Ontzet waren we, oud-verzetsstrijders

Bertus Buddingh' (1920), woonachtig in Hilversum, was tijdens de oorlog onderwijzer en actief als spion in de zogeheten Trouw-groep.

,,Ik was in de oorlog onderwijzer, zoals veel meer verzetsmensen. Dat waren geen hotemetoten. Die drukten hem, die keken de andere kant op. Het waren voor het merendeel onopvallende, eenvoudige onderwijzers.

,,Mijn terrein lag in de streek ten zuiden van Rotterdam: Ridderkerk, de Hoekse Waard en de Biesbosch. Ik kende alleen mijn eigen contactman. Ik meldde hem wanneer een Duits legeronderdeel of Duitse schnellboote zich verplaatsten. Later hoorde ik dan dat sommige van hen er flink van langs hadden gekregen. Maar waar ik het meest trots op ben is dat iedereen uit onze groep de oorlog heeft overleefd. Dat komt doordat we wisten te zwijgen over ons werk. Het was een tijd van horen, zien en zwijgen. Behalve mijn contactman kende ik niemand. Dat eiste ik ook van hem. Als ik een nieuwe opdracht aannam, mocht niemand dat weten. Anders stopte ik er direct mee. Helaas was niet iedereen zo stil, er zijn heel wat mensen door loslippigheid en opschepperij voor het vuurpeloton gekomen.

,,Ontzet waren we, toen we hoorden van de verloving van Beatrix met een Duitser. We vroegen ons af: hoe kan een kleindochter van Wilhelmina, een heldin, ons dat aandoen? Dat werd niet geaccepteerd, ook door mij niet. Toen zijn enkele zeer vooraanstaande mensen uit het verzet met Claus gaan praten. Wiebenga van het Friesch Dagblad uit Leeuwarden en Bob Scheepstra, de topman van de KP (knokploegen, red.) en drager van de Militaire Willemsorde. Die twee hebben een diepgaand gesprek met Claus gehad en hun conclusie was: het kan doorgaan. Toch heb ik daar nog enige tijd moeite mee gehad.

,,Tot het moment dat die rookbom gegooid werd. Ik dacht: dat kan niet, daar heb ik het niet voor gedaan. Ik heb gevochten voor de democratie, en die laat ik niet omver gooien door een paar linkse rakkers. Dat pik ik niet. We hebben gevochten voor de vrijheid, en in de vrijheid vecht je met gesproken woorden en niet met geweld. Wil je een republiek? Prima, maar argumenteer! Zo'n Republikeins Genootschap mag van mij schrijven wat het wil, maar rook- of verfbommen gooien, dat pik ik niet.

,,Wilhelmina was de moeder van het verzet. Nog steeds komen wij ieder jaar bijeen op 31 augustus, de verjaardag van Wilhelmina. Zij zat in Londen en hield het vlammetje wakker. En dat zo'n kleindochter dan ons dat aandoet, dat stuitte bij mij op onbegrip. En nu ga ik straks naar het gemeentehuis om het condoleanceregister voor Claus te tekenen, en dan schrijf ik: `In respect voor herinnering'. Want ik had diep respect voor die man.

,,Wat erg bijgedragen heeft aan mijn waardering voor Claus is dat hij zei: `Ik begrijp de gevoelens en ik respecteer die'. En dat meende hij ook. Dan ontdooit er iets bij je. Dat gold voor bijna iedereen uit het voormalig verzet. Sindsdien is het: kom niet aan Claus!

,,Ik ben geen oranjeklant, maar het koningshuis vormt in ons land een stabiele factor in een veranderende wereld. Ik zie voor Nederland geen goed alternatief. Wat zouden we opschieten met een republiek? Wie had in die tijd van het huwelijk dan president moeten worden? Luns, Van Agt? Haha, hou toch op!'