Tijdrijden is tijdverspilling

Bij het WK tijdrijden in Zolder deden de Nederlandse deelnemers Knaven en Van Schalen gisteren voor spek en bonen mee. De race tegen de klok is geen favoriete bezigheid in het wielerlandje van sprinters en 'stoempers'. De bond gaat investeren in een betere opleiding.

Anderhalve week geleden kreeg Paul van Schalen te horen dat hij mocht meedoen aan het wereldkampioenschap tijdrijden. De 30-jarige wielrenner sprak gisteren van een onvergetelijke ervaring. Zijn broer maakte foto's voor het plakboek thuis. In het troosteloze decor op het autocircuit van Zolder roemde hij ,,de schitterende ambiance''. Voor hem gold het olympische motto: deelnemen was belangrijker dan winnen.

In een veld van 57 renners eindigde Van Schalen op de 54ste plaats. Hij was het slachtoffer van zijn gebrekkige voorbereiding. Door de late afzegging van Erik Dekker en Bart Voskamp was de nummer drie van het NK een even logische als vormloze vervanger. Hij had dit seizoen pas vijf tijdritten in de benen.

Servais Knaven eindigde ook in de achterhoede van het gedevalueerde toernooi. Een tiental wereldtoppers had afgezegd voor het WK. Knaven moest genoegen nemen met een 39ste positie. Hij had de 25ste tijd gerealiseerd, maar kreeg van de jury 42 strafseconden opgelegd wegens stayeren. Vlak voor de finish werd hij ingehaald door Igor González de Galdeano. In diens kielzog reed Knaven naar de eindstreep. Hij had meer afstand van de Spanjaard moeten nemen, leerden de reglementen.

Knaven staat bekend als hardrijder, maar hij wil zichzelf geen tijdritspecialist noemen. Hij verspeelde bijna drie minuten op de winnaar. Hij had zich twee weken specifiek voorbereid en nam het woord `tijdverspilling' nog net niet in de mond. ,,Ik ben wel een stuk wijzer geworden. Misschien moet ik me voortaan helemaal op de klassiekers richten'', zei de renner die vorig jaar zijn sportieve hoogtepunt kende met een zege in Parijs-Roubaix.

Op de vraag waarom Nederland sinds het afscheid van Erik Breukink in 1997 geen goede tijdrijders voortbrengt, stelde hij een cynische wedervraag. ,,Waar zijn we eigenlijk wel goed in?'' Knaven reed gisteren vijftig kilometer per uur. ,,Toch niet kinderachtig, dacht ik zo. Als iemand je dan in sneltreinvaart voorbijvliegt, zegt dat veel over het huidige niveau.''

Bondscoach Gerrie Knetemann gaf na afloop een schouderklopje aan zijn renners. De voormalige wereldkampioen wilde slechts met lichte tegenzin meewerken aan ,,de negatieve berichtgeving in de pers''. Hij behoorde in de jaren zeventig tot de beste tijdrijders ter wereld. Hij heeft zich de discipline zelf aangeleerd. Urenlang reed de geboren Amsterdammer in zijn eentje langs het Amsterdam-Rijnkanaal. De doorsnee amateur ontwikkelde zich dankzij de kadaverdiscipline tot een modelprof.

,,Tijdrijden is het voor het grote publiek niet interessant genoeg en daarom besteden we er zo weinig aandacht aan. Bij de wedstrijdjes van mijn dochter staan alleen maar familieleden en aanverwanten langs de kant. Doodzonde. In België en Frankrijk zie je hetzelfde euvel. In Oost-Europa zijn ze beter doordrongen van het belang van een goede tijdrit'', meende de bondscoach.

Als ervaringsdeskundige weet Knetemann wat er komt kijken bij het tijdrijden. ,,Ik heb mezelf opnieuw moeten ontdekken. Het is meer dan hard fietsen. Je moet een bepaalde rust uitstralen en je heel goed kunnen concentreren. Je moet de eenzaamheid niet schuwen. Een tijdrijder moet zichzelf gruwelijk kunnen pijnigen. Je komt een hoop ellende tegen. Alles draait om de communicatie tussen je geest en je lichaam. Je moet de gevoelens vertalen naar snelheid.''

Knetemann hoopt dat de nieuwe wedstrijdstructuur van de nationale wielerbond haar vruchten gaat afwerpen. De KNWU erkent de leemte in de jeugdopleiding en introduceert volgend jaar een nieuwe categorie wedstrijden die plaats moet bieden aan meer tijdritten. De unie beseft dat de junioren tot dusverre, in georganiseerd verband, nauwelijks de gelegenheid de tijdrit onder de knie te krijgen.

De KNWU gaat tien wedstrijden organiseren waarin een tijdrit is opgenomen. Verder krijgen de acht districtskampioenschappen vanaf volgend jaar een open karakter. Jonge renners uit Overijssel kunnen dan ook een tijdrit leren rijden in Zeeland en omgekeerd. De noodzaak van sterke concurrentie is volgens de beleidsmakers niet relevant. In de terminologie van Knetemann: ,,Je tegenstander zie je pas in de uitslag terug.''