De grote diergedichtenquiz

De volgende landelijke gedichtendag, 30 januari 2003, staat in het teken van het diergedicht. Nu alvast een quiz om uw kennis daarvan te testen.

`Het zijn weer tijden om je op Vrij Nederland te abonneren' luidde een beroemde slagzin uit de jaren dat de Partij van de Arbeid buiten de regering viel. De reclametekst werd vreemd genoeg bij het aantreden van het kabinet-Balkenende niet opnieuw uit de kast gehaald. Misschien zag men in dat voor het begrijpen van Nederland sinds Pim Fortuyn een abonnement op een links opinieblad onvoldoende was. De opkomst en ondergang van een populistische libertijn, de zelfdestructie van de socialisten, het ontstaan van een nieuwe volkspartij bestaande uit gelukzoekers, ruziemakers en boze buren, een kabinet dat al na een paar weken werd vergeleken met een kruiwagen kikkers – het schreeuwde om meer dan alleen duiding door kritische commentatoren.

Om satire bijvoorbeeld. Geen columnist of cabaretier liet zich de afgelopen maanden onbetuigd. Wat wil je ook, met een minister die pleit voor normen en waarden terwijl hij de maximumsnelheid aan zijn laars lapt; met een nieuwbakken politica die haar collega's de zwaarste beledigingen toeroept om zich er de volgende dag niets meer van te herinneren; met een fractievoorzitter die opgewekt geld op de begroting twee keer wil uitgeven. De onhandigheid van de LPF en het gemok van de gevestigde partijen vormden de stof voor talloze parodieën, persiflages, liedjes en zelfs satirische sonnetten. Geen wonder dat Freek de Jonge en Youp van 't Hek vochten om een plaatsje in de televisieprogrammering van oudejaarsavond.

Maar bij al het humoristische commentaar op de landspolitiek was er één genre dat niet beoefend werd: de dierenfabel. Vreemd eigenlijk, want deze vorm van poëzie, waarin dieren de menselijke dom- en zwakheden belichamen, is bij uitstek geschikt voor bijtende maatschappijkritiek. Al in het dertiende-eeuwse dierenepos Van den vos Reinaerde – onlangs uitgeroepen tot het op één na belangrijkste boek uit de Nederlandse literatuur – werden alle middeleeuwse standen de oren gewassen, van de losbandige geestelijkheid tot de arrogante elite. En ook in de Middelnederlandse fabelverzameling Esopet (dertiende eeuw) werd de menselijke ijdelheid en naïviteit succesvol gehekeld. Vele spreekwoorden die in het kort de geschiedenis van de Nederlandse politiek in 2002 weergeven, vinden in de klassieke dierenpoëzie hun oorsprong: Wie een hond wil slaan, kan altijd wel een stok vinden. Het eerste gewin is kattengespin. Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen. Elk meent zijn uil een valk te zijn. Met onwillige honden is het kwaad hazen vangen. Men noemt geen koe zo bont of er is wel een vlekje aan. 't Is een slechte vogel die zijn eigen nest bevuilt. Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Als het kalf verdronken is, dempt men de put.

Het moralistische diergedicht is in de vorige eeuw een zachte dood gestorven, om maar niet te spreken van de dierensatire (die overigens wel in prozavorm nog hoogtepunten als Heer Bommel en Tom Poes opleverde). Dat is jammer. Ter gelegenheid van de vierde Gedichtendag, die op 30 januari 2003 plaatsheeft, willen Poetry International en NRC Handelsblad daar verandering in brengen. Aan een tiental zeer verschillende dichters, van H.H. ter Balkt tot Leo Vroman en van Hester Knibbe tot Gerrit Komrij, is gevraagd om een hedendaagse dierenfabel te schrijven. Het onderwerp mag de actuele politiek zijn, maar ook de eeuwige domheid van de menselijke soort. De tien moderne dierenfabels zullen worden voorgelezen op Gedichtendag en gepubliceerd in het Cultureel Supplement.

Gedichtendag 2003, die onder meer in het teken zal staan van de dierenpoëzie, is pas over vier maanden. Om het wachten te vergemakkelijken, biedt het CS – na de verkiezing van de Dichter des Vaderlands in 2000, de enquête naar het Ideale Gedicht in 2001 en de Levensliedquiz in 2002 – een quiz om uw kennis van het diergedicht te testen. Janita Monna van Poetry International, Guus Middag en Pieter Steinz van NRC Handelsblad bedachten vijftien vragen die de geschiedenis van de dierenpoëzie bestrijken. Voor de inzenders van de meeste goede antwoorden zijn drie hoofdprijzen beschikbaar: een ingelijste illustratie van de vaste Gedichtendagtekenares Dorine de Vos; een jaarlidmaatschap van de poëzieclub van de Dichter des Vaderlands; en een luxe uitgave van Van den vos Reinaerde. Vijf exemplaren van Guus Middags recente bundel poëziecolumns Vrolijk als een vergelijking worden als troostprijzen beschikbaar gesteld.

De uitslag van de Grote Diergedichtenquiz wordt bekendgemaakt in het CS van 31 januari, waarin ook de teksten van de tien moderne dierenfabels worden afgedrukt.

De uiterste inzendtermijn is zondag 17 november.

Vul de quiz hieronder in en stuur de pagina op naar naar het volgende adres:

NRC Handelsblad

T.a.v. Mireille de Jong

Postbus 8987

3009 TH Rotterdam

(o.v.v. De Grote Diergedichtenquiz)

De quiz kan ook worden ingevuld

en verzonden via een formulier op www.nrc.nl.