Herwaardering van `beste ex-president'

Tijdens de presidentiële campagne van 1976 deed de diep religieuze Jimmy Carter tegenover het blad Playboy een bekentenis die veel stof deed opwaaien: hij had ,,in zijn hart sterke verlangens gehad'' naar andere vrouwen dan de zijne, biechtte hij op. Beduidend minder heimelijk waren de verlangens die zich na zijn weinig succesvolle presidentschap in 1981 van hem meester maakten: Carter begon als vredesbemiddelaar, pleitbezorger van de mensenrechten en bestrijder van zeldzame ziekten aan een van de langste rehabilitaties in de wereldgeschiedenis, die hem uiteindelijk vanmorgen de Nobelprijs voor de Vrede bezorgde.

Het Nobelcomité prijst Carter om zijn ,,decennia durende onvermoeide pogingen vreedzame oplossingen te vinden voor internationale conflicten, democratie en mensenrechten te bevorderen en de economische en sociale ontwikkeling te stimuleren''. Carter bemiddelde in tal van regionale conflicten als Somalië, Noord-Korea, Haïti en Bosnië, die gerekend kunnen worden tot de nachtmerries van de vorige president Clinton. Dat hij tijdens zijn eigen presidentschap het Camp-David-akkoord tussen Israël en Egypte (1978) mede tot stond bracht, was volgens het Nobelcomité op zichzelf al een prestatie waarvoor Carter de Nobelprijs had kunnen krijgen.

Carter krijgt de prijs nu niet alleen uit waardering voor zijn werk, maar ook deels uit protest tegen de huidige regering-Bush inzake Irak. Het Nobelcomité schrijft in zijn rapport: ,,In een toestand die op dit moment wordt gekenmerkt door dreigementen met het gebruik van geweld, heeft Carter vastgehouden aan de principes dat conflicten zoveel mogelijk moeten worden opgelost door bemiddeling en internationale samenwerking, gebaseerd op het internationale recht, respect voor mensenrechten en economische ontwikkeling.'' Comité-voorzitter Berge was mondeling duidelijker vanochtend over de prijs voor Carter: ,,Dit moet worden geïnterpreteerd als kritiek tegen de lijn die de huidige regering nu volgt. Het is een trap tegen de schenen van allen die dezelfde lijn als de Verenigde Staten volgen.''

Carter zal het er mee eens zijn, want ook hij heeft zich tegen de huidige Amerikaanse aanpak gekeerd. Belangrijker is dat de prijs voor hem past in een publieke herwaardering. De Democraat Carter was president van de Verenigde Staten tijdens de Koude Oorlog en werd in 1981 weggevaagd door de Republikein Reagan. De kiezers straften Carter vooral af voor zijn aanpak van de veertien maanden durende gijzeling van Amerikanen in Teheran, waarbij een bevrijdingsactie mislukte. Carter gold destijds als een incompetente en naïeve president van Amerika, zozeer dat niemand naar zijn zeggen na zijn vertrek uit het Witte Huis in 1981 met hem `geassocieerd wilde worden'. Hij werd een zwakke president genoemd ,,voornamelijk omdat ik me onthield van het gebruik van militair geweld'', zei Carter in 1997 in een vraaggesprek met deze krant.

Eenmaal uit het Witte Huis begon hij met zijn vrouw Rosalynn en zijn Carter Center in Atlanta aan een tweede leven. Hij vervulde een belangrijke rol bij de vreedzame terugkeer van president Aristide in Haïti in 1994, die drie jaar eerder was afgezet bij een staatsgreep en in ballingschap leefde. Carter onderhandelde in Bosnië, op verzoek van oorlogsmisdadiger Karadzic, en droeg mede bij aan een later weer geschonden bestand van vier maanden in januari 1995. Zijn Camp-David-akkoord stond model voor het latere Bosnische vredesoverleg in Dayton. Carter maakte op meer plaatsen gebruik van zijn invloed als ex-president van de VS. Hij onderhandelde met allerlei leiders, van Mengistu, president van Ethiopië, tot Kim il Sung van Noord-Korea.

Lang niet altijd had hij succes. Carter vond zelf zijn missie rond de Grote Meren in 1995 de moeilijkste. Ondanks een top met alle betrokken leiders raakte Carter niet betrokken bij onderhandelingen. Maar zijn inzet, energie, en therapeutische open stijl van bemiddelen kregen wereldwijd waardering.

U wordt de beste ex-president genoemd, vroeg deze krant hem in 1997. Carter antwoordde: ,,De vier jaren dat ik in functie was, krijgen meer waardering. Het oordeel van de geschiedenis wordt steeds beter.'' Maar een verklaring waarom hij geliefder was als activist dan als president had hij wel. ,,De dingen die ik nu doe, zijn veel minder controversieel'', zei hij verwijzend naar vrede, mensenrechten, woningbouw, gezondsheidzorg en hulp voor Afrika: ,,Dat ligt goed bij het grote publiek.''

    • Robert van de Roer