Gerard Reve's late leven

Een nieuwe roman van Gerard Reve zou als volgt kunnen beginnen: `Op een of andere manier moet ik iets schrijven, bijvoorbeeld over mijzelve, het geeft niet wat, als het maar mooi is. Ik heb van alles medegemaakt, bijvoorbeeld een gehele oorlog, het woord zegt het al.'

Helaas zal Reve nooit meer een nieuwe roman schrijven. Hij lijdt sinds 1997 aan geheugenverlies. Het fragment is niet meer dan een aanzet, een probeersel dat Reve neerschreef in juli 1998. Levensgezel Joop Schafthuizen gaf enkele van zulke fragmenten aan journalist Ad Fransen, die ze opnam in het boekje De nadagen van Gerard Reve.

Fransen volgde in 2001 een jaar lang het wedervaren van de 78-jarige Reve (`Wolf') en Schafthuizen (`Matroos Vos') in het Belgische Machelen. Het was een turbulent jaar: Reve ontving de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, maar niet uit handen van koning Albert omdat Schafthuizen van een zedendelict werd verdacht. De laatste voelt zich schuldig omdat hij een `stommiteit' heeft begaan, en heeft volgens Fransen nu `een eigen theorie ontwikkeld over hoe het verder moet met de seksuele omgang tussen homoseksuelen.' Veel van Reve's vrienden en collega's kregen in de loop der jaren ruzie met Schafthuizen, maar in De nadagen komt hij naar voren als liefhebbende vriend en verzorger, die soms wat te rigoureus `vanachter de hermetisch gesloten rolluiken van bunker-Reve het onrecht en ongedierte te lijf gaat.'

Aan Reve ging de affaire grotendeels voorbij. Eenmaal heet het dat de schrijver `dementerend' is, maar voor het overige luidt de diagnose `geheugenverlies'. Zelf verzint Reve de meest fantastische verhalen over zijn ziekte, bijvoorbeeld dat hij tegen een oude muur is gevallen, zijn heup heeft gebroken en daarbij van het mos op de muur een bacterie binnenkreeg `die helemaal niet meer mocht bestaan, een bacterie van wel 130 jaar geleden'. Met een uitgestreken gezicht afschuwelijke, tragische en tegelijk komische uitspraken doen, dat talent heeft Reve blijkens zijn uitspraken in het boekje nog niet verlaten. Schrijven gaat niet meer, maar op zijn goede dagen kan hij de boel nog behoorlijk op stang jagen. Fransen: `Soms weet je niet zeker of Reve niet speelt met zijn vergeetachtigheid.' Dat er iets ernstigs aan de hand is, blijkt wel uit een conversatie als deze: `Als ik doodga word ik onverdwijnbaar, of hoe heet dat ook alweer?' Schafthuizen: `Onsterfelijk, Wolf'.

De nadagen van Gerard Reve gaat over een aftakelingsproces dat universeel is, maar in dit geval een bijzondere belangstelling wekt omdat het een groot schrijver betreft. Fransen weet dit verhaal fijngevoelig op te schrijven, niet sensatiebelust of melodramatisch maar wel met gevoel voor ontroerende details. Een zin als deze zegt veel: `Soms staat hij verweesd te turen door de vuile ruiten van wat ooit zijn schrijfhuisje was.' Reve fantaseert nog wel over een nieuw boek en bedenkt er titels voor, Het leven zelf als zodanig of Het Late Leven. Eigenlijk komt De nadagen van Gerard Reve dicht bij een authentiek Reviaans verhaal, met de (naderende) dood en de (heren-)liefde die een belangrijke rol spelen. Dit verhaal kon Reve zelf niet meer schrijven, maar hij kan tevreden zijn over zijn plaatsvervanger.

Ad Fransen: De nadagen van Gerard Reve. Podium, 80 blz. €10,-