Jimmy Carter

Het had niet gehoeven. In tijden van mondiale oorlog of andere ingrijpende gebeurtenissen heeft het Noorse comité dat de Nobelprijs voor de Vrede uitreikt wel vaker vastgesteld dat er geen aanleiding was voor een laureaat. Zo vond het comité tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog pas aan het einde de tijd rijp voor een prijs: die ging toen in 1917 respectievelijk 1944 naar het Rode Kruis. Tot medio jaren zeventig zette het comité in jaren die geen vanzelfsprekende aanleiding boden voor eerbetoon, de prijs ook wel eens op sterk water.

Vorig jaar werd het dilemma dat ná 11 september en vóór de oorlog om Afghanistan was ontstaan, doeltreffend opgelost door de Nobelprijs voor de Vrede toe te kennen aan de Verenigde Naties als organisatie en secretaris-generaal Kofi Annan in persoon. Dat was een belangrijke stimulans voor het werk van de internationale gemeenschap. Dat dezelfde gemeenschap een jaar later onder enorme druk staat door de welhaast unilaterale neiging van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië een oorlog om Irak te ontketenen, doet hieraan met terugwerkende kracht niets af.

Het Noorse Nobelcomité heeft er vandaag zelfs een schepje bovenop gedaan met zijn keuze voor de voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter. Waarom Carter? Het ligt niet voor de hand dat hij louter en alleen wordt geëerd voor zijn rol bij het Camp David-akkoord van 1978 tussen premier Begin van Israël en president Sadat van Egypte, of zijn bijdrage aan de oprichting van de internationale organisatie Habitat voor de huisvesting van de armen. Het is evenmin logisch dat zijn permanente pendeldiplomatie als `freelance ambassadeur' zonder geloofsbrieven de enige reden is voor de prijs. Weliswaar reist Carter rusteloos rond als pleitbezorger van democratiseringsprocessen en vrije verkiezingen, en ziet hij er niet tegen op ook de `As van het kwaad' in Noord-Korea en Libië aan te doen, tot nu toe heeft hij daarmee overzee noch in zijn eigen Amerika veel bereikt. Kim Jong-il en Moammar Gaddafi zitten nog steeds te paard. Alle pogingen van Carter om de regering-Bush tot een meer multilaterale lijn te brengen zijn vooralsnog ook gestrand.

De diplomatieke en humanitaire activiteiten die Carter sinds zijn vertrek uit het Witte Huis in 1981 heeft ontwikkeld, rechtvaardigen zeker een internationale prijs. De nu 78-jarige oud-president heeft er verscheidene mogen ontvangen. Maar de vandaag toegekende Nobelprijs is toch van een andere orde. Het comité heeft met de laureaat een politieke boodschap aan het huidige Amerikaanse staatshoofd verzonden. De tekst voor Bush jr. luidt tussen de regels ongeveer zo: bezint eer ge begint. Carter zelf heeft dat ook al verschillende keren gezegd: geen oorlog zonder de VN.

Het comité neemt echter wel een risico. Want de kans is klein dat de regering in Washington dit verzoek ter harte zal nemen.