Kabinet moet vizier veel meer op grote steden richten

De prioriteiten van het kabinet, veiligheid, onderwijs en zorg, hebben vooral betrekking op de problemen die zich in de grote steden voordoen. Het is derhalve onbegrijpelijk dat het kabinet deze steden zo veronachtzaamt, vinden Annie Brouwer-Korf, Job Cohen, Wim Deetman en Ivo Opstelten.

`Deze regering zou (...) veel ruimte moeten geven, ook financieel, aan de grote steden, wil ze tenminste haar missie volvoeren. Voorlopig ligt daar een grote tegenstrijdigheid in het regeringsbeleid.'' Aldus Paul Scheffer in zijn artikel `Alles van waarde moet zich verweren' (Opiniepagina, 21 september). Diezelfde dag hekelde hoogleraar Godfried Engbersen in de Volkskrant de ,,kleinsteedse oriëntatie'' van het kabinet-Balkenende.

Beide constateringen zijn even waar als verontrustend. In het regeerakkoord van het kabinet ontbrak elke verwijzing naar de vier grote steden: Utrecht, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. En tijdens de algemene beschouwingen over de rijksbegroting 2003 werd in de Tweede Kamer geen woord aan de specifieke problemen van deze steden besteed.

In de vier grote steden (G4) wonen twee miljoen mensen. Dat is ruim 12 procent van de Nederlandse bevolking. Politieagenten in de G4 schrijven een kwart van alle processen-verbaal in Nederland uit. In de G4 woont bijna de helft van de Nederlanders uit de etnische minderheidsgroepen en vestigt zich jaarlijks ruim een kwart van alle nieuwkomers. Voorts herbergen zij eenderde van alle Nederlanders met een bijstandsuitkering en de helft van de problematische drugsgebruikers.

Deze cijfers tonen gevoeglijk aan dat de opgaven waarvoor deze steden staan – of het nu gaat om veiligheid, inburgering, integratie of werkgelegenheid – aanzienlijk groter zijn dan in de rest van Nederland. En het zijn precies de problemen waar dit kabinet een oplossing voor zoekt.

In februari van dit jaar presenteerden de G4 het manifest `De stad in de wereld, de wereld in de stad'. Deze titel verwoordt de dubbele opgave die wij ons voor de komende jaren stellen. De globalisering vraagt van de samenleving om krachtige economische regio's, in ons geval om een krachtige Randstad. Deze bundeling van krachten kan alleen totstandkomen als de steden onderling per spoor en auto goed te bereiken zijn.

Bovendien moeten we mensen uit de midden en hogere inkomensgroepen een passend stedelijk woonmilieu kunnen bieden, opdat zij niet langer uit de steden wegtrekken. De globalisering stelt ons ook voor de opgave om de steeds internationaler samengestelde stedelijke bevolking door inburgering, onderwijs, werk en cultuur in de Nederlandse samenleving te integreren.

De uitvoering van deze opgaven is natuurlijk primair een zaak van de stadsbesturen. Wij moeten, om nogmaals Scheffer te citeren, ,,de gevreesde witte vlucht'' zien tegen te houden. Wij moeten zorgen voor goed onderwijs, effectievere inburgeringprogramma's, meer gemengde woonmilieus en veiliger wonen, voor een goed ondernemersklimaat en voor gevarieerde en veilige uitgaansmogelijkheden.

Wij moeten minder plannen maken en meer uitvoeren. Maar zonder samenwerking met en hulp van het kabinet zal dat niet lukken, alleen al omdat Nederlandse gemeenten financieel grotendeels afhankelijk zijn van de nationale overheid.

Het beleid en de plannen van het kabinet-Balkenende zijn niet alleen maar negatief voor de grote steden. Uit de begroting van VROM blijkt bijvoorbeeld, dat het kabinet de Deltametropool als één geheel (het grootste `stedelijk netwerk' in Nederland) wil beschouwen. Op het gebied van de veiligheid stelt het kabinet een aantal maatregelen en acties in het vooruitzicht die een goede aanzet vormen voor verbetering. Daarnaast vergroot het kabinet de speelruimte voor gemeenten op een aantal punten, waaronder het aan het werk helpen van werkzoekenden door hinderlijke schotten tussen allerlei regelingen te slechten.

