Hoe Europa zich plaatst buiten de werkelijkheid

De relaties tussen Duitsland en Amerika zijn ernstig verstoord. Dat lag op het eerste gezicht niet eens zozeer aan de inhoud van beleid als wel aan de verpakking. Bij zijn afwijzing van enige Duitse deelneming aan een interventie in Irak kwalificeerde kanselier Schröder de Amerikaanse voornemens als een avontuur.

Nu valt op dit woordgebruik weinig af te dingen, want de plannen zijn gewaagd en de operatie wordt op goed geluk ondernomen. Maar het is in Washington slecht gevallen. Daarbij kwam dat een Duitse minister in één adem Bush en Hitler noemde of zou hebben genoemd. Gevolg: de kanselier moest gebruikelijke Amerikaanse gelukwensen met zijn herverkiezing ontberen en de Amerikaanse minister van Defensie ontliep op een NAVO-bijeenkomst in Warschau zijn Duitse ambtgenoot.

In wezen gaat het om diplomatieke plooien die gladgestreken kunnen worden. Of er meer aan de hand is viel aanvankelijk moeilijk te bepalen omdat de Duitse regering haar afwijzing nauwelijks beargumenteerde. Dat liet ruimte voor commentaar van de buitenwacht dat hier electoraal opportunisme in het spel was en dat Schröder op zijn schreden zou terugkeren zodra hij zijn zetel had veiliggesteld.

Hoewel de Duitsers nu op verzoening uit zijn, houden zij vast aan hun afwijzing. Het gaan van een Sonderweg is meer dan een oprisping. Het past in Schröders belijdenis bij de aanvang van zijn eerste termijn dat de Berliner Republik een normaal land zou zijn, wat zoveel wilde zeggen als niet meer gebukt zou gaan onder de historische belasting van het nazisme. Een `normaal land' heeft zijn eigen belangen en volgt zijn eigen instincten. Dat is wat de Duitse regering ten aanzien van Irak laat zien.

Ook aan Amerikaanse kant is meer aan de hand dan irritatie over ondiplomatieke formuleringen. Kort na de vernietiging van de Twin Towers verklaarde president Bush dat wie niet met ons is, geacht moet worden aan de kant van het terrorisme te staan. Op dat moment was het ook voor Duitsland niet moeilijk zijn plaats te bepalen. Maar sindsdien heeft de Amerikaanse regering de `oorlog tegen het terrorisme' een wel zeer wijde actieradius gegeven.

Zij ziet en voorziet samenwerking tussen terroristen en zogenoemde rogue states ofwel de axis of evil, samenwerking die leidt tot aanvallen met massavernietigingswapens op doelen in Amerika en op het grondgebied van bondgenoten. Preventief militair optreden tegen dergelijke staten acht Washington geboden, te beginnen met Irak. De Bush-doctrine laat geen ruimte voor afzijdigheid. Schröders Sonderweg loopt niet parallel aan Main Street. Dat is voor de toekomst bepalend.

De Europese Unie heeft dit voorjaar, toen duidelijk werd waarop de regering-Bush afstormde, kansen laten liggen om een gemeenschappelijk standpunt te formuleren, de verdeeldheid die is ontstaan te voorkomen en invloed te oefenen op het Amerikaanse beleid. Er waren kritische geluiden, van de kant van Frankrijk en van de Europese Commissie, maar die geluiden zijn in de loop van maanden verstomd. Er ontstond een soort Europees driestromenland. Premier Blair kiest voor de special relation en activisme, president Chirac beweegt in slowmotion en kanselier Schröder staat stil. Als de zaken verder escaleren zal Chirac zich, naar het voorbeeld van zijn voorganger in de Golfoorlog van 1991, vermoedelijk voegen.

De gelatenheid waarmee Europese leiders het schisma ondergaan, is verbazingwekkend. Na invoering van de euro staan ogenschijnlijk alle lichten op groen voor het aanbrengen van het sluitstuk op de Europese integratie: de politieke unie. Een speciale conventie van parlementariërs en regeringsvertegenwoordigers, onder leiding van Frankrijks ex-president Valéry Giscard d'Estaing, bereidt een document voor dat de regeringsleiders als richtsnoer zullen gebruiken bij de definitieve eenwording. Bovendien staat de Unie voor een aanzienlijke uitbreiding met nieuwe leden. Zonder een helder en vernieuwd kader voor Europese besluitvorming dreigt chaos, anarchie en impasse.

Het debat in en rondom de conventie gaat, als gebruikelijk in Europa, over instituties en regels. Zo staat de vraag hoe federaal, supranationaal of intergouvernementeel de bestuurlijke architectuur uiteindelijk zal zijn al sinds het ontstaan van de Europese Gemeenschappen centraal. Die vraag krijgt in de eindfase, die hoe dan ook is begonnen, vanzelfsprekend een bijzonder accent. Maar wat ook de uitkomst van dit institutionele debat zal zijn, er zal toch altijd op hoofdlijnen van beleid een begin van consensus moeten kunnen ontstaan, wil het instituut Unie functioneren.

In de veranderde en veranderende relatie met Amerika is een dergelijke consensus ver te zoeken. Niet alleen over de actieradius van de `oorlog tegen het terrorisme' bestaan transatlantisch en binnen Europa grote meningsverschillen. De tragische, nog maar net begonnen geschiedenis van het Internationale Strafhof toont eveneens diepe kloven.

Er wordt getracht die aan het zicht te onttrekken door aparte overeenkomsten met de Verenigde Staten te gedogen die Amerikanen van vervolging voor het hof vrijwaren. Niet iedereen is gelukkig met dit compromis, dat feitelijk de geloofwaardigheid van het Hof ondergraaft nog voor een zaak in behandeling is genomen.

De derde breuk ligt op het terrein van wat gemakshalve nog altijd als het vredesproces wordt omschreven. Hiermee wordt bedoeld zicht te houden op een uitweg uit de gewelddadige impasse waarin het Israëlisch-Palestijnse conflict nu al weer ruim twee jaar verwijlt. Juist deze week bezoekt Europa's buitenlandwoordvoerder Solana het gebied om namens het zogenoemde kwartet het gesprek met partijen op gang te houden. Het kwartet bestaat uit de Verenigde Naties, de Verenigde Staten, Rusland en de Europese Unie. De term suggereert eenheid waar diepgaande verdeeldheid heerst.

Het is niet te voorzien hoe de Europese Unie zich in deze mêlee van tegenstrijdigheden zou kunnen hervinden. Al sleutelend aan instituties en regelgeving ontglipt haar de werkelijkheid.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.