Steun Congres grote stap in eindspel-Irak

Het Amerikaanse Congres geeft president Bush de ruimte geweld te gebruiken tegen Irak. De druk op Saddam en de VN neemt toe.

President Bush heeft met het binnenhalen van de steun van het Amerikaanse Congres zijn campagne tegen de Iraakse leider Saddam Hussein en diens massavernietigingswapens aanzienlijk versterkt. Zowel het door de Republikeinen gedomineerde Huis van Afgevaardigden als de door de Democraten overheerste Senaat heeft Bush het gezag gegeven om militaire macht te gebruiken tegen Saddam: als dit ,,noodzakelijk en gepast'' is om de Amerikaanse nationale veiligheid te bewaken en uitvoering van VN-resoluties af te dwingen. De aangenomen Congres-resolutie spoort de president eerst aan alle mogelijke ,,diplomatieke'' en ,,andere vreedzame'' middelen uit te putten, maar formuleert dit niet als waterdichte voorwaarde. Na een eerste aanval heeft Bush nog 48 uur de tijd om het Congres uit te leggen dat andere middelen niet meer hielpen. Toestemming vooraf is niet aan de orde, hoogstens kritiek achteraf.

Deze uitkomst is, ondanks het ontbreken van unanimiteit in Huis (296 stemmen vóór, 133 tegen) en Senaat (77 stemmen vóór, 23 tegen), een grote binnenlandse politieke overwinning voor Bush. Hij krijgt van zijn parlement niet alleen steun, maar nog belangrijker is de mate van die steun: de president krijgt royale armslag, om niet te zeggen bijna de vrije hand, voor een unilaterale aanval op Irak, buiten de Verenigde Naties om.

Dit spookbeeld voor grote delen van de wereldgemeenschap zal de Amerikaanse positie in de verdeelde VN-Veiligheidsraad vrijwel zeker verstevigen. De Amerikanen proberen daar met steun van de Britten voorlopig tevergeefs in één resolutie een agressiever wapeninspectieregime voor Irak door te drukken, inclusief een dreiging met militair geweld als Bagdad niet meewerkt. De drie andere permanente leden met vetorecht, Frankrijk, Rusland en China, willen wel een aangescherpt inspectieregime invoeren via een nieuwe resolutie, maar niet meteen een militaire reactie inbouwen als Irak de ontwapeningsinspecties dwarsboomt.

Volgens een Frans tegenvoorstel voor een twee-fasenaanpak moet zo'n eventuele militaire actie pas later worden overwogen in een tweede resolutie, bij gebleken Iraakse sabotage. Ondanks bereidheid tot onderhandelen aan weerskanten gaapt voorlopig een kloof tussen de Amerikaanse en Franse voorstellen. Tot nu toe is onduidelijk hoe in een compromis de druk op Irak op peil kan worden gehouden, hoog genoeg voor de Amerikanen en de Britten om geloofwaardige pressie op Saddam uit te oefenen maar laag genoeg voor de anderen om niet op voorhand een oorlog in te calculeren.

De Grote Vijf in de Veiligheidsraad hebben deze week nauwelijks onderhandeld, omdat de VS eerst de uitkomst van de debatten in het Congres wilden afwachten. Nu die fase achter de rug is, kunnen de onderhandelingen bij de VN verder. En met het Congres `aan boord' als apart drukmiddel jegens de VN, staan de VS sterker: binnenlandse- en buitenlandse steun kunnen voor Washington als communicerende vaten werken.

Nu Bush de facto het binnenlandse mandaat heeft voor een militaire Alleingang, ligt voor de hand dat dit gevolgen heeft voor de onderhandelingspositie van Frankrijk, Rusland en China. Of zij zich in militaire zin nu ook harder zullen opstellen en diplomatieke concessies zullen doen, valt niet te voorspellen. Maar toegeeflijkheid ligt voor de hand. De drie zullen zich er rekenschap van geven dat zij in deze fase nog steeds invloed kunnen uitoefenen op de aanpak van Washington. Als de onderhandelingen echt volledig vast komen te zitten, wordt voor hen het gevaar slechts groter dat de VS alsnog hun eigen gang gaan en buiten de VN om opereren.

De andere landen zullen zich realiseren dat de VS geen grijstinten meer accepteren: Iraks kiekeboespel met de wapeninspecteurs is voorbij. ,,De dagen voor Irak opererend als een bandietenstaat zijn tot een einde gekomen'', zei Bush vannacht na de stemming. De Amerikaanse opties voor Saddam zijn: totale overgave of totale ondergang. In beide opties zit weliswaar niet formeel, maar wel in de praktijk een glijdende schaal naar regimeverandering verankerd. Dit is geen VN-concept en dat bemoeilijkt de onderhandelingen extra.

De Congres-steun betekent niet dat de Amerikanen nu alles bij de VN kunnen doordrukken. De VS realiseren zich dat zij een steviger politiek draagvlak hebben als zij via de VN Saddam, diens regime en massavernietigingswapens aanpakken. De VS weten dat zij de bondgenoten nodig hebben voor de politieke vervolgstrategie, na een eventuele militaire aanpak. Hoe ver hun meegaandheid jegens de bondgenoten exact reikt, valt niet te voorspellen.

Feit blijft dat de Amerikaanse anti-Saddamcampagne ondanks alle kritiek betrekkelijk voorspoedig verloopt. Op 12 september hield Bush een bondgenootschappelijke maar ook vastberaden rede bij de VN. Lof was internationaal zijn deel, maar in de toespraak gingen ook twee ongespecificeerde ultimata schuil: aan Irak én de VN.

Beide zullen zich na gisteren realiseren dat de grote beslissingen voor het Iraakse `eindspel' nu echt naderbij zijn gekomen. Saddam Hussein moet zich nog meer vragen stellen over zijn voortbestaan. En ook de VN kunnen zich existentiële vragen stellen: springen zij nog `aan boord' bij Bush, of kijken zij straks gemarginaliseerd vanaf de zijkant toe?