Fiat was garantie voor de toekomst

Fiat is in crisis door een stagnerende verkoop. Italianen vinden hun eigen auto's te duur en niet mooi genoeg. Een kwart van de arbeidsplaatsen staat op de tocht. ,,De mensen zouden wat vaderlandslievender moeten zijn.''

Waarom steeds minder Italianen in een Fiat willen rijden? Elke Italiaan heeft het antwoord klaar: omdat het een arbeidersauto is, omdat hij te duur is voor wat hij biedt, omdat Italianen houden van dingen die van ver komen, omdat de modellen niet meer mooi zijn en omdat groot, degelijk en Duits in Italië in is, en Italianen de mode volgen.

Voor de fabriekspoort van Fiat in Termine Imerese op 30 kilometer van Palermo willen ze niks weten van deze antwoorden. De 1.800 Fiatwerknemers en de zeshonderd arbeiders van toeleverende bedrijven op Sicilië rijden vrijwel allemaal Fiat. ,,Omdat wij deze auto met onze eigen handen in elkaar zetten en met onze eigen ogen controleren'', zegt Roberto, vader van twee kinderen en enig kostwinner in huis. ,,Italianen zouden wat vaderlandslievender moeten zijn. Als zij Fiat zouden kopen, zouden wij hier op Sicilië gewoon onze baan kunnen behouden'', meent Vicenzo, die 1.000 euro per maand verdient om zijn gezin te onderhouden en die, als de sluiting van de fabriek doorgaat, na 22 jaar zijn oude bestaan als boer weer zal moeten oppikken. Een mogelijkheid die veel anderen hier niet hebben.

Fiat is in crisis. Het bedrijf maakte deze week bekend dat het in heel Italië 8.100 van de 32.500 banen wil opheffen, 5.300 meer dan de 2.800 die in juli al met vervroegd pensioen zijn gestuurd. In de afgelopen drie maanden verloor Fiat 35 procent van zijn beurswaarde. Het marktaandeel van zijn merken Fiat, Alfa Romeo en Lancia is sinds 1990 gedaald van 52,4 procent naar 31,3 procent nu.

De bedrijfsleiding zag zich door de slechte ontwikkelingen gedwongen de ,,staat van crisis'' aan te vragen bij de regering en dat verzoek is woensdagavond gehonoreerd. Fiat hoopt de werknemers op kosten van de staat een jaar naar huis te kunnen sturen. En als er niet heel snel een oplossing komt, dreigen na dat jaar heel veel arbeiders hun baan te verliezen.

Overal in het land worden de fabrieken getroffen, maar het zuurst zijn de appels voor Sicilië, waar een vruchtbaar landbouwgebied en een potentiële toeristische goudkust nog maar 32 jaar geleden zijn geasfalteerd om er – toen ook dank zij enorme subsidies – Fiat te kunnen vestigen.

De werknemers zijn radeloos en verschrikkelijk boos. ,,Fiat leek de garantie op een zekere toekomst'', vertelt Vincenzo. ,,Elk gezin probeerde indertijd een zoon achter de lopende band te krijgen. Moeten we nu net als onze grootouders weer gaan emigreren?''

Samen met zijn collega's blokkeert hij al sinds drie dagen de autoweg Palermo-Catania en het spoor. Woensdag demonstreerden zij met hun familie in het centrum van Termine Imerese. Inmiddels is een staking voor onbepaalde tijd afgekondigd. Men demonstreert voor de poort van de fabriek die uitkijkt over de zee en in de rug wordt gedekt door een prachtig bergachtig landschap. De arbeiders luisteren naar boodschappen van solidariteit die worden voorgelezen. De achttien bisschoppen en de kardinaal van Sicilië hebben brieven aan president Ciampi, premier Berlusconi en aan de directie van Fiat gestuurd.

Burgemeesters van omliggende dorpen en steden hebben sjerpen in de nationale driekleur omgehangen en zijn gezamenlijk op een wagen voor de fabriekspoort geklommen om hun afschuw over het verraad van Fiat uit te spreken. ,,Het is een schande dat Fiat decennialang de staatskas heeft leeggezogen en nu niks voor ons wil terugdoen'', zegt de een. ,,Hou ons in de gaten. Wij hier op Sicilië laten ons onze waardigheid en ons werk niet ontnemen'', roept de ander. ,,Ik ben van Berlusconi's partij'', schreeuwt een derde burgemeester, ,,maar vandaag ben ik er voor iedereen. En als Berlusconi geen oplossing vindt voor deze ramp, dan treed ik af.''

Fiat heeft Berlusconi voor het blok gezet. Net nu de regering het beeld probeert te creëren dat zij van het zuiden de economische trampoline van Italië wil maken, overweegt Fiat een totale sluiting van haar fabriek op Sicilië. En dat terwijl de meeste fabrieken in het noorden slechts worden geherstructureerd. Juist door zo lijnrecht tegen het overheidsbeleid in te gaan, hoopt de fabrikant volgens de burgemeester van Termine Imerese opnieuw in aanmerking te komen voor staatssteun.

Hij is met name bitter omdat zijn stad 32 jaar geleden ook een andere keuze had kunnen maken. ,,Onze buurgemeente koos indertijd voor toerisme en floreert nu. Wij hebben hier de mooiste kust van Italië en zitten straks misschien opgescheept met een industrieel kerkhof. Kijk eens naar deze zee, kijk eens naar dit strand en deze bergen, stel je hotels, herbergen, badgasten voor. Met de honderden miljoenen die de regio heeft betaald om Fiat hier heen te halen hadden we minstens zoveel werk kunnen creëren als we voor het toerisme hadden gekozen.''

Het grote probleem in zijn stad is volgens hem dat er geen andere bedrijven zijn. 2.600 mensen verliezen mogelijk hun baan, gemiddeld hebben ze een gezin van vier personen. Meer dan tienduizend mensen leven direct van Fiat en de rest indirect. 80 procent van zijn stad van 25.000 inwoners is afhankelijk van Fiat.

,,Er is maar één organisatie blij met deze ontwikkeling, en dat is de maffia'', zegt hij. ,,Als mensen geen inkomsten meer hebben zullen ze op een andere manier hun geld moeten verdienen. Fiat was een soort verzekering tegen de maffia, tegen smokkel, drugshandel, afpersing. Hoe gaat dat straks?'' ,,Onze kinderen kunnen niet meer tegen de maffia worden verdedigd als onze mannen hun inkomsten verliezen'', vult een vrouw aan.

,,Hou je mond'', zo onderbreekt de vakbondsleider de woorden van de burgemeester. ,,De maffia heeft hier niks mee te maken. We hebben hier te maken met eerlijke mensen die hun baan dreigen te verliezen.''

    • Bas Mesters