Het paradijs van de consumens

De mens wil niet langer zelf `iets uit niets' maken om plezier te hebben. Vandaar de bloei van pretpark, klimhal en city-safari. Astronomische prijzen zijn geen bezwaar, mits de pret gegarandeerd is, blijkt uit een bevlogen boek.

Na jaren in de luidruchtige hoofdstad van ons land besluit ik voor een week terug te gaan naar mijn geboortedorp Terwispel (Friesland). Een nauwelijks bereden straatweg, een stille vaart, weiden vol kalm grazende koeien, rustige mensen, dotters, wuivend gras, dat werk. Niets.

De weg van Gorredijk naar Terwispel loopt door een industrieterrein. Aan de studio van een reclamefotograaf die ik me herinner hangt nu een bord waarop 'Kinderparadijs' staat geschilderd, de fabriek voor loopstalinrichtingen blijkt in een kartingbaan omgetoverd, achtereenvolgend passeer ik een tropisch zwembad, een klimhal, een disco, een ski-helling, een casino, een mega-supermarkt en een loods waarin een meezing-bioscoop blijkt gevestigd. Maar Gorredijk is altijd al lelijk geweest. Ik begin uit te kijken naar het bord dat de bebouwde kom van Terwispel aanduidt, naar rust. Halverwege mijn jeugd had de vereniging Plaatselijk Belang onder het max. 50-bord de tekst Terwispel. Mooie woonplaats aangebracht. Geen woord aan gelogen. Het blijkt vervangen door Terwispel. Fun Village.

Er blijkt een hek geplaatst waarmee men de openbare weg kan afsluiten. Een pijl wijst naar een VVV-kantoor. ,,Wat mag Terwispel voor u betekenen?' vraagt een vrolijk geüniformeerde jonge vrouw achter de balie.

,,Niets,' zeg ik. ,,Ik ben hier geboren.'

Ze verwijst me haastig door naar de village-manager.

Het managerskantoor blijkt gevestigd bij de brug over de vaart.

,,Zo, dus u bent hier geboren' zegt de manager. ,,Tjitske van het VVV belde net over uw probleem.'

Zuchtend laat ik me op een stoel vallen.

,,Hier,' zegt de manager en geeft me een brochure. ,,Kijkt u eens rustig en maakt u een keuze.'

,,Terwispel is een paradijs voor de consumens', lees ik. Zo blijkt het op de boerenplaats van voormalig veehouder Sake de Wit (ik heb als kind nog in het hooi van zijn vader gespeeld) mogelijk `poldersport' te beoefenen: rolskiën, canooting, kruisboogschieten, touwparcours met indianenbrug en groepsovernachtingen op kampeervlotten in natuurreservaat Van Oords Mersken. In het hele dorp blijken verkooppunten voor boerderij-ijs gevestigd, goedgekeurd door de Bond voor Boerderijzuivelbereiders, hetzelfde keurmerk is aan een aantal graskaasboerderijen toegekend. Onder de noemer Agri-experience is het mogelijk in een doolhof te dwalen dat is aangelegd in een maïsveld, varen kan in de speciaal geïnundeerde polder Kolderveen, met fluistermotor of roeispanen voor de gezondheid. Er is een turfmuseum, een vaartmuseum, een straatwegmuseum, een museum gewijd aan de gedwongen winkelnering. Men kan in het seizoen veulen- of kalvertrekken, voor de unieke ervaring van een geboorte in de natuur.

,,En u hebt geluk...' zegt de manager.

Die avond zal het massaspel worden opgevoerd dat de veenarbeidersstaking van 1888 uitbeeldt.

,,Compleet met vierentwintig echte Friese paarden voor de marechaussee en vierhonderd arbeiders in origineel kostuum. Vorig jaar trokken we er vijfduizend man mee, dit jaar verwachten we een toename van twintig procent. Al met al, mede dankzij de groenwal om Terwispel en het hek op de weg, is er een prachtig, eigen wereldje ontstaan. We hebben hier niet voor niks honderdduizend stiltezoekers per jaar. De fun is gegarandeerd en voor elke gast is er een Wispolia-certificaat.'

Deze terugkeer naar Terwispel lijkt een boze droom en is ook maar verdichting. Figuurlijk: fantasie. En letterlijk: het bestaat echt, maar verspreid over Nederland en niet alles in één dorp. De fun, gelegenheid je vrije tijd te besteden, is zich echter in een razendsnel tempo aan het ontwikkelen, getuige Tracy Metz' Pret! Leisure en landschap. Een droom als bovenstaande is werkelijkheid aan het worden.

