Helaas is muziek niet ècht een taal

Pianist en dirigent Murray Perahia stelt dit seizoen een programma voor het Concertgebouw samen. `De combinatie van Mozart en Bach werkt uitstekend.'

atuurlijk ben ik extreem gevleid', glimlacht pianist Murray Perahia bescheiden. Na Yo Yo Ma, Gidon Kremer, Thomas Hampson, Reinbert de Leeuw en Bernard Haitink mocht Perahia dit seizoen voor het Amsterdamse Concertgebouw naar eigen smaak een concertserie samenstellen. Volgende week woensdag, donderdag en zaterdag is hij te beluisteren als solist bij het Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink, vrijdagmiddag is er een informeel jeugdconcert met medewerking van Wyneke Jordans, waar kinderen zelf stukjes mogen voorspelen. Later dit seizoen keert Perahia terug voor solorecitals, kamermuziek, masterclasses en een optreden met Nieuw Sinfonietta Amsterdam als solist én dirigent.

Zonder vleugel oogt Murray Perahia (55) daadwerkelijk vleugellam en incompleet. Hij zit dapper en beleefd aan bij de perslunch ter aankondiging van zijn Carte Blanche-serie, maar leeft pas op bij een gesprek over muzikale structuren (,,Let wel: levende structuren!'') en interpretatie. In zijn muzikale monomanie en intellectuele bedachtzaamheid is Perahia een beetje de monnik onder de meesterpianisten, en het is dezelfde mix van weloverwogen principes en intuïtie die ook Perahia's pianistische grootheid typeert. Luister naar zijn recente, alom geprezen interpretatie van Bachs Goldberg-variaties of diens pianoconcerten, en wat verbluft is de helderheid van structuur, de lyriek, de sprankeling die voortkomt uit een hypersensitieve trefzekerheid.

Uiterlijk wordt Murray Perahia ten onrechte vaak versleten voor een Zuid-Amerikaan. Zijn feitelijke achtergrond is exotischer. Perahia (`bloem Gods' in het Hebreeuws) werd geboren in de Bronx, New York. Hij sprak thuis aanvankelijk alleen Ladino, de taal van zijn in de jaren dertig uit Griekenland geëmigreerde, sefardisch-joodse ouders. Zingen was Perahia's eerste muzikale hartstocht. Zijn vader was behalve kleermaker een gepassioneerd operaliefhebber, en troonde zijn zoon vanaf diens derde verjaardag regelmatig mee naar de Metropolitan Opera. ,,Dat was fantastisch'', vertelt Perahia. ,,Ik zong de aria's na en kreeg pianolessen als beloning.'' Op de kleuterschool moedigde zijn juf de nog geen Engels sprekende `Moshiko' aan om piano te spelen voor de andere kinderen, en zo toch te communiceren.

Taal

,,Nog steeds blijft de relatie tussen muziek en spraak me intrigeren'', lacht Perahia, vijftig jaar later. ,,Eén deel van mijn `carte blanche' heb ik gewijd aan een jeugdconcert. Over de invulling daarvan heb ik diep nagedacht, en ik vermoed dat het aantonen van de relatie tussen muziek en spraak een goede manier is om klassieke muziek te introduceren bij jonge mensen. Net als taal voorziet muziek in de menselijke behoefte aan het stellen van vragen, zoeken naar antwoorden en opnieuw stellen van vragen. Het is een filosofisch beginsel dat tot klinken wordt gebracht. Maar helaas is het niet zo dat muziek écht een taal is. Muziek beantwoordt deels aan een logica die puur muzikaal is, en niet met spraak vergeleken kan worden. In emotioneel opzicht zijn muziek en spraak natuurlijk wél verwant, met als groot verschil dat je emoties in muziek op een veel abstractere, diepere en subtielere manier kunt uiten dan in taal. Voor subtiliteit breek ik graag een lans. Het is een bedreigde deugd, die we moeten koesteren.

,,Neem popmuziek'', vult Perahia aan. Hij fronst onwillekeurig de wenkbrauwen. ,,Ik vind het best dat mijn twee tienerzoons ernaar luisteren, maar ik wil dat ze óók leren inzien dat popmuziek zelden subtiel is. Er wordt nauwelijks in gemoduleerd, bijvoorbeeld. Ten tijde van Bach was modulatie als emotioneel vervoersmiddel juist verschrikkelijk belangrijk. Je begint in één toonsoort, zoekt iets anders, bevindt je opeens in ver verwijderde tonale regionen en moet dan terugkeren. Dat hele principe, hoe basaal ook, is bij de meeste jonge mensen niet meer bekend. Dat vind ik doodzonde.''

