Handrem

Sommige fietsen hebben handremmen in plaats van een terugtraprem. Remmen met een handrem doe je door een metalen hendel naar het handvat toe te knijpen. Daardoor trekt een remkabel aan de remmen. Die kabel loopt meestal door een zwarte plastic huls en komt zo uit bij de voorrem en de achterrem.

De remmen zitten aan de bovenkant van het wiel. Ze bestaan uit een bewegende metalen constructie die rubber remblokjes aan weerszijden tegen de velg van het wiel drukt. Het lijkt wel een metalen hand die met duim en wijsvinger stevig in de velgen knijpt. De remblokjes die tegen de velg aan drukken zijn stroef en daardoor wordt het wiel afgeremd. Het remmen met een handrem is eigenlijk knijpen op afstand.

Met de rem aan de ene kant bedien je de voorrem, met de andere de achterrem. Als je remt, moet je beide handgrepen tegelijk inknijpen. Als je alleen de voorrem gebruikt en je hebt een beetje vaart dan heb je kans dat je over de kop gaat.

Toch is het handig dat je voor- en achterrem apart kunt bedienen, want daardoor kun je beter remmen. In de bochten kun je bijvoorbeeld alleen de achterrem gebruiken, zodat je met het voorwiel nog goed kunt sturen. En omdat je in vergelijking met een terugtraprem niet op één maar op twee wielen tegelijk remt, kun je ook krachtiger remmen.

Er zijn eigenlijk twee soorten handremmen voor de fiets: de hierboven besproken velgrem en de trommelrem. Trommelremmen zitten in een ronde metalen kast bij de as van het wiel. Bij het remmen worden zogeheten `remschoentjes' van binnenuit tegen de ronddraaiende trommel gedrukt. Zo remt het wiel af.

In bergachtige gebieden zijn velgremmen veiliger dan een terugtraprem of trommelremmen. Bij lange afdalingen maak je dan zo'n vaart dat goede remmen noodzakelijk zijn. Bovendien moeten zij het remmen lang vol kunnen houden. Het voordeel van velgremmen is dat zij de warmte die vrijkomt bij het remmen makkelijker kwijtraken. Terugtrap- en trommelremmen kunnen door oververhitting vastlopen, maar bij velgremmen bestaat dat gevaar niet.

Maar niet altijd zijn ze veiliger. Bij regenachtig weer worden de remblokjes en de velg nat en dan werken de velgremmen een stuk slechter. Het water werkt als smeermiddel. Je moet dan proberen om eerst geleidelijk te remmen, omdat dan het vocht van de velgen wordt gewist. Bovendien voorkom je met geleidelijk remmen dat de wielen te plotseling stoppen met draaien en je met fiets en al omvalt.

    • Sander Voormolen