Geniaal gestoei met zichzelf

Op het eind van zijn schrijversautobiografie Nestor richt L.H. Wiener (1945) zich met een dreigement tot recensenten van zijn boek. Hij laat Victor van Gigch, die onder het pseudoniem L.H. Wiener zojuist het boek `Nestor' heeft afgerond opmerken dat hij zich geen enkele illusie maakt over de ontvangst ervan. `Stoïcijns hield hij een archief bij van alle baarlijke nonsens die er in de loop der jaren over zijn werk was verkondigd om te gelegener tijd, in een gedegen essay, met naam en toenaam voor eens en voor altijd af te rekenen met alle kwaadaardige nonchalance en stupiditeit.' Hoeveel onzekerheid moet er niet schuilgaan achter zo'n opmerking?

Het boek is één grote rechtvaardiging voor een schrijverschap dat helemaal geen apologie behoeft. Weliswaar is Wiener nooit een publiekslieveling geweest, maar dat hij een getalenteerd schrijver is, staat buiten kijf. Kennelijk is hij daar zelf allerminst van overtuigd. Waarom zou hij anders zichzelf voortdurend op de borst slaan? Zonder enige zelfspot vergelijkt Van Gigch zichzelf niet alleen met P.C. Hooftprijswinnaar F.B. Hotz, maar ook met het genie J.S. Bach.

Ondanks alle eigendunk is Nestor een briljant boek, getuigend van een genadeloze eerlijkheid over het gevoel van miskenning, en ook – om het in Wieners eigen vocabulaire te zeggen – van een bijzondere authenticiteit. Het beschrijft iemands worsteling met zichzelf – als zoon en vader, als man, als leraar en als schrijver.

Nestor heeft twee hoofdpersonen, Victor van Gigch, al ruim dertig jaar leraar aan een gymnasium te Haarlem en de veertienjarige Ezra Berger. In de loop van het verhaal vallen zij samen met de auteur L.H. Wiener. Al jaren probeert Van Gigch de autobiografische novelle `Nestor' te schrijven over het halfjoodse jongetje Ezra Berger uit Zandvoort, die op een dag de jonge uil Nestor, genoemd naar de oudste en wijste van de Homerische Grieken, uit een nest haalt om hem te temmen en vervolgens gewapend met van mensen verkregen kennis als wijste onder de uilen weer vrij te laten.

`Nestor' is een uitgekristalliseerd verhaal dat een gave novelle had kunnen opleveren, maar om een aantal redenen lukt het Van Gigch niet die te voltooien. `Wilde hij, in diepste wezen, dit boek eigenlijk helemaal niet schrijven', vraagt hij zich af. De oorzaak van zijn onmacht om `Nestor' te voltooien is dat Van Gigch de jeugd van Ezra niet kan aanvaarden als basis van zijn eigen volwassenheid. `Nestor' valt dan ook het best te begrijpen als een verwoede poging om de kleine vogelman Ezra, met zijn pijnlijke onverwerkte joodse familiegeschiedenis overtuigend te laten uitgroeien tot de getourmenteerde alcoholist Van Gigch die op 57-jarige leeftijd voor het fulltime schrijverschap kiest.

Van de pogingen om de symbiose van Ezra en Victor zich te laten voltrekken wordt in Nestor verslag gedaan. Dat levert, in de vorm van brieven en dagboekaantekeningen interessante uitweidingen op over de essentie van literatuur, over de vervreemding van leraren naar wier talenten geen vraag meer is in het Studiehuis, over alcohol, liefdesrelaties, vrouwen en nageslacht. Wiener blijkt over een goedgevuld `Pak van Sjaalman' te beschikken en gecombineerd met zijn kennis van de Angelsaksische literatuur, levert dit vele schitterende passages op.

Helaas bevindt zich in zijn buiten-literaire beschouwingen ook een aantal smakeloosheden. Zo kan Wiener het niet laten om zijn romanpersonage Van Gigch in debat te laten gaan met voor zijn verhaal irrelevante bestaande personen en om sneeren uit te delen aan collega-schrijvers zoals Jessica Durlacher, die volgens hem haar joodse verdriet te gelde maakt. Als dat zo is, wat dan nog? Waarom zou Durlacher niet mogen wat Wiener zichzelf wel toestaat met het joodse verdriet van Ezra Berger? Het verhaal over diens vader, enige overlevende van een joodse familie, behoort tot het beste wat de Nederlandse literatuur ons op dit gebied heeft opgeleverd.

Er is nog iets wat stoort in Nestor: Wieners voortdurende behoefte om zijn boek uit te leggen. `Van Gigchs angst te falen in het schrijven van zijn novelle Nestor, het geschrift waarin alle lijnen uit zijn verleden samen zouden moeten komen en zich dan zouden moeten bundelen tot een overzichtsmozaïek van zijn leven, had in de afgelopen twee jaar dermate grote proporties aangenomen, dat hij meer en meer was gevlucht in het schrijven van korte verhalen en essays, brieven en commentaren, dagboekfragmenten en losse overpeinzingen, waarvan hij zichzelf voorhield dat het bruikbare voorstudies waren voor het eigenlijke werk (...).'

Wat Wiener eveneens uitlegt, zij het minder expliciet, is dat `Nestor' als novelle mislukt is, maar als `literaire kroniek' is geslaagd. En dat laatste valt alleen maar te beamen: Meer dan geslaagd zelfs, want evenals Ezra met zijn uil Nestor heeft Wiener met zijn boek Nestor het onmogelijke en toch geniale experiment uitgevoerd en dus zijn doel bereikt.`Mislukt weliswaar, maar toch bereikt, om met Ezra, de naar de bijbelse Kroniekenschrijver genoemde vogelman, te spreken.

L.H. Wiener: Nestor. Contact, 286 blz. €22,50

    • Elsbeth Etty