Onderzoek: kleine klas niet beter voor leerling

Kinderen die in kleine klassen les krijgen, behalen geen betere resultaten met rekenen en taal dan leeftijdgenoten in grote klassen. In sommige gevallen presteren kinderen in grote klassen zelfs veel beter.

Dat blijkt uit een onderzoek waarop de econoom Jesse Levin eind deze maand promoveert aan de Universiteit van Amsterdam. Levin vergeleek een groot aantal schoolresultaten van leerlingen in grote en kleine klassen. Volgens de onderzoeker krijgen leerlingen in klassen tot 25 leerlingen in het basisonderwijs weliswaar meer individuele begeleiding van leraren, maar veel kinderen trekken zich in grotere klassen meer op aan hun leeftijdsgenoten.

Voormalig staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) begon in 1997 met de invoering van de klassenverkleining. De grootte van de klassen in de onderbouw van het basisonderwijs moest binnen zes jaar teruglopen van 24 tot niet meer dan twintig.

Daarom trok het kabinet een bedrag uit dat volgend jaar zal zijn opgelopen tot ruim een half miljard euro. Met dat geld kunnen scholen extra leraren aantrekken en nieuwe lokalen inrichten.

De laatste jaren zijn enkele kritische rapporten verschenen over de klassenverkleining. De Universiteit Twente concludeerde twee jaar geleden dat alleen kinderen die ruim boven of onder het gemiddelde presteren, baat hebben bij kleinere klassen. De gemiddelde leerling krijgt vaak juist minder aandacht van de leraar en presteert daardoor niet beter, aldus het onderzoek.