Relativisme

Sjoerd de Jong oscilleert in zijn recensie van Cliteurs boek over de multiculturele samenleving (Boeken, 05.10.02) tussen een cultuurrelativisme waarin hij niet (meer) kan geloven en een universalisme dat hij niet kan aanvaarden. De Jong verklaart `cultuur' tot een leeg begrip. Cultuur werd in 1871 in het eerste leerboek antropologie door Burnet Tylor gedefinieerd als `the study of human thought and action', een definitie die volgens de vorig jaar overleden nestor van de antropologie Marvin Harris nog steeds bruikbaar is. Cultuurrelativisme is het standpunt dat een cultuur evenzeer ons respect verdient als welke andere ook. Harris merkt hierover op dat het een lovenswaardige houding is voor wetenschappelijk onderzoek. Nog lovenswaardiger is het, alweer volgens Harris, als de onderzoeker tevoren zijn eigen opvattingen goed voor ogen heeft.

Cultuurrelativisme als zedelijke opvatting neemt maatstaven binnen de betreffende cultuur tot norm. Het leidt niet alleen tot stilzwijgende goedkeuring van weduwenverbranding en koppensnellerij – zaken die ver weg of in het verleden gebeurden – maar ook van verminking (zoals bij besnijdenis) en achterstelling van de vrouw.

Het is opmerkelijk dat Cliteurs boek vol staat over de problemen met de islam in Nederland, terwijl De Jong komt met het voorbeeld van de `christelijke fundamentalist die homo's weert op school', op zichzelf juist, maar langzamerhand wel een erg sleets icoon van progressief Nederland.