In het pianospel van Murray Perahia is het goede van verschillende `scholen' verenigd. Zijn muzikale welsprekendheid dankt hij naar eigen zeggen aan zijn vroege lessen in de klassieken bij de Poolse pianist Mieczyslaw Horszowski, leerling van een leerling van een leerling van Beethoven. Belangrijk was ook de kennismaking met de Amerikaanse pianist/pedagoog Rudolf Serkin, in een periode dat Perahia zelf het pianospelen nog als een bijvak zag en zich aan het Mannes College of Music in Manhattan voorbereidde op een toekomst als dirigent en componist.

Die plannen wijzigden toen Perahia in 1972 als 25-jarige het vooraanstaande pianoconcours van Leeds won. Later in de jaren zeventig brak hij als een bijna beangstigend broos ogende jongeling ook internationaal door met zijn nog steeds betoverend poëtische, klaar klinkende en later ook op cd heruitgebrachte plaatopnames van de pianoconcerten van Mozart, waarin hij het English Chamber Orchestra dirigeerde vanachter de vleugel. Als vaste gastdirigent van de Academy of St. Martin in the Fields herhaalt Perahia die formule op recente opnames van Bachs pianoconcerten. In zijn Carte Blanche-serie is Perahia bij het Nieuw Sinfonietta Amsterdam te beluisteren in de dubbelrol van pianist en dirigent.

,,Ik dirigeer graag vanachter de piano omdat ik geloof dat die werkwijze behalve authentiek ook werkelijk zinvol is'', legt Perahia uit. ,,Mijn interpretatie verandert wanneer ik speel én dirigeer, al kan ik er maar niet precies mijn vinger op leggen hoe precies. Wanneer je als solist werkt met een goed dirigent die het orkest voor je leidt en beteugelt, is dat een grote luxe. Je bereikt dan een graad van perfectie die onmogelijk is wanneer je zelf dirigeert. Maar het voordeel van zélf dirigeren is dat je het hele orkest actief kunt betrekken in je eigen interpretatie. Het resultaat is dan meer, tsja, vervoerend. Dat is niet altijd beter, maar het brengt de orkestmusici in een staat van collectieve betrokkenheid die lang niet altijd optreedt in een normale concertsituatie met een `echte' dirigent. Anderzijds kleven er aan dirigerend soleren natuurlijk ook nadelen. Je moet inzetten aangeven en dan zelf snel invallen, en dat gaat wel eens ten koste van het spel. Maar geloof me, het is een lage prijs voor de voordelen die deze werkwijze biedt!''

Relatief laat in zijn loopbaan kwam Perahia onder invloed te staan van Vladimir Horowitz (1904-1989), in zijn uitbundig virtuozendom ogenschijnlijk Perahia's pianistische tegenpool. Horowitz wilde Perahia al als tiener aannemen als sterleerling, maar Perahia weigerde destijds. Pas toen hij zelf tegen de veertig liep en Horowitz al hoogbejaard was, ontstond er toch een – veelbeschreven – contact.

Horowitz: ,,Meneer Perahia, waarom speelt u altijd alleen werken van de grote klassieken en geen groot romantisch repertoire?''

Perahia: ,,Omdat ik daarin niet ben opgeleid.''

Horowitz: ,,U wilt meer zijn dan een virtuoos? Welnu, dan moet u eerst een virtuoos worden!''

Perahia nu: ,,Die woorden heb ik ter harte genomen, en daar heb ik nooit spijt van gekregen.''

De avond voordat Vladimir Horowitz overleed, was Murray Perahia diens laatste toehoorder. Een blik op Perahia's uitgebreide discografie verraadt dat hij sindsdien inderdaad meer romantische werken aan zijn repertoire toevoegde. Veelzeggend is bijvoorbeeld zijn interpretatie van Liszts pianobewerking van Schuberts lied Erlkönig. Al blijft Goethe's liedtekst in deze bewerking onuitgesproken, de boze elfenkoning dondert wel degelijk met barse bas, diens dochters verleiden met kwelende stemmetjes, de nachtwind raast en buldert en de vader troost zijn kind met een dichterlijke tederheid die aan Perahia's Mozart-interpretaties doet denken. Perahia's laatste cd-opname betreft een dichterlijke opname van de Études van Chopin, en met een romantisch recital rond werken van Schumann en Chopin sluit hij komende zomer ook zijn Carte Blanche-serie af. Maar verhoudingsgewijs zijn de klassieken en bovenal Bach blijven domineren. Aan moderne muziek waagde Perahia zich lange tijd helemaal niet, in zijn schuldgevoelens getroost door de gedachte dat die muziek beter af is met interpreten die de muziek wel begrijpen. Nu speelt hij bij gelegenheid werken van eigentijdse componisten als Michael Tipett, in wiens tonale klankwereld hij zich wél kan verplaatsen.

