB en het Universitair Medisch Centrum Utrecht een samenwerkingsverband.

De voetbalbond heeft 68.000 euro per jaar over voor het initiatief, sportkoepel NOC*NSF en het ministerie van VWS ieder het dubbele: 136.000 euro. Dit alles voor onder meer consulten, research en revalidatie.

Het recente wereldkampioenschap voetbal bewees dat ploegen die fris aan het begin van een groot eindtoernooi staan zelfs met modale kwaliteiten een eind kunnen komen. Zoals organisator Zuid-Korea (vierde) dat de competitie ver voor het begin van de titelstrijd stillegde. Wereldkampioen Frankrijk daarentegen – en nog wat favoriete landen – werden voortijdig al uitgeschakeld.

Voor veel spelers van deze ploegen was na een zwaar seizoen, met talrijke nationale en internationale wedstrijden, de pijp meer dan leeg. Zo duidde de spierblessure van de Franse sterspeler Zidane op overbelasting. De medische commissies van de wereldvoetbalbond FIFA en de mondiale wielerunie UCI hebben dan ook al verklaard dat de uit zijn voegen gegroeide speelkalender moet worden ingeperkt.

De stelling van sportarts Frank Backx, `overbelasting bedreigt de topsport', was gisteren dan ook niet zo heel erg gewaagd. Het ging en gaat meer om de uitwerking van het onderwerp waarmee hij en zijn team nog wel even aan de slag kunnen. Het verschijnsel wordt volgens hem onvoldoende erkend door de medische wereld. Hij stelt zich ten doel om de oorzaken van overbelasting, de preventie en verzorging ervan, over te brengen op trainers en (para)medici.

Volgens Backx heeft de sporter zelf vaak niet in de gaten dat zijn lichaam aan het einde van zijn latijn is. ,,Er treedt steeds vaker microschade op van weefsel. Dat is aan de buitenkant niet waar te nemen.'' Overbelasting kan ontstaan door te vaak en intensief trainen, psychische druk of problemen in de leefomgeving.

Hoewel Backx van mening is dat een fitte voetballer fysiek gezien gemakkelijk drie wedstrijden per week moet aankunnen, vindt hij dat voor de bestrijding van de overbelasting sportbonden moeten worden aangesproken op een inkrimping van de wedstrijdkalender. ,,Want niet ieder team kan elke positie dubbel bezetten.'' Daarnaast zullen coaches moeten worden bijgeschoold. Zodat zij meer aan de fysieke conditie van de individuele sporter kunnen herkennen.

Al gauw doemt natuurlijk het spanningsveld op tussen de neutrale sportarts of verzorger en de clubbelangen. Vooral in de voetbalwereld, waar altijd geld verdient moet worden. Zo werd Jari Litmanen de afgelopen weken door Ajax misschien vaker opgesteld dan verantwoord was.

De Fin krijgt in elk geval geen tijd om goed te herstellen van een spierblessure, hij heeft zich zelfs gemeld voor twee interlands van de Finse nationale ploeg. Het is daarbij de vraag of clubartsen en verzorgers niet iets te veel handelen in het belang van hun werkgever.

Backx kan zich dat niet voorstellen. ,,De woorden van sportartsen worden geleidelijk aan steeds serieuzer genomen. Daarnaast neemt in de sportwereld het claimgedrag toe. Als er fouten worden gemaakt gaan sporters, clubs en bonden steeds vaker aan de bel trekken. Regelmatig is het ook de sporter zelf die zo graag wil. Cristian Chivu van Ajax was geblesseerd, maar ik lees dat hij toch graag voor het Roemeense elftal wil uitkomen. Oudere spelers, zoals ik heb gezien bij bijvoorbeeld Ruud Gullit en Marco van Basten, luisteren beter naar hun lichaam.''

Overbelasting kan zich al op jonge leeftijd manifesteren. Plaatsvervangend directeur Frans van Dijk van NOC*NSF vertelde in een voordracht dat talenten tegenwoordig al ergens tussen hun tiende en vijftiende levensjaar moeten beginnen met intensief trainen om het beoogde einddoel te kunnen bereiken. Want daar is een tijdsinvestering van ongeveer tienduizend uur voor nodig; twee uur per dag, tien jaar lang.

Backx: ,,Niet alleen coaches, maar ook ouders moeten hier goed mee om kunnen gaan. Zij hebben vaak de miljoenen al voor ogen. Maak het kind niet gek. Ook niet als bijvoorbeeld Manchester United naar hem komt kijken op vijftienjarige leeftijd. Als hij echt goed is, breekt hij toch wel door. Maar hoeveel talenten haken tegenwoordig al heel vroeg af? Op zeer jonge leeftijd zie je al een intensivering van trainingen. Dat kan het lichaam nog niet altijd aan. Mede door de veranderingen in de maatschappij. Want het zitten achter een computer of het televisiekijken is in de plaats gekomen van de gymnastieklessen of het voetballen op straat.''

Binnen het samenwerkingsverband van het Universitair Medisch Centrum Utrecht en de medische afdeling van de KNVB werken vijf sportartsen, vier wetenschappers en zes sportfysiotherapeuten. Er staan in combinatie met andere universiteiten onderzoeken op stapel naar de voetballies en achillespeesblessures. Daarnaast wil Backx de kennis inventariseren die is opgedaan bij het succesvol revalideren van knieblessures in Zeist. Bijvoorbeeld Marc Overmars en Dennis de Nooijer (twee keer) werkten hier onder leiding van fysiotherapeut Rob Ouderland aan hun terugkeer.

Backx: ,,Ouderland heeft ongelooflijk goed werk verricht. Na een operatie staat er in principe een half jaar voor het herstel. Maar een consensus over hoe lang het duurt voordat een voetballer weer het veld in kan en volgens welk programma het meest effectief gewerkt kan worden, dat is er nog niet.''