Stedelijk is goed af zonder uitbreiding

De Portugese architect Siza heeft veel bewonderaars maar zijn uitbreidingsplan voor het Stedelijk Museum in Amsterdam is niet meer dan een verzameling oersaaie doosjes, meent Bernard Hulsman.

Een ongeluk bij een ongeluk – zo noemde de architecten van het Nederlandse bureau VMX deze week in Vrij Nederland de uiteindelijke afgelasting van de uitbreiding van het Stedelijk Museum in Amsterdam. En inderdaad, de 13 jaar durende geschiedenis van deze uitbreiding is natuurlijk schandelijk, slordig, en een schoolvoorbeeld van slecht bestuur, maar heeft als ontegenzeggelijk voordeel dat het ontwerp van Alvaro Siza nu niet wordt uitgevoerd.

Want al spreken journalisten en critici vaak vol achting over de Portugese architect Siza de winnaar van de Pritzker Prize, schrijven ze er altijd bij Siza's ontwerp voor de uitbreiding van het Stedelijk is ronduit armzalig. Zijn toegewijde medestanders mogen Siza dan geniale, bijna goddelijke gaven toedichten, in de uitbreiding van het Stedelijk is daar niets van te merken. Zoals God gedurende de week van zijn Scheppingsarbeid ook een mindere dag had en bijvoorbeeld de malariamug bedacht en construeerde, zo is Siza's ontwerp voor het Stedelijk Museum beslist zijn minst geslaagde.

Veel meer dan een verzameling oersaaie doosjes die onhandig op het beschikbare terrein aan het Museumplein zijn neergezet, is Siza's ontwerp niet. Daar komt nog bij dat de belangrijkste gevel van de uitbreiding, die langs de Van Baerlestraat, vrijwel helemaal gesloten is. Alleen op de begane grond zou er een strook glas komen, zo had Siza bedacht, voor de rest is de gevel potdicht.

Dit is, vergeleken met de huidige `nieuwe vleugel' van Eschauzier, een achteruitgang. Want misschien wel het enige voordeel van dit nu tamelijk armoedige, doorzichtige bouwwerk uit de jaren vijftig is nu juist dat voorbijgangers vanaf de straat kunnen zien wat er gaande is in het museum, terwijl de gevel van Siza's uitbreiding de indruk wekt dat er achter de hermetische muur dingen gebeuren die de Amsterdammers onder geen beding mogen zien.

Negen jaar heeft Siza gewerkt aan de uitbreiding, beweren degenen die het voor hem opnemen. Dat moet natuurlijk zijn: gedurende negen jaar. Want lange periodes in het afgelopen decennium was het volstrekt onduidelijk wat het Stedelijk en de gemeente nu precies wilden met de uitbreiding, en Siza is professioneel genoeg om niet negen jaar elke dag te blijven schetsen aan een duistere opdracht.

De ontwerpen die naar buiten kwamen, wekten ook niet de indruk dat Siza voortdurend zijn hoofd brak over de uitbreiding. De doodse constellatie van doosjes stond al vrij snel vast, nadat hij de opdracht had gekregen van de toen net aangetreden Stedelijk-directeur Rudi Fuchs, die de door zijn voorganger Wim Beeren uitverkoren uitbreidingsarchitecten Venturi en Scott-Brown op ook al schandalige wijze terzijde had geschoven ten gunste van zijn persoonlijke favoriet.

Siza heeft in de loop der jaren verrassend weinig veranderd aan zijn doosjes. Telkens als de uitbreiding van het Stedelijk weer in het nieuws kwam, publiceerden kranten en tijdschriften weer dezelfde computeranimatie van dozen, hoewel het Stedelijk en de gemeente Amsterdam in de loop der jaren herhaaldelijk met nieuwe wensen en steeds ambitieuzere budgetten kwamen.

Het is alsof Siza met zijn onhandige, saaie ontwerp slechts duidelijk wilde maken dat hij een onmogelijke opdracht had gekregen en dat een paar aan het Stedelijk geplakte doosjes het hoogst haalbare was.

Steen des aanstoots voor Siza en zijn medestanders was het veelgesmade `ezelsoor' op het Museumplein. Het ezelsoor, waaronder de toegangen tot een Albert Heijn en een parkeergarage zijn gelegen, was er nog niet toen Siza de opdracht voor de uitbreiding van het Stedelijk overnam van Venturi. Maar nadat Siza aan het werk was gegaan, toverde de ontwerper van het nieuwe Museumplein, de Zweedse landschapsarchitect Anderson, pal naast de geplande Stedelijk-uitbreiding plotseling het `ezelsoor' te voorschijn. Siza en een groot deel van spraakmakend Amsterdam spraken er schande van: het ordinaire oor zou misstaan naast het plechtige heiligdom van Siza. Het is alsof Siza's ontwerp één groot protest is tegen het `ezelsoor'.

De architect Felix Claus, die in de jaren negentig in de Amsterdamse welstandscommissie zat, merkte hier zaterdag in Het Parool over op dat Siza een keer knorrig verscheen bij de commissie. ,,Hij heeft zijn plannen eigenlijk niet aangepast aan de nieuwe situatie, dat vind ik een beetje stom'', zei Claus. ,,Siza heeft nooit met enthousiasme aan het Stedelijk gewerkt.''

Nu het ezelsoor is uitgevoerd, blijkt het het beste en populairste onderdeel van het vernieuwde Museumplein. ,,Dat ding is maatschappelijk gezien ontzettend leuk'', zei de architect Herman Hertzberger erover in Het Parool. ,,Als het even mooi weer is, zit het vol mensen. Je werkt nu eenmaal in een stad waar rare dingen gebeuren. Het is de kunst om je daarin te voegen. Ik begrijp niet hoe je als architect zo kan zeuren over dat ezelsoor. Eigenlijk vind ik het uitbreidingsplan van Siza, een heel knappe architect, ongeïnspireerd en heel slecht.''

Gelukkig gaat Siza's slechte en ongeïnspireerde plan nu niet door.

Bernard Hulsman is redacteur van NRC Handelsblad.