Haitink

Aanstaande woensdag soleert Perahia bij het Concertgebouworkest onder Haitink, met wie hij in 1990 alle pianoconcerten van Beethoven opnam. Op het programma staat Mozarts Pianoconcert nr. 22. ,,Dat is niet het meest populaire pianoconcert, maar het is zeer feestelijk en een concert waar ik zelf een speciale voorkeur voor koester'', zegt Perahia. ,,Dat komt vooral door de prachtige houtblazerspartijen, die bol staan van echo's uit Così fan tutte. Ik had natuurlijk ook Beethoven kunnen spelen, maar dat was niets nieuws geweest. En voorzover ik me kan herinneren heb ik met het Concertgebouworkest nooit eerder Mozart gespeeld.''

Na zijn openingsconcerten met het Concertgebouworkest, kleurt Perahia zijn carte blanche verder in met Bach. Later in het seizoen klinken dan nog talrijke combinaties van diens werk, gepaard aan Mozart en Haydn. ,,Ik houd hartstochtelijk van de symfonieën van Haydn'', stelt Perahia, die het Nieuw Sinfonietta zal voorgaan in diens Symfonie nr. 92 (`Oxford'). ,,Elke symfonie van Haydn is een klein wonder, en elke maat blijft verrassen – zelfs al hoor je hem duizend keer. De verklaring ligt uiteraard besloten in de enorme inventiviteit van die muziek. Wanneer een zodanig creatieve geest aan het werk is, klinkt er nooit één normaal moment. In plaats daarvan is elke wending verbazend. Klinkende perfectie!

,,De combinatie van Mozart en Bach heb ik al eerder uitgeprobeerd, en die werkt uitstekend. Het interessante is dat hun muziek stilistisch totaal verschillend is, maar dat je ook overeenkomsten onderscheidt. Chopin noemde Bach en Mozart zijn twee favoriete componisten, en dat is niet voor niets. Het streven naar samenhang, de spiritualiteit, de klinkende wil om in muziek iets werkelijk nieuws te doen – daarin is hun muziek verwant. Bach en Mozart veroorzaken met hun muziek een zekere transcendentie van de `condition humaine' – daarin schuilt hun spirituele verwantschap.''

De relatie van Murray Perahia tot Bach is complex. Natuurlijk speelde hij altijd al Bach. `Kleinschalig en zeer diep – als een soort muzikale Tsjechov', schreef een Britse criticus ooit. Inmiddels klinkt Perahia's Bach ondanks het aanblijven van de oude helderheid en sprankeling dramatischer, dieper doordacht. Perahia erkent het zelf ook.

De omslag werd in 1991 veroorzaakt door de nachtmerrie van elke uitvoerend musicus: een ernstige blessure aan de duim, die Perahia naar het aanscheen een verdere toekomst als pianist belette. De oorzaak: een onschuldig sneetje aan een vel papier. Perahia slikte drie dagen zijn antibiotica, werd onwel van de medicijnen en staakte de kuur toen de wond leek te genezen. Hij bekocht zijn rebellie met een ontsteking, en kon tussen 1991 en 1996 niet spelen.

Perahia troostte zich met véél Bach, herstelde volledig en refereert nu zelf aan zijn gedwongen verlof als een `zegen in vermomming'. Het klinkende resultaat van de noodlottige sabbatical is een opname van Bachs Goldberg-variaties. ,,Ik denk nu niet dramatisch anders over Bach dan voorheen, maar bezig zijn met Bach betekent automatisch dat je visie verdiept. Dat is nu juist het magische aan zijn muziek!'' Perahia las veel over de dansritmes in Bachs werk en blijft zich bezighouden met historische uitvoeringspraktijk, maar zijn voornaamste interesse gaat uit naar de muzikale structuren.

,,De sleutel tot het begrip van Bachs structuren ligt in zijn gebruik van contrapunt – dat wil zeggen; twee of meer melodische lijnen die bij interactie harmonie veroorzaken. In Bachs eigen tijd bekritiseerde men zijn muziek soms als `te ingewikkeld om emotioneel te kunnen zijn'. Bach verweerde zich door uit te leggen dat emotie voortkomt uit harmonie, dus hoe meer melodische lijnen daaraan bijdroegen, hoe beter.

