`Maar wie viel volgens u Dubrovnik aan?'

Wie beschoot Dubrovnik, de Kroatische havenstad aan de Adriatische Zee, tijdens de oorlog van 1991? Die vraag dook gisteren bij herhaling op tijdens het proces tegen de Joegoslavische ex-president Slobodan Miloševic voor het Joegoslavië-tribunaal.

Bij de beschietingen, door het Joegoslavische Volksleger, van de eeuwenoude `parel van de Adria' – door de Unesco tot erfgoed van de mensheid uitgeroepen – werden tijdens de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog in de herfst van 1991 43 mensen gedood en werd veel schade aangericht in de oude stad. Militair-strategisch was Dubrovnik niet belangrijk en de bombardementen dienden dan ook geen enkel doel; ze waren vooral ingegeven door wraakgevoelens en de behoefte tot plunderen.

Dat de beschietingen het werk waren van eenheden van het toenmalige Joegoslavische Volksleger was algemeen bekend. Maar wie gaf het bevel? Gisteren zei een getuige, de toenmalige Montenegrijnse minister van Buitenlandse Zaken Nikola Samardzic, tijdens het proces tegen Miloševic dat deze afwist van de beschieting van Dubrovnik door het Joegoslavische Volksleger maar dat hij niets had ondernomen om de aanval te stoppen. Miloševic verdedigde zich met het argument dat hij indertijd president van Servië was en als zodanig niets te vertellen had over het Joegoslavische Volksleger. Samardzic bestreed dat – volgens hem had Miloševic de toenmalige Montenegrijnse president Momir Bulatovic zelfs direct gedwongen militair deel te nemen aan de belegering van Dubrovnik. Toen Miloševic de Montenegrijn boos vroeg waarom deze bleef beweren dat er Serviërs betrokken waren bij de beschieting, vroeg rechter Richard May hem: ,,Wie heeft volgens u Dubrovnik aangevallen, meneer Miloševic?''

Miloševic antwoordde dat hij van de beschieting hoorde tijdens de vredesconferentie in Den Haag en de aanval direct had veroordeeld. Daarop vroeg rechter May voor de tweede keer: ,,Maar wie heeft volgens u Dubrovnik aangevallen, meneer Miloševic?''

Miloševic bleef een tijdje stil en zei vervolgens: ,,We komen daar later op terug.''

Waarop rechter May de vraag voor de derde keer stelde: ,,Wie heeft volgens u Dubrovnik beschoten, meneer Miloševic?''

Waarop de ex-president uiteenzette dat Dubrovnik nooit was belegerd en ook niet was aangevallen. ,,De uitleg die ik kreeg was dat het Joegoslavische leger was aangevallen [door de Kroaten] en zich verdedigde. Het leger probeerde slechts de acties van de Kroatische Nationale Garde te beperken.''