Snert en bissara

De hoofdpersonen in het werk van jeugdboekenschrijfster Karlijn Stoffels krijgen het leven niet cadeau. Het zijn puberende jongens en meisjes die al jong hun weg moeten zoeken in een harde maatschappij. Stoffels' debuut Mosje en Reizele uit 1996 is het ontroerende en op historische feiten gebaseerde relaas van Pools-joodse kinderen in het weeshuis van dokter Korczak tijdens de Tweede Wereldoorlog. De jonge adolescenten in haar latere boeken wonen als illegale immigranten in Nederland, of ze krijgen te maken met mishandeling en seksuele intimidatie.

Het zijn geëngageerde onderwerpen, enigszins van hun zwaarte ontdaan door Stoffels' onsentimentele toon en ruwe grappen. Haar ik-figuren zijn mondig en gevat; ze verbergen hun problemen achter ironische afstandelijkheid en eigengereid gedrag. Soms op het irritante af. Het is dan ook een verrassing dat Issa, de dertienjarige Marokkaanse hoofdpersoon van haar nieuwste jeugdroman Marokko aan de Plas, nu eens niet zo'n stoer en ad rem type is. Het verhaal is ditmaal geschreven in de minder directe hij-vorm die past bij een jongen voor wie woorden lastige obstakels zijn. Ze buitelen voortdurend in verschillende talen door zijn hoofd: in het Nederlands, de taal van school en op straat, het arabisch, de taal van zijn geloof en de `thuistaal'. ,,Binnen in zijn hoofd ging het allemaal vanzelf. Het was een soeppan met bissara, snert en harira door elkaar. Als hij zijn mond opendeed moest hij de soep zeven.'

Op invoelbare wijze schetst Stoffels Issa's verwarring en onzekerheid. Thuis, in de Amsterdamse flat met zijn ouders en het kleine broertje Jamal, is het leven Marokkaans. Buiten aan de Plas, op school en bij `Buur' is hij echter opeens in Nederland. Alleen bij zijn oudere broer Mohammed die samenwoont met een Nederlandse, zijn de twee werelden samengebracht, maar ook daar vindt hij geen houvast.

Mooi is hoe Issa als een buitenstaander naar de wereld kijkt. Met verwondering en ook bezorgdheid: zullen zijn klasgenoten – iedereen is ongelovig op zijn nieuwe middelbare school – later in de hel moeten branden terwijl hij in zijn eentje in het paradijs zit? Issa is niet alleen gelovig maar ook gehoorzaam opgevoed. Hoewel hij soms halfhartig meedoet als zijn vriendje Hisjam rotjes naar oude mensen gooit, geldt hij als de braafste jongen van de klas. Dat je tegen volwassenen zo tekeer kunt gaan als Kelsey, een medeleerling die van een `vloekmoeder' op school netjes leert vloeken, is nieuw voor hem.

Halverwege het boek vindt er een omslag plaats. Issa raakt betrokken bij een massale confrontatie tussen twee groepen scholieren die elkaar dagelijks bij een tramhalte te lijf gaan. Als hij in de vechtende menigte het meisje ontwaart op wie hij verliefd is, knapt er iets. Hij is niet langer gedwee en komt in opstand. Even lijkt het of het tussen zijn vader en hem nooit meer goed komt, maar dankzij een plots en al te zoetsappige draai is er tot slot toch hoop.

Het verhaal dat zo zorgvuldig is opgebouwd wordt op een al te gemakzuchtige manier beëindigd. De scène tussen vader en zoon had meer reliëf kunnen krijgen als de ouders minder schimmige figuren waren geweest. Dit is temeer jammer omdat Stoffels levendig kan portretteren en wat te vertellen heeft. Ze schrijft met oog voor realistische details en ze wil duidelijk een wereld laten zien die jongeren herkennen – niet voor niets is gekozen voor een foto van een jongen op de omslag, alsof het een waargebeurd verhaal betreft. Karlijn Stoffels kan je er inderdaad in laten geloven, als ze zich de tijd gunt.

Karlijn Stoffels: Marokko aan de Plas. Querido. 120 blz. €11,50. Vanaf 12 jaar.