Tram

Er swingt een vrolijke, jonge Surinamer de tram in met een lichaam van elastiek en een stralende lach. ,,Goedemiddag, mensen!'', roept hij naar de bestuurder en de overige passagiers terwijl hij zijn strippenkaart met een grote zwaai voor de bestuurder neerlegt. Deze kijkt amper op en gromt iets dat waarschijnlijk als een tegengroet moet worden opgevat. ,,Waar mot je heen'', vraagt hij daarna in sloom Amsterdams, terwijl hij zijn stempelapparaat vermoeid uit de houder pakt. De Surinamer laat zich niet kennen: ,,Naar huis, jongen!'' Hij lacht met zijn hele lijf.

Zonder een krimp te geven antwoordt de bestuurder: ,,Dat is dan twintigduizend strippen.''

    • Henk Leegte