Oliestratego

In het Kremlin gaan politiek en economie hand in hand. Moskou doet niet geheimzinnig over deze combinatie. Irak is een breekijzer voor Rusland om zijn geopolitieke posities en economische belangen in Oost en West te versterken. Dankzij het vetorecht in de Veiligheidsraad kan president Poetin de druk op zijn collega Bush zodanig opvoeren dat de VS concessies doen die na een eventuele oorlog geld opleveren. Moskou is zich ervan bewust dat Amerika zijn afhankelijkheid van Saoedi-Arabische olie via Irak kan terugdringen. De onderhandelingen over de resolutie van de Veiligheidsraad gaan dan ook niet alleen over de voorwaarden waarop een mogelijke oorlog kan worden ontketend, maar evenzeer over de afrekening nadien. Het is geen toeval dat Rusland en Frankrijk, twee staten met oliebelangen in Irak, zich roeren.

Afgelopen zomer heeft Rusland een miljardencontract gesloten met Irak om er de komende decennia de olie-industrie te ontwikkelen. Volgens het Kremlin is de overeenkomst niet in strijd met het embargobeleid van de Verenigde Naties. Waar het Moskou om gaat is dat Irak de op een na grootste oliereserves ter wereld heeft – na Saoedi-Arabië en ver voor Rusland zelf. Na de eventuele val van Saddam Hussein en mogelijke herintegratie van Irak in de wereldeconomie kunnen deze reserves cruciaal worden voor de mondiale machtsverhoudingen. Wie de olie oppompt, raffineert en distribueert, kan zijn stem in de wereldpolitiek versterken. Bij gebrek aan andere machtsmiddelen is Irak voor Moskou daarom een hoeksteen bij de wederopbouw van Rusland als grootmacht.

De slag om de olie in Irak heeft ook binnenlandse repercussies. In Rusland is de oliesector verdeeld in twee kampen: het ene heeft zijn ogen gericht op de Westerse industrienaties en het andere ziet zijn belangen in het opkomende Aziatische achterland. De eerste school staat onder leiding van Michail Chodorkovski, met een geschat vermogen van ruim 7 miljard dollar de rijkste Rus ter wereld. Chodorkovski is onder meer topman van Joekos, een van de twee grootste olieconcerns in Rusland. Hij koerst op export en acquisities naar het Westen, was om die reden vorig jaar tegen productiebeperking zoals de OPEC toen eiste, en is nu een der geestelijke vaders van het vorige week gelanceerde plan van Rusland om bij te dragen aan de strategische oliereserve van de VS. Het andere kamp wordt aangevoerd door Vagit Alekperov, chef van energiebedrijf Lukoil. Alekperov heeft zijn kaarten gezet op het Oosten. In Irak heeft Lukoil greep op de twintig miljard vaten die het veld van West-Qurna zou herbergen. Lukoil is hiermee, na het Franse TotalFinaElf, het tweede buitenlandse olieconcern met belangen in het land. Volgens Alekperov zal Poetin niet voor de VS bezwijken als zijn belangen in Irak niet zijn gewaarborgd. Anders gezegd, Rusland eist van de VS concessies voordat het zich in de V-raad voegt.

De onderhandelingspositie van Moskou is niet alleen zo hard omdat de Russische regering een zevende van het aandelenpakket van Lukoil in handen heeft, maar ook omdat Poetin olie tot een van de strategische wapens van zijn buitenlandse politiek heeft gemaakt. Tot nu toe slaagt het Kremlin erin de rijen bij de twee oliekampen in eigen land gesloten te houden. Zolang dat lukt, is de dreiging `nee' te zeggen tegen een door VS opgestelde resolutie een sterker machtsmiddel dan het formele veto in de Veiligheidsraad. Poetin doet zich voor als trouwe bondgenoot van Amerika in de oorlog tegen het terrorisme. Maar wie hem benadert als juniorpartner in het oliestratego, vergist zich deerlijk.