Steun voor Bush

President Bush heeft vandaag een belangrijke overwinning geboekt in de opbouw van zijn mogelijke oorlog tegen Irak. Misschien is het wel zijn belangrijkste tot nu toe: het Congres stemde in met een resolutie die Bush toestemming geeft geweld te gebruiken om Irak te ontwapenen. De twee Kamers van het Congres, het Huis van Afgevaardigden en de Senaat, geven de president met hun Irak-resolutie het mandaat om de Amerikaanse strijdkrachten in te zetten ,,teneinde de nationale veiligheid van de Verenigde Staten te verdedigen tegen de voortdurende dreiging van Irak en om alle VN-resoluties tegen Irak af te dwingen''. Het Congres moedigt Bush aan diplomatieke middelen te gebruiken en samen te werken met de Verenigde Naties, maar dwingt dit niet af.

Amerika's wetgevende macht heeft gesproken. De boodschap is helder. De VS kunnen hun gang gaan tegen Irak – als het moet alleen. De machtiging van het Congres aan de president verhoogt de druk op zowel de Verenigde Naties als Irak. Het signaal is even dreigend als onheilspellend. Dreigend omdat Bush zich, nu het Congres hem zo overduidelijk steunt, alleen nog maar om de publieke opinie in de VS hoeft te bekommeren. De belangrijkste politieke hindernis om een oorlog te beginnen is immers genomen. De machthebbers in Bagdad zullen zich in toenemende mate ongemakkelijk voelen. Tegelijkertijd is het signaal uit Washington onheilspellend omdat een eventueel Amerikaans unilateraal optreden de Verenigde Naties en een flink deel van de wereldgemeenschap nachtmerries bezorgt. Als drukmiddel is deze eenzijdigheid buitengewoon effectief; als werkelijkheid kan het een ongewenste dynamiek veroorzaken, die de turbulentie van een oorlog tegen Irak en de gevolgen daarvan verre overtreft. Een voorbijgaan aan de VN zou een ongekend precedent scheppen; het geeft een vrijbrief aan staten om eigenmachtig met geweld tegen elkaar op te treden. De gevolgen daarvan zijn niet te overzien.

Het is echter niet gezegd dat de `oorlogsresolutie' van het Congres tot deze hachelijke situatie leidt. Bush kent de regels en heeft, in weerwil van wat eerder werd gedacht, te kennen gegeven dat hij wil samenwerken met de VN. Maar wel op zijn voorwaarden. Na het Congres zijn nu de Verenigde Naties aan de beurt, meer in het bijzonder de leden van de Veiligheidsraad die met hun vetorecht dwars kunnen liggen: Rusland, China en Frankrijk. Elk van deze landen heeft argumenten, gestuurd door welbegrepen eigenbelang, om concessies van Washington af te dwingen – economische, financiële en politieke – in ruil voor steun aan een VN-resolutie.

Het Congres heeft de rijen gesloten. Amerika spreekt met één mond, zei een Democratische senator vanmorgen vroeg – al stemden in het Huis meer Democraten tegen de resolutie dan voor. Oorlog is het nog niet; een prompt militair optreden is niet aan de orde. Maar de Amerikanen drijven met hun systematische aanpak Saddam steeds verder de hoek in. Het woord is nu aan de VN. Als de voortekenen niet bedriegen zal de volkerenorganisatie dit keer haar tanden laten zien. Dat moet nu wel; het alternatief is het zwarte gat van de irrelevantie.