De mondiale druif

De wijn staat symbool voor Frankrijk, maar de producenten hebben het moeilijk. Er is steeds meer concurrentie uit jonge wijnlanden, de export loopt terug, de voorraden nemen toe en de Fransen zelf drinken ook minder wijn. Hoe nu verder? Minder kwantiteit, meer kwaliteit, zegt wijnboer Cesar uit de Gironde.

Senator Gérard Cesar slaat zijn dochter bezorgd gade. ,,Pas op!'' roept hij als ze de tractor te dicht tegen de druivenplukmachine aan dreigt te manoeuvreren. Pascale bestuurt de tractor vandaag voor het eerst van haar leven. Sinds haar ouders naar het dorp verhuisden, woont ze alleen in het grote huis op het bijna vijftig hectare grote familielandgoed. In het dagelijks leven is ze juriste bij de gemeente, maar met het oog op de druivenpluk heeft ze vakantie opgenomen. Deze week moet alles binnen zijn.

Vader Gérard erfgenaam van het landgoed dat sinds de zeventiende eeuw in het bezit van zijn familie is is wijnboer. Behalve dat is hij ook burgemeester van het naburige dorpje Rauzan, in de Gironde onder de rook van Bordeaux. Ook is hij regionaal raadslid en, sinds 1990, lid van de Senaat voor de partij van president Jacques Chirac. Een machtig man wil hij zich desondanks niet noemen: ,,Het verbod op het bekleden van te veel openbare functies is op mij niet van toepassing, omdat Rauzan maar duizend inwoners heeft. De functies die ik heb betekenen vooral dat ik hard moet werken.''

Twee, drie dagen in de week is Cesar in Parijs, waar vooral zijn werk als vice-president van de senaatscommissie voor economische zaken zijn aandacht vraagt. In die hoedanigheid schreef hij onlangs een alarmerend rapport over de toestand van de Franse wijnbranche. Wijn uit de Nieuwe Wereld dat wil zeggen uit jonge wijnlanden als Zuid-Afrika, Nieuw Zeeland, Chili, Australië, Argentinië en de Verenigde Staten is een steeds geduchtere concurrent. De export loopt terug (2,8 procent minder in 2001), net als de mondiale en de binnenlandse consumptie. Dronk de Fransman eind jaren zestig nog 120 liter per jaar, nu is dat 58 liter en die tendens zet door. De voorraden nemen toe met acht à tien procent per jaar, met als gevolg dat de inkomsten van de wijnboeren onder druk komen te staan.

Frankrijk is nog altijd de grootste wijnproducent ter wereld. Wijn is het tweede landbouwproduct van Frankrijk, na graan, en het eerste wat betreft de export, hoewel wijngaarden slechts 2,8 procent van de totale landbouwgrond beslaan. De waarde van de wijnexport (5,76 miljard euro in 1999) komt nu nog overeen met 103 Airbus-vliegtuigen en vijfhonderd TGV-treinstellen. Maar het oppervlak aan wijngaarden in de `Nouveau Monde' verdubbelde in tien jaar tijd tot bijna acht miljoen hectare in 2001. Tussen 1998 en 2000 kwam er 164.000 hectare bij. Ook de export van de nieuwe wijnlanden verdubbelde, van tien procent in 1994 tot twintig procent in 2000. Australië verhoogde zijn export in die periode met 586 procent, Zuid-Afrika zelfs met 1.500 procent.

Terwijl hij de eerste lading witte druiven van deze ochtend over de bodem van de tractorbak verspreidt, roept senator Cesar boven het lawaai van de machines uit: ,,Het probleem is dat hun wijn goedkoper is maar wel even goed als de onze, althans in het middensegment.'' Als de plukmachine – ter waarde van honderdduizend euro zoals de trotse eigenaar niet nalaat te preciseren – de volgende rij druivenplanten afgraast, zegt Cesar: ,,De nieuwe wijnlanden maken gebruik van onze druivenrassen. Die hebben we geëxporteerd. Dat betreuren heeft weinig zin, het is een aspect van de mondialisering. Het hele concurrentieprobleem is een gevolg van de mondialisering – en die houd je niet tegen. Ik ben ten behoeve van ons onderzoek in Zuid-Afrika geweest en daar zei men met angst en beven de reactie van de Franse wijnsector af te wachten. Zo is het natuurlijk: we moeten reageren.''

Waaruit de reactie van de Fransen bestaan moet, heeft Cesar vastgelegd in zijn conclusies, al waarschuwt hij daarin geen `wonder-oplossing' te kunnen bieden. Zo zou Frankrijk veel minder wijn moeten gaan produceren en van hogere kwaliteit. Die twee eisen hangen nauw met elkaar samen: kwaliteit ten koste van kwantiteit. Frankrijk moet zijn imago van toonaangevend wijnland uitbuiten. De simpele `vin de table' moet helemaal verdwijnen. De producent moet de markt volgen en niet trouw blijven aan zijn eigen traditie. Zo verbouwen Languedoc-Roussillon en Charentes nog altijd op grote schaal de carignan-, de aramon- en de ugni blanc-druif. De carignan alleen al neemt elf procent van de totale oppervlakte aan wijngaarden (876.000 hectare) in beslag. Er wordt wijn van gemaakt `die niet meer tegemoetkomt aan de smaak van vandaag', zoals Cesar het diplomatiek uitdrukt. De consument mag tegenwoordig minder wijn drinken, wat hij drinkt is van betere kwaliteit dan voorheen.