Maar we zien ook aanzienlijke gevaren in de plannen van het kabinet, zoals de forse bezuiniging op de gesubsidieerde arbeid. Hierdoor kunnen wij – in een tijd van stijgende werkloosheid – veel minder langdurig werkloze mensen aan het werk helpen en worden vitale publieke functies (zoals het toezicht op straat door stadswachten) uitgehold. Of de verlaagde budgetten voor het opknappen van stadswijken, waardoor beter verdienende bewoners weg zullen blijven trekken uit de stad. Daartoe worden zij nog eens extra verleid door de kleinere gemeenten die van het kabinet de ruimte krijgen meer woningen te bouwen. En niet te vergeten de bezuinigingen op het openbaar vervoer en het uitstel van belangrijke infrastructurele projecten in de Randstad, die slecht zullen uitpakken voor de concurrentiepositie van onze steden afzonderlijk, en de Deltametropool als geheel.

Het manifest `De stad in de wereld, de wereld in de stad' bevat concrete voorstellen voor het oplossen van de belangrijkste problemen. Bijvoorbeeld: speciale bonussen om het lerarentekort terug te dringen, gezamenlijke aanpak met politie en justitie van de harde kern van jeugdcriminelen en maatwerk bij inburgering.

Wij hebben daarin veel gevraagd van het nieuwe kabinet, méér dan enig kabinet, van welke signatuur ook, in de huidige economische omstandigheden zou kunnen bieden. Wij realiseren ons dat het kabinet ons niet op al onze wenken kan bedienen. Maar wij vinden het teleurstellend èn onbegrijpelijk dat de vier grote steden door het kabinet zó worden veronachtzaamd.

Teleurstellend, omdat de extra aandacht voor de grote steden die de afgelopen jaren gestalte heeft gekregen in het grotestedenbeleid, wel degelijk zijn vruchten heeft afgeworpen, ook al is dit beleid nogal verwaterd doordat het inmiddels over dertig `grote' steden gaat. Maar toch, de vier grote steden staan er, mede dankzij de samenwerking met de rijksoverheid, beter voor dan in het begin van de jaren negentig.

Onbegrijpelijk, omdat de prioriteiten van het kabinet (veiligheid, onderwijs en zorg) betrekking hebben op problemen die zich vooral in de grote steden voordoen. Het kabinet en G4 hebben elkaar hard nodig om van de uitvoering van die prioriteiten een succes te maken.

De komende weken en maanden staat de behandeling van de departementale begrotingen op de agenda van de Tweede Kamer. Wij realiseren ons natuurlijk dat de ruimte voor wijziging van de kabinetsplannen voor volgend jaar betrekkelijk klein is. Niettemin doen wij een klemmend beroep op kabinet en Kamer de steven te wenden en een meer `grootstedelijke' benadering te kiezen opdat de belangrijkste vraagstukken met succes kunnen worden aangepakt.

Er zijn, gelukkig, aanknopingspunten om al volgend jaar een stap in de goede richting te zetten. Tijdens de algemene beschouwingen bleek dat kabinet en Kamer volgend jaar 130 miljoen extra willen uittrekken voor versterking van de `veiligheidsketen'. Het valt te hopen dat dit geld vooral terechtkomt bij de grote steden, bijvoorbeeld voor versterking van hun politiekorpsen.

Ook moet snel worden begonnen met het intelligenter benutten van de bestaande capaciteit op het spoor, opdat een aanzienlijke verbetering van het openbaar vervoer wordt bereikt. Ten slotte de gesubsidieerde arbeid: er moet worden afgezien van de bezuinigingen op de zogenoemde instroom- en doorstroombanen (I/D) en WIW-banen (wet inschakeling werkzoekenden), want dit komt de kwaliteit van de veiligheid, het onderwijs en de zorg in de grote steden ten goede.

A. Brouwer-Korf, J. Cohen, W. Deetman en I. Opstelten zijn burgemeester van respectievelijk Utrecht, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.