,,In de Goldberg-variaties is het cruciaal om de harmonieën in elke variatie terug te koppelen aan de aria waarop die variaties zijn gebaseerd. Het is natuurlijk zo dat de Goldberg-variaties de smaak van het klavecimbel, waarvoor het werk is geschreven, uitademen – ook in de structuur. Wat dat betreft is het andere muziek dan, bijvoorbeeld, de preludes en fuga's uit Das Wohltemperierte Klavier, die eigenlijk op elk instrument óók goed klinken. Mozart arrangeerde ze zelfs voor strijktrio! Maar ondanks de sterke `klavecimbelsmaak' die de Goldberg-variaties typeert, zindert elke variatie van een grenzeloze muzikale verbeeldingskracht die zich onttrekt aan het instrument. Ik ben ervan overtuigd dat Bach op die manier ook Beethoven heeft geïnspireerd tot zijn Diabelli Variaties, en zo veranderde de variatie de hele muziekgeschiedenis. Zulke processen vind ik fascinerend.''

Schenker-analyse

Een andere verworvenheid die Perahia dankt aan zijn blessuretijd is de verdiepte kennismaking met het werk van de Oostenrijks-joodse musicoloog Heinrich Schenker (1867-1935), wiens inzichten hij ook zal toepassen in vier masterclasses voor finalisten van het concours van de Young Pianist Foundation die hij volgende maand geeft op de dag na zijn recital met de Goldberg-variaties.

Heinrich Schenker maakte als muziektheoreticus naam met een eigen methode voor muzikale analyse, die na zijn dood door de nazi's in de ban werd gedaan als `muzikale toepassing van het gedachtegoed van de Talmoed'. Schetsmatig omschreven leidt een Schenker-analyse het grote geheel van een compositie schematisch terug tot een klein aantal harmonische wendingen, en verduidelijkt de analyse zo het overkoepelend verband tussen melodienoten en akkoorden.

Perahia: ,,Als kind voelde ik al aan dat in een meesterwerk geen noot toeval is, en dat een puur instinctieve benadering dus niet volstaat. Maar met dat besef deed ik aanvankelijk niet zoveel. Schenkers inzichten werden pas belangrijk voor me toen ik er tijdens mijn blessure opnieuw mee in aanraking kwam. Ik dacht toen veel na. Wat is muziek? Waar gaat het over? Wat betekent het?

,,Elke uitvoering van elke compositie moet mijns inziens gefundeerd zijn door appreciatie voor en kennis van wat de componist verwacht. In het geval van Bach betekent dat dat je alle oude technieken moet beheersen, zoals harmonieleer, contrapunt en becijferde bas. De kennis van die technieken, die een blik gunnen op de harmonische samenhang binnen een compositie, zou niet verloren mogen gaan, maar dat gebeurt wel. Ik zie het uitsterven van die kennis met lede ogen aan en zal er alles aan doen om het tij te keren. In breder verband is dat ook de reden dat ik voor masterclasses te allen tijde gebruik maak van schenkeriaanse analysemethoden. Schenker is de enige die de oude muzikale technieken toepasbaar en relevant maakt voor het ijzeren repertoire en de grote meesterwerken. Als iemand Beethoven verzocht om raad over zijn muziek, zei hij steevast dat je het essay van Carl Philipp Emanuel Bach over de `ware aard van het spelen van klaviermuziek' zou moeten kennen. De inhoud daarvan heeft Schenker als enige toepasbaar gemaakt. Mensen denken en vrezen vaak dat een intellectuele benadering van muziek emotionele expressie in de weg staat, maar het tegendeel is waar! Kennis slijpt emoties.''

Carte Blanche voor Murray Perahia.

De concerten door het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink op 16, 17 en 19/10 zijn uitverkocht.

Er zijn nog wel kaarten beschikbaar voor de recitals met de Goldberg-variaties (12/11) en werken van Chopin en Schumann (22/6/03), het kamermuziekrecital m.m.v. Frank Peter Zimmermann en Anner Bijlsma (11/12) en het concert met Nieuw Sinfonietta Amsterdam (26/1/03). Ook voor het jeugdconcert op 18/10 en de masterclasses op 13/11 zijn nog kaarten beschikbaar. Res. 020-6718345.

    • Mischa Spel