Speculeren met het Stedelijk

Op de Zuidas is een coup gepleegd door ING Vastgoed en projectontwikkelaars. Om dit kapitalistische project prestige te verlenen, en om de megalomane ambities te verwezenlijken van politici en van architect en supervisor van de Zuidas, Pi de Bruin (die de Zuidas potsierlijk betitelt als `het enige stukje Europa in Nederland'), moet het Stedelijk Museum worden ingezet. Immers, als het museum, of een deel ervan, verhuist naar de Zuidas, stijgt door de uitstraling van dit instituut de waarde van de grond. De redenering is dat het nieuwe museum met de aldus gegenereerde middelen kan worden gebouwd. Het museum moet dus uit het culturele hart van de stad worden geplukt en naar de rand worden verplaatst om de bouwkundige woestenij aldaar leven in te blazen.

Burgemeester Job Cohen noemt dit grondexploitatie, maar grondspeculatie is in dit geval de enige juiste term. Speculatie is een transactie met veel risico waarbij men bij prijsstijging of prijsdaling kans op veel winst, maar ook op groot verlies heeft. Het risico is in dit geval zeer groot. Het slagen van het Zuidasproject als gemengd werk- en woongebied (in een verhouding van 60%-40%) staat of valt bij het onder de grond brengen van de anderhalve kilometer snelweg die dwars door het gebied heen loopt. Rijkswaterstaat is faliekant tegen dit plan. Het is dus allerminst zeker of de snelweg inderdaad onder de grond zal verdwijnen.

ING en andere betrokken partijen zouden dus zelf dit risico moeten dragen in plaats van het op het Stedelijk af te wentelen, en wel door op de Zuidas een kunsthal te bouwen voor allerlei prachtige tentoonstellingen. Ook zouden hier, zoals Max van Rooy eerder in deze krant suggereerde, de bedrijfscollecties van ING, ABN Amro en Peter Stuyvesant, die zich alledrie reeds in het gebied bevinden, ondergebracht kunnen worden. Het zou vervolgens van zorg voor onze gemeenschappelijke cultuur getuigen wanneer een deel van het geld dat op deze wijze zou worden verdiend, wordt ingezet voor het Stedelijk in de binnenstad, bijvoorbeeld als bijdrage aan de exploitatiekosten. Anders dan de politici willen doen geloven is er geen enkele wet of regel die verbiedt dat geld dat op de ene plek wordt voortgebracht niet zou kunnen worden ingezet op een andere plek. Dit is louter een kwestie van politieke keuzes.

De betekenis van het museum, van ieder museum, berust in zijn continuïteit. Het is de zorg van de overheid om de continuïteit van kunst en cultuur te waarborgen. Voor het Stedelijk betekent dit dat het als één geheel moet voortbestaan, gerenoveerd en uitgebreid aan het Museumplein. In plaats van een verantwoordelijk overheidsbeleid hebben we te maken met een politicus als Geert Dales, wethouder van financiën, een conflictueuze en rancuneuze man die keer op keer zijn boekje te buiten gaat door zich inhoudelijk met het Stedelijk te bemoeien, nu zelfs door te zeggen dat Fuchs als directeur moet vertrekken. Áls er mensen moeten vertrekken dan zijn dit Dales zelf, en de wethouder van cultuur Hannah Belliot, die niet blijkt te weten wat een museum is, en evenmin wat de betekenis is van kunst.

    • Janneke Wesseling