Veldwerk

Dat de mens tegenwoordig meer vrije tijd heeft dan vroeger is een gemeenplaats, al keek ik op van de mededeling van Tracy Metz dat 25 procent van een gemiddeld Nederlands jaarinkomen opgaat aan pret, fun en leisure. Voor haar boek deed Metz, vergezeld van de twee fotografen Janine Schrijver en Otto Snoek (die met hun vaak onthutsende, maar altijd schitterende beelden een onmisbare bijdrage aan Pret! leveren) een bijna onmenselijke hoeveelheid veldwerk. Je krijgt de indruk dat ze elk pretpark en elke klimhal van binnen kent. Verder dook ze diep in de literatuur op dit terrein, studeerde op statistieken, om vervolgens te komen tot de méér dan aangenaam lezende combinatie van de nuchtere journalistiek en bevlogen essayistiek die we in Pret! aantreffen.

De ontwikkeling van vraag en aanbod in de vrijetijdbestedingsindustrie is adembenemend. De concurrentie tussen de verschillende aanbieders is moordend en de consument wil steeds meer. De tegenwoordige mens wil niet langer zelf `iets uit niets' hoeven maken om zichzelf of zijn kinderen te vermaken. Dat de prijzen soms astronomisch zijn blijkt daarbij geen bezwaar, mits de pret gegarandeerd is.

Dat is allemaal goed te volgen. Toch is Pret! op veel plaatsen duizelingwekkend. De leisure komt als een lawine op je af, zeker als je de snelheid van alle door Metz beschreven ontwikkelingen overziet. De attractieparken kunnen we zonder veel moeite als een vercommercialiseerde uitbouw van de aloude speeltuin plaatsen, de skihelling als een Alpen-imitatie, verdwaald in polderland. Ingewikkelder en ook onaangenamer – al is de les van Pret! dat we er desondanks mee moeten leren leven – is de vermenging van dagelijkse werkomgeving en leisure-plekken. De stad als attractiepark, aangeharkt en verfund tot al het dagelijks leven is geweken, met snel daar achteraan hetzelfde lot voor het platteland – zie mijn nachtmerrie-Terwispel. Metz noemt bijvoorbeeld explosief groeiende (30 procent in de laatste vier jaar), luidruchtige verschijnselen als Koninginnedag, Uitmarkt en Grachtenconcert. Is het nog mogelijk als niet-bezoeker aan andermans pret te ontsnappen? Ze geeft ons weinig hoop. `De stedentoerist is op straat en in attracties haast niet meer te onderscheiden van de eigen stadsbewoner,' schrijft ze ergens. Nog meer in de sfeer van de nachtmerrie is wat je een Big Brother-aspect van het boomende leisure-ondernemerschap zou kunnen noemen. Zo blijken in Rotterdam (tussen 1997 en 2000 stegen de toeristenbestedingen in deze stad met 24 procent) City-safari's te worden georganiseerd. Men kan naar een truckerscafé, een tattooshop, een daklozenpension of een asielzoekerscentrum (40 euro per tour).

Vooruitgang

Huiveringwekkend, de medemens als aapje, wij gaan daar naar kijken. Een uitwas van de moderne tijd? In de achttiende eeuw kon je op zondag de gekken in het gesticht gaan bekijken, als pinguins in de dierentuin. Van onze tijd is de industrialisatie ervan, en de enorme (buitenlandse) financiële belangen die ermee gemoeid zijn. Het landschap waarin we niets kunnen vinden is hoe dan ook binnen enkele decennia ver te zoeken.

In 2000 leverden recreatie en toerisme naar schatting zes miljard gulden aan de economie van het platteland, zo citeert Tracy Metz uit een sociologisch rapport.

,,O ja,' zegt de village-manager van Terwispel. ,,Vergat ik bijna nog te noemen, omdat het helemaal nieuw is. Onze Wispolia-survival. Koffiedrinken bij de familie van Zwarte Siebe. Siebe heet zo vanwege de kleur van haar en handen, en zijn vrouw zet een onvergetelijk kopje koffie, geserveerd in de authentieke arbeiderswoning waar trapleuning, kastdeuren en alle verdere hout in de kachel is verdwenen, op een tafel waaronder je door een gat in de vloer tussen de poten door de varkens ziet scharrelen. Als je geluk hebt zijn alle tien kinderen thuis. Zestig euro, medische begeleiding inbegrepen.'

In onbewaakte ogenblikken wens ik wel eens dat er een pil tegen de vooruitgang bestond.

Tracy Metz: Pret! Leisure en landschap. Met foto's van Janine Schrijver en Otto Snoek. NAI Uitgevers, 286 blz. €25,-