Is de traditie een troef van de Franse wijn, het is ook een nadeel, volgens Cesar. ,,Juist omdat de nieuwe wijnlanden een wereld te veroveren hebben, zie je dat de samenwerking tussen de wijnboeren daar veel groter is dan in Frankrijk. Die garandeert een constante kwaliteit. De Franse wijnboer handelt sinds generaties volgens eigen inzicht.''

André Negrini, directeur van de Cave Coopérative Vinicole van Rauzan, is het, als om de verdeeldheid te illustreren, maar gedeeltelijk eens met Cesar. De Coopérative van Rauzan is met 250 aangesloten boeren onder wie Cesar , een `cuverie', een gistkuipcapaciteit, van 340.000 hectoliter en een jaarlijkse productie van 130.000 hectoliter de grootste van het land. Voor deze producent van superieure Bordeaux-wijnen is kwaliteit het probleem niet en `wat de Languedoc doet, interesseert me niet'. Hij wijst op de onberispelijke staat van de grote hallen waarin de rijen metershoge, computergestuurde, glimmende roestvrijstalen gisttanks staan opgesteld. ,,De tijd dat het maken van wijn handwerk was, met alle rommel van dien, is voorgoed voorbij.''

Voor Negrini is een andere aanbeveling van Cesars rapport van groter belang dan kwaliteit: communicatie en marketing. En hij citeert de in wijnkringen gevreesde Amerikaanse connaisseur en wijnjournalist Robert Parker: ,,Een wijngaard is een luie stoel, op voorwaarde dat men er niet op in slaap valt.'' Terwijl hij zijn gast een doos met genummerde flessen Haut-Cluzet overhandigt, verduidelijkt hij: ,,We moeten niet op onze lauweren rusten en onze boodschap veel beter gaan overbrengen.''

Een eerste stap is het leesbaarder maken van de etiketten. Naast verplichte vermeldingen als alcoholpercentage, herkomst, adres van de bottelaar toch al uitbundig wegens Europese regels – tuigen individuele wijnboeren hun flessen op met allerlei niet-verplichte ruis. Net als Cesar is Negrini een voorstander van uniformering en collectieve productie: ,,Het is voor de gemiddelde consument onmogelijk wegwijs te worden uit de honderden verschillende `appellation d'origine contrôlée' en de duizenden verschillende kastelen en domeinen van herkomst. Veel beter is het, net als de nieuwe wijnlanden, te gaan werken met merknamen, die staan voor een wijnstreek maar tegelijkertijd een scala van smaken herbergen.''

De kwaliteit voor Negrini een gegeven, zoals hij nog eens benadrukt moet daarbij van jaar op jaar `constant' zijn. Daar zorgt de Coopérative voor, door controle maar ook door wijnen jaar op jaar volgens dezelfde formule `samen te stellen'. Hij toont de `receptie' van de Coopérative, waar het een druk gaan en komen is van tractors. Medewerkers steken stalen slangen in de berg druiven die een boer komt brengen om een monster op te zuigen. Dat wordt direct vermalen en gefilterd, waarna een computer het overgebleven buisje vocht op alle aanwezige stoffen controleert. Wordt de hoeveelheid toegestane pesticide overschreden, dan wordt de aflevering geweigerd. Maar dat komt volgens Negrini nauwelijks nog voor, dank zij de Coopérative.

Hoewel een grote Cave als die van Negrini synergetische voordelen biedt, zijn er nog genoeg wijnboeren, ook met relatief kleine domeinen, die het hele proces van pluk tot verkoop voor eigen rekening nemen. Paul Lavade, van Château La Grande Maye, is een van hen. Zijn domein ligt in de Castillon, net buiten het door Negrini geloofde `hart van Bordeaux'. Hij produceert 90.000 flessen per jaar, met negentien hectaren. De Merlot maakt er met 75 procent het leeuwendeel van uit en is, zegt hij trots, `parkerisé', goed bevonden door Robert Parker.

Lavade heeft een cave aan huis, kleiner dan die van Rauzan, maar dankzij recente forse investeringen met precies dezelfde ultramoderne faciliteiten. Net als de meeste wijnboeren stelt hij, gezeten op de machine, dat machinaal plukken `veel beter' is dan het traditionele handwerk. Onrijpe druiven voert de machine, die in vijf minuten honderd meter wijnranken kaalgraast, bijvoorbeeld af.

Maar boeren die nog met de hand plukken, vermelden dat juist nadrukkelijk in hun reclamefolders. Buiten gehoorafstand van Valade zegt zijn schoonzus van mening te zijn dat er inderdaad niets boven het handwerk gaat. Sinds haar man haar in de steek liet voor une petite blonde laat zij haar geërfde vijf hectaren door haar zwager bewerken. ,,Er is geen alternatief voor de machine. De mondialisering dwingt ons tot kwaliteit, maar ook tot het drukken van de kosten, want die zijn in de nieuwe wijnlanden voor mankracht veel lager. De romantische wijnpluk van vroeger bestaat niet meer. Niemand wil het werk nog doen en áls er mensen toe bereid zijn, dan eisen ze minimaal tweemaal het minimumloon en een luxe hotelkamer. Vroeger sliep men in de schuur.''